Avatar

Sabine van Staden

Dingen van alledag

We ontdekken steeds meer dat onze jongste ‘van de letterlijke’ is. Geef een knuffel een stemmetje en hij zal je aankijken alsof je gek geworden bent. Maar toch ook éven checken of het toch echt jíj bent die de knuffel zijn stem geeft. Al te fantasievolle boekjes kunnen op afkeuring rekenen. “Hmpf, dat kán helemaal niet!” Verhaaltjes verzinnen is dan ook niet zijn ding. Dachten we in groep 3 nog dat dit kwam door de iets te uitgebreide instructie van de juf (Dit is een beer. De beer heeft een auto. Met die auto gaat hij rijden. Schrijf het verhaaltje van beer die in zijn auto gaat rijden.) omdat hij aan de hand van een verhaaltjespuzzel wel tot schrijven kwam, nu vermoeden we dat het toch echt komt doordat hij dat fenomeen ‘zelf iets bedenken dat er nog niet is’ vooralsnog ontbeert. Of niet interessant vindt, dat kan natuurlijk ook.

Fantasie heeft hij genoeg – hij droomt van alle beroepen die hij gaat uitoefenen, later. Hij is ook zeer creatief – kan eindeloos knutselen waarbij hij zich laat leiden door het materiaal. Bouwen naar voorbeeld gaat prima en als hij een keer ergens iets gezien heeft dan kan hij dat ook namaken. Opschrijven wat hij heeft meegemaakt, ja. Maar een verhaaltje verzinnen met woorden of met een tekening? Nee. Regels zijn regels, ook voor ons als ouders – een vader die zijn schoenen niet uittrekt kan op commentaar rekenen. Als we hem proberen te leren dat hij andere kinderen niet mag slaan of duwen, moeten we ook voorál van hem afblijven als we boos zijn. Hem even aan de kant zetten op zo’n moment is geen optie. Totaal in de war. ‘Je mag niet aan anderen zitten als je boos bent!’ Die grote boze buitenwereld is al zo lastig.. vooral niet teveel afwijken van de regels dus. Je wilt niet weten hoe lang ik het heb moeten horen toen ik één keer door rood was gefietst met hem achterop.

Het is iets wat je wel eens wilt vergeten. Bijvoorbeeld als je ’s ochtends samen in de badkamer bent. Douchen, tanden poetsen, afdrogen, insmeren, aankleden. Hij begint met zijn sokken – dan ben je eerder klaar. Je sokken aantrekken als je bloot bent, is namelijk makkelijker dan je sokken aantrekken met een broek aan. Is echt zo, probeer het maar eens. Als hij goede zin heeft, dan is dit moment van de dag gevuld met gebabbel en geplaag (mama, je hebt de allerdikste billen van de hele wereld! Ja, en jij de allerkleinste – pfa, jouw billen passen met gemak in een halve bil van mij!) en gelach. Zo ook de ochtend dat dochterlief de avond ervoor weer eens haar deodorant met die van mij omgewisseld had. Alhoewel ik allang blij was dat er een deodorant stónd – het wil nog wel eens gebeuren dat alle deodorant en body crème naar haar kamer migreren – riep ik naar boven ‘ahhh, je hebt ze weer omgewisseld! Ik wil mijn eigen deo terug, madammetje!’.

Voor ik het wist zoefde er iets langs me heen. En terwijl boven de 3e wereldoorlog uitbrak bedacht ik mij dat er níets zo gevaarlijk is als iets zeggen wat lijkt op iets wat ik wil, waar jongste bij is. Dat zal hij wel even gaan regelen. Oeps.. Ik zal jullie de weinig verheffende dialogen die door het trapgat klonken besparen. Pubers en 7-jarige broertjes die je ergens op komen wijzen gaan níet samen. Jongste kwam huilend – maar mét mijn deodorant, dat dan weer wel – de trap af. Oudste kwam er met bliksemende ogen achteraan. “Hij trok het zo uit mijn handen!”. “Ja schat, mijn fout. Hier is de jouwe”. Ze keek me verbijsterd aan en vertrok mopperend weer naar boven. Ondertussen stond jongste nog hartverscheurend te snikken. “Ze sloeg me! Je mag iemand niet slaan als je boos bent!” – ja, de regel zit er goed in bij hem. Als het voor anderen geldt tenminste. “Ocherm moppie, en jij wilde alleen maar mama’s deodorant halen. Denk je goed te doen, krijg je nog ruzie!”. Snikkend liet hij zich tegen me aan vallen. Al het leed van die onbegrijpelijke en onrechtvaardige wereld kwam er uit. Zie je het voor je? Blote mama op de overloop met kind tegen haar aan en een kat die besluit dat dit hét moment is om aan haar grote teen te gaan hangen? “Maar je hebt toch maar mooi mijn deodorant gehaald, kleine man. Dank je wel.” Klik. Stralend kind dat me in mijn buik port. “Hahahahaha, jij hebt een dikke buik! En je bent naaaaaaakt! Ik heb gewonnen, ik ben al aangekleed!” En de dag ging verder.

Reacties (1)

  1. Avatar Annemiek Wils schreef:

    De jongste heeft het kaartspelletje “pesten” voor zijn verjaardag van een vriendje gekregen. We besluiten het ’s morgens met z’n 3e te spelen na het ontbijt en voor schooltijd. Als ik nog even een kopje koffie voor mezelf inschenk hoor ik beide mannen het bloed onder elkaars nagels vandaan halen. Het uitdagen en lelijk reageren gaat over en weer. “Hééé, dat is niet aardig! Jullie zijn al met het spel begonnen zonder mij”, roep ik. “Nee hoor, we zijn nog niet begonnen”, roepen ze in koor terug. “Jawel, jullie zitten elkaar al te pesten!”, reageer ik. Ze kijken me verwonderd aan en dan begint de oudste hard te lachen. De jongste blijft me niet begrijpend aankijken. Taal, het blijft een mooie manier om in één keer de angel eruit te halen en situaties om te buigen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *