Patrick Matheeuwsen

Patrick Matheeuwsen

Ik ben Patrick. Samen met Alinda heb ik twee prachtige kinderen uit China. Een dochter uit het Zuiden en een zoon uit het Noordoosten van China. Ik schrijf over de perikelen in ons gezin en in hoeverre adoptie een rol in ons leven speelt.

Tjing tjang tjong

We fietsen richting huis, mijn dochter zit achterop de fiets in het zitje. En ze kletst over wat ze vandaag heeft gedaan op school. Terwijl ik naar haar verhaal luister, zie ik twee jongens op de stoep lopen. Ik schat dat ze rond de 13 jaar oud zijn. We rijden ze voorbij en ineens roepen ze naar ons. “Hé! Tjing tjang tjong!” En ze trekken scheve ogen. “Sambal bij!?” En al lachend lopen ze verder.

15 11 23 Patrick - tjing tjang vlag

Terwijl ik doorfietste, kletste mijn meisje vrolijk verder, ze had niets gemerkt. Maar ik luisterde niet meer naar haar, want ik was even druk bezig met mijn gedachten. “Huh? Wat was dat? Wat gebeurde hier?”

Enkele weken later waren we met het gezin in een grote speeltuin. Skelteren is favoriet, dus mijn dochter sjeesde vrolijk over de skelterbaan. Ze haalde andere kinderen in, laveerde behendig tussen de andere skelters door.

Totdat ze in een file terecht kwam, zelfs op skelterbanen komen die wel eens voor. Terwijl ze aan het wachten was totdat de file zou oplossen, kwam er een jongen aangereden en stopte voor haar neus. Hij wees naar haar en riep met luide stem: “Chinees! Chineeeees! Zeg eens iets in het Chinees? Chineeeeeees!! Tjing tjang tjong!”

Hij kreeg weinig reactie terug, want mijn dochter negeerde hem volkomen. Dat is haar tactiek voor zulke voorvallen. Maar ondertussen maalde het weer binnen in mijn hoofd. “Huh? Waarom doet hij dat? Waar slaat dit op?”

Op dat moment maakte ik kennis met iets, waar ik eerder nooit mee in aanraking ben gekomen. Namelijk het roepen van zogenaamd grappige of stigmatiserende opmerkingen puur gebaseerd op raciale kenmerken.

Racisme!

Sommige mensen zullen het niet zo noemen, maar in mijn ogen is het wel racisme. Een milde vorm ervan weliswaar, maar toch.

Voordat ik een vader werd van twee Chinese kinderen, leefde ik in mijn eigen cirkeltje in de maatschappij. Een blank cirkeltje, blijkt nu, maar dat had ik toen niet in de gaten. Ik draaide gewoon mee in het leven, had weinig moeite met solliciteren, kreeg makkelijk een baan, kreeg geen opmerkingen over mijn uiterlijk, geen oordeel over mijn afkomst, hoefde me niet extra te bewijzen. Alles liep gesmeerd en was vanzelfsprekend.

Daar is een Engelse term voor. ‘White Privilege’.

Nogal een beladen term, vaak voelen mensen zich meteen aangevallen wanneer je deze term noemt. Maar het is geen aanval, het is juist iets onzichtbaars, waar je eigenlijk geen weet van hebt. Totdat je ineens buiten het beschermd blanke cirkeltje komt.

En dat gebeurde mij dus. Ineens werd ik geconfronteerd met een tipje van de sluier van wat mijn kinderen te wachten staat. Niet wat ik zelf dus ooit ga meemaken, maar wel mijn kinderen. Niet om wie ze zijn, of om wat ze doen, maar om iets waar ze totaal geen invloed op hebben, waar ze niet om gevraagd hebben, ze hadden geen keus. Puur omdat ze een Aziatisch uiterlijk hebben, wordt er een oordeel over hen geveld.

Weer een nieuwe uitdaging als adoptievader! Genoeg smaken om uit te kiezen. Hechting, afkomst, verlies, andere cultuur, identiteitscrisis, trauma en nu dus ook, als bonus, racisme!

Omdat de kinderen nog klein zijn, gaat het nog om kleine dingen, amper herkenbaar als discriminatie eigenlijk.

Hanky Panky Shanghai zingen in de klas, met scheve ogen.

“Ja, Aziatische kinderen zijn goed in rekenen, intelligent, dat zie je wel.”

“Wat ben je toch een mooi kindje, met van die zwarte haren en donkere ogen.”

“Ni Hao” zeggen, alsof het vanzelfsprekend is dat ze Chinees praten.

“Lusten ze ook aardappels of alleen maar rijst?”

“Tjing tjang tjong!”

“Oewaaaaa tjaaaaa” (met kung fu gebaren).

“Wat praten ze toch goed Nederlands.”

Maar hoe ouder ze worden, hoe heftiger de opmerkingen kunnen worden.  Of het hoeft niet eens heftig te zijn, maar alleen al om bepaalde microagressies voor de duizendste keer te horen, kan al enorm frustrerend zijn.

“Wat ga je zingen? Nummer 39 met rijst?”

Beroemde woorden van jurylid Gordon over een Chinese kandidaat bij Holland Got Talent. Enige tijd later ontplofte de media en was de maat vol volgens vele tweede en derde generatie Chinese Nederlanders. Even zagen we een glimp van wat mensen met Aziatisch uiterlijk regelmatig voor hun kiezen krijgen.

Veel mensen snapten niet wat er gaande was. Hetzelfde zie je nu eigenlijk gebeuren bij de Zwarte Pietendiscussie. De meeste mensen zien het racistische element niet, omdat ze vanuit de blanke belevingswereld redeneren. Maar zo lang de mensen geen voet zetten buiten dat blanke cirkeltje, wordt het moeilijk om je te kunnen inleven in de ander. Het is niet racistisch bedoeld, maar het wordt wel zo gevoeld.

En dat maakt het uiteindelijk ook erg moeilijk voor mij als opvoeder. Want ik heb de taak om mijn kinderen te helpen leren omgaan met discriminatie, om voor zichzelf op te komen. Om racisme te herkennen en te leren relativeren of om juist de mensen ermee te confronteren.15 11 23 Patrick - tjing tjang ogen

Maar omdat ik dat zelf nooit heb hoeven te doen in mijn leven, is dat verdraaid lastig. Ik moet eerst zelf racisme leren herkennen. Niet dat ik dit dagelijks ga doen, maar het is goed om er alert op te zijn.

Dus voelsprieten uit en buiten mijn blanke cirkeltje denken. De wereld bekijken door Chinese ogen.

Zonder mijn ogen scheef te trekken!

 

Reacties (5)

  1. Avatar TTJ schreef:

    Mooi verwoord!

  2. Avatar Sabine van Staden schreef:

    Heel, heel erg herkenbaar met en voor mijn twee Afrikaanse kinderen. En dan die handen in hun haartjes… aaargh.

    Maar er is wel 1 verschil: ik trek mijn kinderen ‘mijn kringetje’ in, door niemand – nee, ook geen kleine kinderen – hier mee weg te laten komen. Ik blijf beleefd en bij kleintjes zelfs lief, maar ik stap direct op de betrokkene (liefst met ouders..) af om het heel erg direct aan te spreken.

    Tot op heden heb ik nog nooit ruzie gekregen. Integendeel: het (b)lijkt te werken. Op school gebeurt het inmiddels al helemaal niet meer en mijn kinderen zijn ondertussen heel erg goed in staat om tegen dit soort zogenaamde ‘grappige’ zaken op te komen. Op mijn manier: beleefd, maar ook heel duidelijk wat het met je doet en waarom je liever hebt dat het niet meer gebeurd.

    Het heeft ook een olievlek-werking: de klas corrigeert ook anderen. En elkaar. En ook op ándere zaken dan huidskleur of afkomst. Mooi hé?!

  3. Patrick Matheeuwsen Patrick Matheeuwsen schreef:

    Dat is mooi Sabine. Knap dat je dat zo doet en het werkt dus goed, dat zie je wel.
    Zelf ben ik wat introverter wat dat betreft, in de hitte van het moment weet ik dan even niet wat ik er van moet zeggen. Achteraf weet ik natuurlijk wel het perfecte antwoord, maar ja, dan is het mosterd na de maaltijd. 🙂

  4. Avatar C. Chu schreef:

    Hoi Mathijs, goed artikel van je en heel herkenbaar voor ons de Nederlandse-Chinezen. Hopelijk kun je er verandering in brengen. Ik deel je artikel met mijn vrienden/collega die inderdaad hier niet van bewust zijn (white innocence). Mag ik je wijzen op Neder Wonder Land, nieuwste boek van Lulu Wang.

  5. Avatar Chineesje schreef:

    Dit artikel is van 2015..maar ik ben toch blij dat ik heb kunnen lezen..Heel mooi en heel herkenbaar geschreven.. mijn kind kwam vandaag huilend thuis en zei dat haar klasgenootjes tjing tjang tjong zeiden en dat ze op winki wong lijkt… Dit is niet de eerste x, vorige x zei ook al een klasgenootje tegen haar poepchinees… Ik heb vandaag gewoon tegen haar gezegd, dat ze de tegen kinderen mogen uitschelden… dat ze sterk moet zijn… Sorry dat ik haar dit leer.. maar die kinderen moeten echt hun mond dicht houden.. wij hebben ons kinderen eigenlijk geleerd om beleefd te zijn tegen mensen en niet uitschelden…maar sons moet dat gewoon… Als je niks terug zegt..gaan ze gewoon door tot bittere eind…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *