Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

… en weer terug

Onze oudste kan spelen, spelen, spelen en praten, praten, praten. Ondanks dat is hij op z’n Nigeriaans gezegd ‘quite a handful’ en bovendien heus niet altijd een open boek. En misschien komt dat vooral omdat we veel tegen hem praten en hem in alle bochten proberen te dwingen om hem in het ritme van de dag te persen: van opstaan, via school, tot avondeten, douchen en weer in slaap vallen. Best een opgave voor ons allemaal. Nu weer even zo groot dat we aan het eind van de dag stoppen met praten en eens terug mijmeren: het is deze dagen meer dan anders, maar wat is er?

Uit Raad eens hoeveel ik van je hou (illustratie Anita Jeram)

Uit Raad eens hoeveel ik van je hou (illustratie Anita Jeram)

Glimlachend denk ik terug aan een paar dagen geleden: het was je gelukt om van meccano een takelwagen te maken. Je speelde meteen een spel met Takel. Maar Takel huilde omdat je hem iets wilde laten takelen, wat niet lukte. En met jouw piepstem zei Takel: ‘Boehoe, ik vind het niet leuk dat ik niet kan takelen, ik wil net zo zijn als de anderen.’

Een dag later was je weer vol fantasie aan het spelen: je had een kasteel gebouwd, met een puntdak. En verstopt in dat kasteel zat een prinses. Met een lijmstift had je een briefje geplakt op het Nigeriaanse krukje dat de weg versperde. Onleesbaar, dus je lichtte fluisterend toe: ‘Hier mag je niet komen mama, en papa ook niet als hij straks thuis is. Broertje en ik mogen hier alleen komen. Anders maak je de prinses wakker en dan zet ze haar bliksem aan. De bliksem stuurt witte mensen naar boven en dan kan je niet meer naar beneden en dat willen we niet, toch?’

De dagen erna had je even wat minder speeltijd maar ineens jokte je over van alles, vooral over kleinigheden. Zo kende ik je niet. Ik vroeg je hoe het zat en ineens kwam daar je antwoord: ik denk dat ik anders weer naar Nigeria moet. Het bleek dat je dacht dat je op je verjaardag die over een halfjaar is, weer terug gebracht zou worden. En bij je broertje heb je gezien waar je dan terecht komt: een kindertehuis.

Jaren ben je bij ons, al je twijfels en onzekerheden zagen we aankomen en vingen we met liefde op. Nu je een grote stoere zes-en-een-half-jarige bent zag ik deze niet aankomen en liep ik er met open ogen langs.

Het is ook een ongelooflijke spagaat die je moet maken: je leeft in een kleuterwereld, maar je enorme leesvaardigheid brengt je al in de grotemensenwereld. Je houdt van het land van Pounded Yam en okada’s (motor) en de Afrikaanse markt, maar dat is ook het land van verlies, rouw en je broertje halen uit het tehuis waarin hij nog niet had leren lachen.

Daarom lieve jongen: praat en speel maar, we spelen en praten met je mee. Je deken stoppen we vanavond extra stevig in, zodat je de armen van Grote Haas nog om je voelt als je al slaapt. En je weet het, maar ik zeg het nog maar eens: ik hou van je tot aan de maan en weer terug. ‘En dan nog verder he, mama?’ ‘Ja, nog veel, veel verder jongen’.

Al zou ik willen dat ik meer kon doen.

Reacties (1)

  1. Avatar Sabine van Staden schreef:

    Ah, dat doet mij denken aan de paniek van oudste toen haar 7e verjaardag naderde: ze dacht dat ze op zichzelf moest gaan wonen en was boos/paniek omdat ze nog niet kon koken of de wasmachine bedienen. Fijn dat hij zich uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *