Patrick Matheeuwsen

Ik ben Patrick. Samen met Alinda heb ik twee prachtige kinderen uit China. Een dochter uit het Zuiden en een zoon uit het Noordoosten van China. Ik schrijf over de perikelen in ons gezin en in hoeverre adoptie een rol in ons leven speelt.

Heen en weer

Onze jongste is helemaal blij wanneer ik samen met hem in Minecraft een huisje bouw en op jacht ga naar monsters. We kruipen dicht tegen elkaar aan en gaan op digitaal avontuur.

‘Papa, jij bent de beste vader ooit!’

Dat zijn natuurlijk woorden die erg fijn zijn om te horen. Het geeft een warm gevoel omdat we samen iets leuks aan het doen zijn, en dat wordt dan ook nog eens bevestigd door de woorden van een stralend mannetje dat me erg blij aankijkt. Heerlijk.

Een paar uur later, ik weet niet eens meer precies de details, zeg ik iets tegen hem en hij mept me keihard tegen mijn arm. Hij begint te schelden en te schreeuwen en kijkt me razend aan. Er blaast bijna stoom uit zijn oren van woede.

‘Jij bent de slechtste vader ooit! Je verpest mijn leven!’

Ik wrijf verrast over mijn arm en weet even niet wat ik moet doen.

Op een andere dag, krijg ik een kopje van mijn dochter, en kruipt ze als een poes spinnend op mijn schoot. We kijken relaxed naar een leuke film, knus op de bank. Ik geniet van dit soort momenten, een zeldzame knuffel en samen iets doen wat we allebei leuk vinden. Met wat lekkers te smikkelen erbij, hebben we een fijne tijd.

Later op dezelfde dag vraag ik geïnteresseerd hoe het gaat met haar schoolwerk. Maar haar antwoord bestaat uit zwijgen en negeren. Wanneer ik het nog eens vraag, verdwijnt ze woedend stampvoetend naar boven en smijt ze de deur zo hard dicht, dat de ramen rammelen in de kozijnen.

Ik kijk verbaasd toe en vraag me voor de zoveelste keer af of onze buren nog geen genoeg hebben van die herrie. Ben ik de ene dag geliefd, de volgende dag word ik gehaat. Dan ben ik de boeman, en is mijn vrouw geweldig. En even later is het andersom. Dan kan ik niet meer stuk, maar is mijn vrouw ineens de aller slechtste moeder die er bestaat.

Het ene moment krijgen we knuffels, het andere moment krijgen we slaag. Of er wordt van alles met ons gedeeld, om later alleen maar gesnauw of stilte te krijgen. Soms zijn we fijne ouders, maar soms lijkt China veel aantrekkelijker dan thuis te zijn. Dan is er contact, dan is er afwijzing. Is er liefde, is er haat. Aantrekken, afstoten. Heen en weer.

Om dit soort gedrag alleen te verklaren met hun adoptieverleden is te gemakkelijk. Het is natuurlijk complex. Er zijn veel factoren die hier invloed op hebben. Een slechte dag, rondvliegende puberhormonen, vermoeidheid, onzekerheid, angst, hechtingsproblemen, moeilijkheden op school, loyaliteit, een drukke agenda, en ja, ik geef het toe, soms zijn wij ook best irritante ouders die er niets van begrijpen.

Maar een onderliggend patroon is er wel, ook erg herkenbaar onder adoptieouders. Steeds maar weer een strijd tussen aandacht vragen en dan weer afstoten. Dat is niet altijd makkelijk. Het heen en weer slingeren tussen emotionele pieken en dalen kan flink wat energie kosten. Het is de kunst om je niet te veel mee te laten slepen en het vooral niet persoonlijk te nemen. Maar zeg nou zelf, wanneer je voor rotte vis wordt uitgemaakt terwijl je uit het diepste van je hart liefde en aandacht wilt geven, dat kan behoorlijk pittig zijn.

Ik moet denken aan het liedje ‘De Veerpont’ van drs. P. Waarbij hij heen en weer pendelt tussen de oevers van een machtige rivier. Na talloze keren heen en weer te varen, ontaardt het in een chaotisch tafereel, waarbij de veerpont zinkt.

Nou denk ik niet dat wij uiteindelijk gaan zinken, maar we pendelen wel continue heen en weer tussen twee oevers. Van de aangename kant naar de onrustige kant en weer terug. En het blijft maar doorgaan. Het enige wat we kunnen doen is de veerboot zo goed mogelijk te besturen, onze kinderen mee te nemen op reis en hopen dat ze niet al te vaak uitstappen op die ellendige chagrijnige oever. En mochten ze daar staan, dat ze weer snel terug op de boot springen om samen met ons naar een andere plek te varen.

‘Pap, speel jij een spelletje met me? Want mama die kan er nooit iets van en is helemaal niet leuk.’

‘Nou, dat klinkt niet erg aardig, je speelt toch ook vaak een spelletje met mama? En dan heb je er net zoveel plezier van! Maar goed, ik doe wel een spelletje met je. Ik maak dit nog even af en dan kom ik.’

Even later:

‘Zo, ik ben er klaar voor. We gaan een spelletje spelen! Wat had je in gedachten?’

‘Huh? Een spel met jou? Waarom zou ik? Daar is niks aan met jou. Doei.’

Pfff. Je zou er toch het heen en weer van krijgen.