Avatar

Karen Visser

Moeder van drie: zoon Casper '02 (thuis geboren), dochter Ying Xin ('04, Wenzhou/Zhejiang, China, special need) en zoon Hong Jie ('06, Hangzhou/Zhejiang, China, special need). Karen heeft geblogd van juli 2015 tot december 2016.

In blijde afwachting

Adoptiezwanger, een gebruikelijke term voor mensen die ‘in het circuit’ rondlopen. Wachten op een voorstel, op papierwerk, een volgende stempel, op reizen: adoptie is wachten. Zwanger zijn van een biologisch eigen kind en zwanger zijn van een adoptiekind heeft zeker overeenkomsten. De spanning, het vooruitkijken naar iets leuks dat er aan zit te komen, het delen met vrienden en familie… Al vult iedereen dat op zijn eigen wijze in. Maar er zijn ook verschillen; vier grote hier op een rijtje.

1 Meer mensen dan je lief hebt, hebben een mening over je gezinsuitbreiding.

Er zijn maar weinig mensen die bij een zwangerschap fronsend zullen reageren op je nieuwtje: ‘Zou je dat nou wel doen?’. Uh… Nee. Zwanger is zwanger. Dat kind komt – althans, als alles loopt zoals gewenst.

Over adoptie heeft iedereen een mening, van de kassière van de supermarkt tot de wandelvriendin van je schoonmoeder – en die zullen ze laten weten ook. Niemand zegt bij een zwangerschap ‘Weet waar je aan begint! Kinderen kunnen heel koppig zijn, wist je dat?’. Maar bij een adoptie is volstrekt gebruikelijk om te zeggen ‘dat je echt wel moet uitkijken, omdat ze toch allemaal later ondankbaar zijn en Spoorloos willen inschakelen.’

2 Je vinkt lijstjes van handicaps aan. Of niet.

Hoezo ‘neem ik een groot risico met die adoptie’? Ik kan nog een lijstje afwerken: nee, niet rolstoelgebonden. Nee, geen ernstige hartziekten. Wij hebben het twee keer gedaan, bij beide procedures, en het blijft een surrealistische ervaring.

Dat kan een zwangere vrouw niet, hoe graag ze dat ook zou willen: die krijgt wat ze krijgt. Wij ook natuurlijk – een adoptie is qua onverwachte aspecten evenzeer een ‘verrassing’ als een kind dat bij je wordt geboren. Qua gezondheid, karakter, ontwikkeling… Je weet het nooit.

3  Je familie wordt groter dan hij op het eerste oog lijkt.

Je krijgt er een kind bij. Of meer dan één, dat kan natuurlijk. Daar blijft het niet bij: een adoptiekind brengt een schaduwfamilie met zich mee, die je meestal niet kent. Ouders, misschien ook broers en zussen… Onzichtbaar haast. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. En je kind kan er intens verdriet van hebben, van dat onzichtbare stuk familie: het gemis kan heel pijnlijk zijn.

20160223 Karen - Hong Jie 2Dan nog een eventuele pleegfamilie, voor de bofferds, die ze kennen en waar ze contact meehebben. Die hebben een belangrijk eerste stukje van je kinds ontwikkeling meegemaakt en vormen dus ook een stukje in zijn of haar geschiedenis. Nóg een stuk familie om regelmatig op de hoogte te houden.

4  Je hebt al een foto van je kind.

Alle 3d-foto’s van ongeboren kinderen ten spijt: een foto hebben van je kind, of meerdere zelfs, is een heel apart iets. Ik weet nog precies de momenten dat ik de foto’s van mijn kinderen voor het eerst zag: mijn dochter in de spreekkamer van Wereldkinderen, mijn zoon toen ik de postbode drie straten verderop al onderschepte en de envelop midden op straat openritste. Daar zat ie, in zijn wipstoel met een waaier in zijn hand. Heel bijzonder! Iets om te koesteren, zo’n foto.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *