Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

Waar kom je vandaan?

We zijn trots op onze Nigeriaanse jongens. We voeden ze op met een bewustzijn van hun twee vaderlanden: trots op hun prachtige geboorteland met de lekker pittige Soup met Pounded Yam en trots op het land dat nu hun thuis is, met de lekkerste boterhammen met geitenkaas.

We vertellen onze jongens gevraagd en soms ongevraagd wat over het leven, hun leven. Onze oudste zoon heeft de leeftijd waarop hij open staat voor het verhaal van zijn geboorte, zijn leven in Nigeria en de overgang naar zijn leven in Nederland. Wat wij weten, weet hij ook, zo passend als mogelijk bij zijn leeftijd althans.

Steeds vaker komen er momenten waarop wij geen invloed hebben op welk verhaal er ‘in gaat’. Niet de hele wereld om onze kinderen heen is druk bezig met benoemen, positief benaderen. Kinderen bijvoorbeeld, zijn kampioenen in blijven vragen. Wat aan de veilige keukentafel klinkt als een goed, intiem gesprek over geboorte en overlijden, klinkt in een andere omgeving heel anders…en hoe reageert onze zoon dan? Zal hij dicht slaan? Laat hij de ander over al zijn grenzen heen lopen? Wordt hij verdrietig, boos, schrikt hij of laat het hem koud? Het is een beetje als leren fietsen zonder zijwieltjes: wat als ik hem na dat laatste zetje loslaat en zelf laat fietsen?

ippIn de speeltuin zien we een wat grotere jongen uit de buurt. Hij komt op ons tweetal af en ik zit vrijwel binnen gehoorsafstand. De nonchalant gestelde vraag komt: ‘Wie is jullie moeder?’ Onze oudste zoon kijkt op en wijst: ‘Nou, die witte daar.’ De interesse is verder gewekt bij de jongen die zeker een jaar of drie, vier ouder is. ‘Komen jullie uit een tehuis uit …(niet verstaanbaar)’. Ik zit, maar ik sta scherp. Mijn oudste zoon praat onverstoorbaar verder, terwijl onze peuter rustig verder in het zand speelt. ‘Nee, we komen uit Nigeria, dat kan je toch zien, we zien er anders uit.’

Het is duidelijk dat het gesprek nog niet over is, maar hoe pakt de nieuwsgierige speeltuinjongen het verder aan?  ‘Oh…wat is er dan met jullie moeder gebeurd?’.

Ik voel de vraag aankomen en ik denk zachtjes voor mijn jongen ‘je mag zeggen wat je kwijt wilt, maar het hoeft niet’. Ik bedenk hoe de zon schijnt, de jongens gewoon maar aan het spelen zijn en ondertussen geconfronteerd worden met een gesprek dat aan de basis van hun bestaan raakt. En ja, niet in deze volzinvorm, maar deze gedachte of dit gevoel schiet door mijn hoofd daar aan de rand van het speeltuintje. Ik voel voor mijn zoon, maar ik weersta de verleiding om mij in het gesprek te mengen. Ik wacht op de volgende zet…

…Mijn zoon geeft antwoord: ‘Nou, die is geboren in Capelle ad IJssel’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *