Stéphanie

Even voorstellen…Ik ben Stéphanie en samen met mijn man zijn wij de trotse ouders van onze Filipijnse zoon. Wij zitten midden in een tweede adoptieprocedure en zijn in blijde afwachting van een broertje of zusje uit de Filipijnen. Al schrijvend geef ik je een kijkje in ons prachtige gezin, lees en geniet!

Loslaten

“Mama, ik zet mijn fiets vast weg, dan kan jij de brief in de brievenbus gooien.” Euh..hoor ik dat goed? “Je bedoelt dat jij vast hier je fietst in het rek zet, en dat ik daar de brief in de bus gooi?”, vraag ik om er zeker van te zijn dat ik het echt goed heb gehoord en begrepen. “Ja”, zegt hij en weg is-tie. Oké, ik loop de 150 meter naar de brievenbus en laat mijn zoon achter. Als ik van de brievenbus terug loop naar het fietsenrek, zie ik hem niet meteen tussen de andere mensen. Mijn hartslag versnelt zich een beetje, maar gelukkig zie ik al snel de vlag op zijn fiets. Deze prijkt trots en dapper boven de andere fietsen uit en snel loop ik naar hem toe.

Ik moest er zo aan wennen, een peuter die 24/7 bij je is, in de letterlijke betekenis van het woord. Op je zit, aan je zit en je niet uit het oog verliest, 24/7. In de eerste weken als gezin samen, zat mijn zoon aan mij vastgeplakt. Hij wilde de hele dag op schoot zitten en als ik naar het toilet ging wilde hij ook daar op schoot zitten. Hij verloor me geen seconde uit het oog. ‘Uit het oog is uit het hart’, was zijn lijfspreuk. Het kinderbrein werkt als volgt: ik zie het niet, dus het is er niet. Als ik mama niet zie, is ze er niet en ben ik dus helemaal alleen. Dat mama 5 meter verderop in de keuken staat doet er dan totaal niet toe. Voor mijn zoon had dat nog een extra dimensie. Ik zie mama niet, ze is er niet, ik ben alleen, ze laat me in de steek! De angst om door zijn nieuwe ouders alleen gelaten te worden en dus in de steek gelaten te worden was heftig aanwezig. Daarom was het veilig om op of aan mama te zitten en haar geen seconde uit het oog te verliezen.

Na verloop van tijd merkten we dat het vertrouwen beetje bij beetje begon te groeien. We maakten kleine stapjes. Opeens kon ik weer alleen naar het toilet, wat vond ik dat fijn! Oké, de deur moest wel open blijven. Zolang hij me hoorde kon ik me op de begane grond vrij bewegen zonder te zeggen waar ik heen ging of wat ik ging doen. Al die kleine stapjes vooruit, soms een enkele achteruit, brengen hem steeds verder bij mij vandaan. Bij elk stapje groeit zijn vertrouwen dat ik er altijd voor hem ben. Niet altijd zichtbaar, maar wel altijd aanwezig.

Er blijven nog steeds momenten die spannend zijn. Naar school brengen gaat goed, maar als ik tussen de middag op school kom om ‘pleinwacht’ te lopen is het soms moeilijk om weer afscheid te nemen. Spelen bij vriendjes thuis gaat de ene keer goed, maar de andere keer niet.
Op andere momenten laat hij merken dat hij ons los durft te laten. Hij vergeet te zwaaien voor het raam op school, zit op zolder te spelen terwijl ik beneden ben, of zet alleen zijn fiets neer in de winkelstraat, terwijl ik naar de brievenbus loop.

Mijn zoon heeft geleerd en ervaren dat loslaten niet betekent in de steek laten.
Nu ben ik aan de beurt om te leren hem los te laten en zonder versnelde hartslag een brief op de post te doen.