Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

Gaan we nu?

Wachten tijdens een derde adoptieprocedure leek vooraf makkelijker dan het was: we hebben de zorg voor twee prachtige jongens en we kunnen op basis van twee procedures wel een goede inschatting maken van hoe een derde procedure eventueel zou kunnen lopen. Het devies is dus: doorgaan met leven en ons en de kinderen voorzichtig aan voorbereiden op de komst van zusje of broertje.

Dat ik hier nu een blog over schrijf, geeft al aan dat er blijkbaar meer over valt te zeggen. En dat is zo. Want twee jongens meenemen door de wachtperiode heen, met hun verlangen naar Nigeria, naar een zusje of broertje, door de gesprekken met de Raad en door vergeten of toch ineens opgeroepen vroege herinneringen heen…is een hele taak.

Onze oudste zoon is zeven en hij leeft op het moment tussen de wonderlijke scheiding tussen zijn fantasiewereld en de grote-mensen-wereld. Bijvoorbeeld: hij wil alles weten over vulkanen, dinosaurussen, dag en nacht, uitgestorven dieren en glibberige slakken. Wetenschap dus, feitjes die wij moeten googlen om zijn vele vragen te kunnen beantwoorden. Bij museum Naturalis in Leiden mocht hij, net als alle andere kinderen, vragen stellen aan de vrouw die alles wist over een opgegraven tyrannosaurus rex. ‘Wat zou jij willen weten als je deze rex had opgegraven?’ was haar vraag aan de kinderen. De brandende vragen van onze zoon: heeft hij scherpe tanden en kan hij vuur spugen? Langzaamaan, heel langzaamaan leert hij het verschil tussen fantasie en werkelijkheid. Een mooie ontwikkeling, maar soms ook best jammer omdat deze ontwikkeling ook gepaard gaat met pijnlijke onzekerheden en het ontkrachten van mythes bij zijn kleuterbroertje.

Die kleuter in huis, is onze, vooralsnog, benjamin: een duimende -ik-ben-al-groot man die ineens overdag zindelijk is. Het is niet overdreven om te zeggen dat hij vrijwel elke dag zegt dat hij liefst nu al naar Nigeria gaat om voor zusje of broertje te zorgen. Af en toe komen daarbij ook ver verstopte herinneringen naar boven, vooral vormt de komst van een zusje of broertje voor hem een goede aanleiding om te begrijpen hoe het bij hem is geweest: de tijd in Nigeria en de overgang naar zijn Nederlandse papa en mama.

Moeder met kind op een okada (motor) in Nigeria

Moeder met kind op een okada (motor) in Nigeria

Die grote broer en kleine broer leven allebei op hun eigen niveau met de gedachte aan een toekomstig broertje of zusje. Op een zaterdagochtend komt onze jongste als eerste uit bed en hij kruipt eerst even bij papa. Daarna komt hij bij mij. ‘Zusje of broertje toe?’ Ik check het even: jij wilt naar zusje of broertje toe hé?… En inderdaad, dat wil hij heel graag. Ik vertel dat wij allemaal heel erg graag naar Nigeria willen, maar dat we nog geduld moeten hebben: wachten tot we een telefoontje krijgen dat er allerlei belangrijke papierwerken geregeld zijn.

Onze jongste denkt weer na. En dan komt hij met een idee: mama, ik ga Nigeria bellen, vragen of we zusje of broertje mogen halen. (Denk deze zin in peutertaal, er gaat meestal wat ontcijferen aan vooraf om de hele boodschap te ontdekken, maar de boodschap zit er wel in!)

De daad bij het woord voegend, zoekt hij een telefoon. Inmiddels weet ik dat dat echt geen speelgoedtelefoon hoeft te zijn. Ik wijs naar mijn tube lotion. Dat kan rekenen op een enthousiaste knik en er wordt meteen druk mee gebeld. Een vragenvuur ontstaat, soms beantwoord door mij. Kunnen we naar Nigeria om zusje of broertje te halen? Ik wil daar pounded yam (Nigeriaans eten) halen, thuis is het bijna op. Ik zusje broertje melk geven, zusje broertje moet melk drinken. Ik beantwoord de vragen vanaf de andere kant van de lotion/telefoonlijn en bevestig hem dat hij echt een flesje melk mag geven aan zusje broertje, of eten, maar dat iedereen nog even moet wachten op alle belangrijke papierwerken. Tevreden bedankt hij en legt hij de telefoon neer.

En? Vraag ik na het bellen, mogen we? Ja, zegt onze jongste, we gaan naar Nigeria! Ondertussen is ook onze oudste opgestaan en in bed erbij gekropen. Met handen- en voetenwerk en gebabbel wordt aan de oudste uitgelegd dat ze naar Nigeria gaan. Even kijk ik afwachtend naar onze wijze oudste, die al steeds vaker aan zijn broertje uitlegt hoe de vork echt in de steel zit. Hij kijkt vertederd naar zijn broertje en zegt: ja? Gaan we naar Nigeria? Zijn kleine broertje wenkt hem mee en hij volgt. Blij stappen beide boys de kamer uit, op reis naar Nigeria, dat gelukkig in de slaapkamer naast ons ligt. De bruine babypop krijgt een flesje melk, de zaterdag is begonnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *