Kim Kugler

Kim Kugler

Ik ben Kim. Ik woon samen met Léon en wij zijn de ouders van de zevenjarige N. Zij komt uit Nigeria en is in 2013 door mij alleen geadopteerd. Elke dag met haar is de mooiste dag.

Verbonden

Zes jaar geleden vandaag kreeg ik telefoon: de adoptiebemiddelaar. “Ik heb nieuws uit Nigeria”, was de boodschap. Ik vroeg heel droog of het goed of slecht nieuws was, omdat ik een week ervoor had gebeld en er toen nog geen nieuws was.

Als je op de wachtlijst staat voor adoptie weet je dat er een telefoontje kan komen, maar je hebt natuurlijk geen enkel idee wanneer dat gaat gebeuren. Ik had dus ook echt geen flauw idee.
“Het is heel goed nieuws, u heeft een dochter!”. Er werd heel veel informatie gegeven, geboorteplaats en datum, hoeveel ze woog, wat haar naam was. “Wacht even!”, kon ik nog net piepen, “ik moet even huilen!”. Al snikkend vroeg ik of ze alles nog eens kon herhalen. De papieren waar ik mee bezig was op mijn werk werden vol gekrast met allerlei notities. De naam moest een keer of zes gespeld worden.

Moeder… ik ben gewoon moeder! Ineens realiseerde ik me dat ik voor altijd was verbonden aan het leven van iemand anders, van wie het leven enorm zou gaan veranderen en die nog geen enkel besef had dat dat zou gaan gebeuren.

Het nieuwe normaal was begonnen. Een periode vol hectiek en geregel met altijd in het achterhoofd, ‘ik ben mama, ik kan gebeld worden om te mogen gaan’. Want, de toestemming om af te reizen moest nog komen.

Iets in mij wist dat dat wel eens heel snel kon gaan, dus ik was als een dolle nog dekbedjes aan het naaien, spullen aan het verzamelen en een goede draagzak aan het testen. Mijn omgeving verklaarde me voor gek. “Doe eens rustig, je hebt nog tijd!”. Tijd bleek relatief, want nog geen drie weken na het telefoontje kreeg ik bericht dat de rechtszitting in Nigeria over een week was. Of ik even op wilde schieten met het regelen van een visum en dan zo snel mogelijk wilde afreizen? De dekbedjes waren niet klaar op dat moment, dat moge duidelijk zijn.

En dan sta je in het geboorteland van je kind, je merkt het al zodra je het vliegtuig uit stapt. In een o zo andere cultuur. Plakkend van het zweet sta ik tussen de prachtig geklede mensen in de rij voor een visum stempel. Ik voel me meteen underdressed in mijn spijkerbroek. Na wat gedoe op het vliegveld: ”Wat moeten jullie met een maxi cosi” en nog meer van dat soort vragen gaan we met een lieve chauffeur de Nigeriaanse avond in. Op weg naar mijn dochter, die verblijft in een huis van de adoptiestichting.

Ze slaapt. De nannies willen haar meteen wakker maken, maar ik wil dat ze haar laten slapen. ‘Haar leven verandert zo erg, laat haar nu gewoon rusten’, dacht ik. We mogen wel even kijken. Een paar tranen vallen op haar rugje. Ze ligt heerlijk ontspannen, onwetend over haar nieuwe toekomst.

En terwijl zij slaapt lig ik wakker. Logisch, de adrenaline jaagt door mijn lijf. Vroeg in de ochtend staat een nanny met haar voor de deur, ze is helemaal bloot: “Here is your mommy, this is your daughter, she needs a bath”. Twee grote bruine ogen kijken me aan, een zachte, onderzoekende blik. Ze laat zich makkelijk in mijn armen nemen. De nanny begint meteen over praktische zaken: dettol in het badwater, kind erdoor heen halen, afdrogen, klaar. Ik kan niks zeggen. Ik kijk naar haar en zij naar mij. We begrijpen elkaar. We hóren bij elkaar. Voor altijd verbonden. Door dat ene telefoontje.