Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

Opgeruimd huis

Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd, zegt men. Een beetje klopt het wel, het helpt dat ons huis op zekere dagen helemaal (min of meer) ordelijk moest zijn. Die ene dag… was de dag waarop we gemixt zenuwachtig en vol vertrouwen de komst van de raadsmedewerkster afwachtten. Tijd voor het gezinsonderzoek naar aanleiding van onze aanvraag voor een vierde beginseltoestemming. Vol vertrouwen gingen we het onderzoek in, want we weten wat we kunnen, in huis hebben en hoe we voorbereid zijn. Minstens zo zenuwachtig zijn we toch, want een ander moet ons weer beoordelen, we moeten weer met een nieuwe raadsmedewerkster onze zielenroerselen en ons gezinsleven delen, in de hoop en het vertrouwen dat…

En o ja, ook zenuwachtig omdat we niet echt een blik vol voorbeelden van gezinnen met vier (geadopteerde) Nigeriaanse kinderen hebben. Zou de Raad gewoon zeggen: nee, kan niet, tenzij… (net zoals dat gaat met de beginseltoestemming voor een sibling ‘nee, tenzij…’).

Meer redenen om ineens zenuwachtig te zijn: er slaapt nog wel eens een kind in ons bed. Of bijna altijd. Willen ‘ze’ dat alle kinderen volledig zelfstandig zijn? En tot slot: zenuwachtig omdat de kinderen ook mee mogen praten. Ze zijn een supertrio, maar misschien roept er een, precies wanneer er een vreemde over de vloer komt: ”Nee, ik wil niet naar Nigeria, nooit niet en hier in huis is het sowieso veeeel te druk.” Of een van de kinderen wil niet praten en een derde vliegt grenzeloos op schoot -help hechting- en maakt ehmmm… dingen stuk ofzo.
Oh, en onze nieuwe kinderslaapkamer is in de fase ‘nog niet klaar’. Moet het huis niet eerst perfect in orde zijn, enzo? Oftewel: beginnen we met een achterstand en moeten we die om zien te buigen? Went het ooit, dat dit soort beslissingen eigenlijk gewoon buiten ons liggen?

We waren niet zo nerveus als de eerste keer, toen we na het bezoek van de raadsmedewerkster nog een uur niet vrijuit durfden te praten, die week niet onderuit durfden te hangen en niet met pizza op schoot konden zitten uit angst dat er camera’s hingen die de perfecte aspirant-adoptieouders begluren. Dat geloofden we niet echt natuurlijk en het is lichtelijk overdreven, we aten gewoon aan tafel, maar meer omdat dat makkelijker was. Maar het gaf ons wel het gevoel dat we perfect moesten zijn voor De Raad en dat de toekomst van een kind in een kindertehuis er van afhing. Het gesprek werd toen ook wel ontspannen, ijs brak enzo, maar lichtelijk spannend blijft het gezinsonderzoek wel…
Maar echt, we leren blijkbaar. Dit keer was het een gezonde mix van vertrouwen en nervositeit. Dat bleek wel: ik weet niet hoe vroeg onze Raads-date kwam, maar wel ruim vóór het afgesproken tijdstip. En we bleven daar relaxt over, ook al kon ik daardoor niets bakken en was het stofzuigen nog niet helemaal af. Manlief parkeerde de stofzuiger gewoon rustig in een verborgen keukenhoekje en ik kwam semi-relaxt de trap afdalen, zonder eerst in de spiegel te hebben gekeken.

De afspraak was heel handig gemaakt: eerst van 10.45 uur tot 12.15 praten zonder kinderen erbij. Dan gaat papa de kinderen van hun scholen halen, waarna we verder praten met drie kinderen erbij. Of wat er van praten komt.
De binnenkomst was vrolijk en relaxt. Ook de rest van het gesprek liep erg soepel. Het viel ons, zoals de vorige keren, toch weer erg mee. Geen onverwachte dingen, vooral vragen en overwegingen waar we al ruim over nagedacht hadden, etc. De meest lastige vraag dit keer: “Maar wat als jullie nou geen beginseltoestemming krijgen? Hoe zou dat zijn?” Een lastiger vraag, omdat het tegelijk gaat over ‘niet geschikt zijn’ en over een kind dat nu misschien in een kindertehuis zit. Maar goed, ook hierover konden we openlijk praten. Ik luisterde naar de inmiddels trotse papa van drie kinderen, mijn man. Vaak begin ik als eerste met antwoorden, maar nu hij. In een paar woorden had hij het over een kind dat dan misschien geen gezin krijgt (want nou ja, we staan open voor kinderen die lastiger te ‘bemiddelen’ zijn) en wat raakte mij dat diep. Wat een vader, die jongen waar ik ooit verliefd op werd en die gewoon zo’n lekkere stabiele factor is voor de kinderen. Hij en ik doen niet altijd alles precies hetzelfde, we verschillen best van elkaar, maar wat werkt dat prima.

Nou en toen dus het laatste stuk: papa haalt de kinderen op. Feest, want dat doe ik normaal op woensdag. Kinderen geïnstrueerd de afgelopen dagen: “Er komt een mevrouw en het gaat over Nigeria, zusje/broertje of net waar je wat over wilt vertellen.” En tegen onze oudste die dacht dat hij dan keurig op een stoel moest zitten: “Als je gewoon wilt spelen, mag dat.”

De kinderen kwamen thuis, terwijl de raadsmedewerkster er was: dan kijk je toch even met een andere bril naar het drietal dat binnenstormt/-druppelt. Op schoot en/of ons even in de armen vliegen, een boterham voor wie nog niet op school heeft gegeten, iets anders voor wie al lunch op school heeft, kennismaken, handje geven, praten, spelen. Het ging fantastisch, wat deden ze het goed! Bijna geen tijd om over Nigeria te praten, want onze dochter moest laten zien dat ze kleren hadden gehad van een mama van school. En haar speeltent moest geshowd worden. En haar auto’s.

De ultieme test: een kind dat niet luistert. Dit keer was het onze dochter, die liever speelde dan dat ze haar drinken opdronk. Hier in huis kunnen auto’s praten, dus de auto zei dat ze moest drinken en toen ging het prima. Ze was blij en trots. Onze kleine zoon was heerlijk relaxt zichzelf en deed samen met zijn zusje hoe kleuters doen. En hij vertelde desgevraagd dat hij in Nigeria naar zusje of broertje wil en naar zijn favoriete restaurant (eten en spelen) en naar de dierentuin. Onze oudste had pijn in zijn ogen van het schoolzwemmen en hij was moe, maar hij kwam er gerust even bij zitten en praten (“mijn zusje mag bij mij op de kamer”) en daarna speelde hij verder. Gewoon ons heerlijke, knuffelige drietal. Waar er gerust nog ééntje bij kan. De kinderen hebben de dame verzocht om een zusje, in verband met  de jongens-meisjes balans. Op onze dochter na, die graag een zusje én een broertje wil. Daar maken we maar gewoon een ‘of’ van. Het maakt ons als ouders niet uit.

Onze oudste wenst een zusje dat ziek is. Voor het zusje wenst hij dat ze gezond is, voor hemzelf wenst hij dat ze ziek is, zodat er meer kinderen in ons gezin zijn die veel pillen moeten en wel eens dingen niet kunnen / anders doen. Ons lieve drietal vroeg de dame om te blijven dineren, maar in plaats daarvan op zaterdag bij vriendjes eten was ook goed. Uitzwaaien bij het raam en toen was het voorbij. Hadden we hier echt weer tegenop gezien? Gaat het magische dan echt gebeuren? Wij? Een (vierde) kindje dat wel een paar broers en een zus en ouders kan gebruiken, gaat bij ons komen? We hopen het heel hard allemaal, maar we durven het bijna niet te geloven…