Rebecca Wierks

Ik ben Rebecca. Samen met Niels maakten wij in 2014 een onvergetelijke reis naar Nigeria om onze dochter (6) op te halen. Inmiddels is ons zoontje in februari 2020 geboren en heeft zo ons gezin uitgebreid.

Visje, visje

“Jeej”, klinkt het blij, zachtjes en voor mij duidelijk te horen.

We zitten buiten, bij de speeltuin. We hebben stoepkrijt meegenomen. We hebben een unicorn-regenboog gemaakt. Haar handelsmerk, datgene wat ze het liefst tekent. Ze geniet ervan, ze oogt ontspannen.

Broer heeft zich een tijdje vermaakt met alle stoepkrijt uit de bak halen, hier en daar proberen een hapje te nemen en het stoepkrijt weer terug te stoppen. Maar hij is er klaar mee. Ik zet hem op schoot. Ik wil het fijne kleurmoment voor haar nog niet afsluiten. Ik teken een visje. “Is, is”, klinkt het en hij beweegt heen en weer. Overal waar hij een vis ziet zingen we “visje, visje”.

Ze zit met haar rug naar me toe. Ik zie dat ze meeluistert.

“Visje heeft zich omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd
Visje heeft zich omgekeerd, dat heeft hij van jullie geleerd”.

“Jeej”, klinkt het blij, zachtjes en voor mij duidelijk te horen.

Ik glimlach, want ik snap haar ‘jeej’ helemaal. In het liedje heb ik sinds de geboorte van haar broertje Jurre het woordje ‘jou’ vervangen door ‘jullie’. Had ik me aan de oorspronkelijke tekst gehouden, had ik ‘dat heeft hij van jou geleerd’ gezongen, dan had ze dat laten horen. “Je doet alleen maar lief tegen Jurre”, had ze dan gezegd.

Ik benoem het naar haar: “je voelt je fijn hè, dat ik het goed zong, dat het over jullie allebei gaat”.

Terwijl ik glimlach voel ik ook pijn. Want hoe vaak we ook vertellen dat onze harten in precies evenveel stukken is verdeeld, is dit echt geloven en echt voelen onwijs moeilijk en misschien zelfs nooit haalbaar voor haar. Dat er mensen op de wereld zijn met zoveel liefde in hun hart voor haar, dat is voor haar een ingewikkeld iets. Door dit steeds opnieuw te benoemen hopen en wensen we dat ze het ooit echt mag voelen. En als dat niet lukt, dat ze het dan in ieder geval mag weten.

Als ik uit automatisme een aai over het bolletje van broerlief geef, weet ik dat ik deze ook aan haar moet geven. Als ik een leuke foto van broer maak, weet ik dat ik deze ook van haar moet maken. Als dit soort dingen een keer niet lukt, weet ik dat we aan het werk kunnen. Het is zo kwetsbaar, het is zo breekbaar, het is balanceren.

Wat een prachtig moment, het woordje ‘jeej’. Ze voelt zich gezien en kan dit ook laten zien. Ook al vallen we tien keer om, dit moment is naast de pijn, vooral even goud waard.