Avatar

Sabine van Staden

Therapeutische aandacht

Oudste was heel klein toen we haar mochten ophalen: 70 cm en 7 kilo. Niks mis mee als je een baby van 6 maanden krijgt, maar wij adopteerden een meiske van 2,5.
Het zien is toch anders dan het door de telefoon horen – maar echt schrikken deden we niet.
Er zat een hoop leven in dat kleine hoopje mens en ze dicteerde ons blijmoedig de kamer rond: ‘mama, gimme water now!’ in het volste vertrouwen dat er gehoor aan gegeven zou worden. Wat we uiteraard ook deden en eigenlijk nog steeds doen.

Ze groeide al heel snel, en heel hard. Sabine - therapeutische aandachtAl in Nigeria begon dat – geen verandering in voedsel maar wel in leefomstandigheden. Het eerste jaar dat ze bij ons was groeide ze 24 cm. Het tweede jaar ging het iets langzamer, maar nog steeds met een zeer gestage cm per maand.
Naar mate het ondervoedingsbuikje slonk, groeide haar loopvermogen en we hebben de eerste jaren heel wat afgewandeld. Maar dat ze motorische achterstanden had was duidelijk. En hoe vlieg je dat dan aan?

We kozen, in samenspraak met de kinderarts, er voor het leuk te houden. Geen fysiotherapie maar ballet en zwemmen – bewegingen waarbij het hele lichaam gebruikt moet worden en waarbij coördinatie vereist is. Maar wat ook lekker spelen is en waar andere kinderen bij zijn.
Ik vond een kleine zwemschool met een klein badje – klein staat voor onze oudste gelijk aan veilig – waar men begrip had voor haar (on)vermogens en ze zich op haar eigen tempo de bewegingen eigen mocht gaan maken. Ballet was vanaf dag 1 een schot in de roos, alhoewel de vorm in de loop der tijd gewijzigd is. Van klassiek naar modern en dancemix.
Zo begonnen de eerste jaren van inhalen: zwemmen, ballet, gymnastiek op school, motorisch remedial teaching op school. Langzaam zagen we haar groeien en haar beheersing over haar lichaam groter worden. Haar beentjes trokken recht, haar houding verbeterde.

Tot het moment waarop ze leek te stagneren. Touwtje springen, ballen vangen en gooien, schaatsen, hinkelen en huppelen: het lukte allemaal net niet.
Gerichte aandacht was nodig. Therapeutische aandacht, want soms kan een derde iets beter aan- en overdragen dan een papa en een mama.
We vonden een therapie soort waarvan we dachten dat het bij zou kunnen dragen: sensorisch-integratie therapie. Vanuit de gedachte ‘ze heeft fysiek niet de normale ontwikkelingsstappen doorgemaakt, eens kijken of er wat in te halen valt’.
Het klikte met de therapeute – een eerste vereiste bij onze dame. We stelden doelen vast. En daar ging ze. Met twee benen springen terwijl je een bal vangt. Touwtje springen. Hinkelen. Huppelen. Met iedere fysieke ontwikkeling gebeurde er ook iets op school: ineens was de klik er voor het vermenigvuldigen. Ineens zaten de getallenlijnen er in. Mijn vermoeden van een link tussen fysieke ontwikkeling en hersenontwikkeling werd – en wordt – iedere keer weer bevestigd door wat onze dame liet – en laat – zien.
Aan het einde van het jaar was ze letterlijk met sprongen vooruit gegaan. Het dansen ging beter, haar zwemdiploma’s waren binnen en ze ging met haar broertje mee naar zijn gymclubje – basisoefeningen turnen – alwaar de handstand en de radslag werden bereikt.
Wat (therapeutische) aandacht al niet kan bereiken.

Afgelopen (school)jaar stagneerde weer het een en ander. En nét op het moment dat ik dacht ‘hmm.. misschien toch maar weer eens wat zoeken’ kwam ze zelf met een verzoek. Of ze op karate mocht. Hoe mooi dat ze zelf gaat voelen wat ze nodig heeft!
Kracht en coördinatie en uithoudingsvermogen. Eens kijken wat voor effect dat op termijn gaat hebben.

Therapeutische aandacht komt nu eenmaal in vele vormen

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *