Patrick Matheeuwsen

Patrick Matheeuwsen

Ik ben Patrick. Samen met Alinda heb ik twee prachtige kinderen uit China. Een dochter uit het Zuiden en een zoon uit het Noordoosten van China. Ik schrijf over de perikelen in ons gezin en in hoeverre adoptie een rol in ons leven speelt.

We praten onze kinderen problemen aan

“Stel nou,” werd er gezegd, “dat je nooit tegen je kind vertelt dat het is geadopteerd. Gewoon helemaal niet.”
We praten, vaders onder elkaar, over de perikelen met onze kinderen. En natuurlijk ventileer ik ook even wat me bezig houdt. En ja, dan komt het gesprek toch al snel op adoptie gerelateerde zaken. En kreeg ik een ‘stel nou dat’ voorgelegd.

“Dus, je zegt er niks over. Nooit.”
De oudste worstelt met haar achtergrond, haar China mama, haar verhaal. En dat heeft een pittige invloed binnen ons gezinsleven.  We proberen er mee om te gaan, zo goed als we kunnen. En benoemen ook wat we zien en horen. En dus praten we met haar over China en haar adoptie, en haar gevoelens daarover.

“Als je er nooit over praat, komen dan die gevoelens toch naar boven? Of blijven de problemen dan uit?”
Ik snap waar de vraag vandaan komt. Ik heb hem wel eens eerder gehoord, in een andere vorm, met dezelfde strekking.

“Maar als je de problemen benoemt, maakt dat niet onnodig een hoop ellende los?”
“Beginnen ze zelf over hun adoptie, of komt het van jullie uit?”
“Maak je het niet te zwaar, om steeds maar weer die adoptie aan te halen?”
“Is het wel goed om zoiets met ze te bespreken?”
“Kloppen jullie woorden wel met hun echte gevoelens?”
De basis van deze vragen is een bepaalde opvatting die ik wel eens tegenkom bij andere, vooral niet-adoptie, ouders. En het zal nooit zo direct gezegd worden, maar als je tussen de regels door leest of luistert, dan wordt ongeveer het volgende gezegd: Je legt ze woorden in de mond. Zo praat je je kinderen een probleem aan.

En ik geef eerlijk toe, soms is dat ook een stemmetje in mijn eigen hoofd, die dat zich dat twijfelend afvraagt. Maar altijd, na wat langer doordenken kom ik steeds tot dezelfde conclusie: Zo steekt het niet in elkaar!
Maar hoe zit het dan? Praten we ze problemen aan of hoe zit dat nou? Ik zet wat punten op een rij.

Het is de realiteit
Want of je het er veel over hebt, of helemaal niet, het is zoals het is. Onze kinderen leven niet bij hun biologische ouders, maar bij ons. En voordat het zover kwam, is er erg veel gebeurd. Om dit stuk van hun levensverhaal te negeren of zelfs te ontkennen, dat voelt als het negeren van een stuk van hun identiteit.  De manier waarop hun leven is begonnen, dragen ze voor altijd met zich mee. En daar moeten wij, maar vooral zij, het mee doen.

Soms hebben gevoelens woorden nodig
Het is verdraaid lastig om aan een huilend kind te vragen wat er aan de hand is. Die is dan vooral druk bezig met huilen en amper in staat om een weldoordacht antwoord op de vraag te geven. ‘Wat is er aan de hand?’ ‘ Weeeeeeeh!!’ ‘Zeg maar, wat is er toch?’ ‘Weeeeeeh!’

Maar heel wonderbaarlijk, wanneer je zelf de woorden aanreikt voor het gevoel, kunnen ze ineens veel makkelijker reageren. ‘Je huilt, je hebt je pijn gedaan.’ ‘Neeeeeeeeeeee! Weeeeh!’ ‘Je huilt echt flink, je vindt het spannend.’ ‘Jaaaaaaaa. Weeeeeh!’ En wanneer je dan het gevoel goed hebt benoemd, dan gaan de sluizen nog eens extra open. En op zo’n moment weten we dat we de kern hebben geraakt. En van daaruit kan je verder gaan en veel gerichter troost bieden. Of wat er dan ook nodig is.

Het gaat juist om luisteren
We leggen geen woorden in de mond, integendeel. Het gaat juist om het luisteren naar je kind. Ergens worstelen ze diep van binnen met hun gevoelens. En dat kan gaan om een knutselwerkje dat stuk is gegaan, of om diepere gevoelens over verbondenheid met een mama in China. En dat is dan de uitdaging, om die gevoelens te kunnen herkennen en ook te erkennen, waarna we ze een plekje kunnen geven. Zodat ze er mee om kunnen gaan.

De kinderen komen er ook zelf mee
Zoals ik al schreef, hun levensverhaal is de realiteit en ze weten dus hoe het in elkaar steekt. Tot op zekere hoogte, op hun eigen verstandsniveau. Maar denk niet dat we het continu ter sprake brengen, alsof we tijdens het smeren van de boterhammen, steeds maar weer beginnen over hun leven in het tehuis, of over hun familie in het verre China. Nee, kan ook andersom. Onze kinderen beginnen er zelf over, wanneer ze niet lekker in hun vel zitten, of soms op momenten dat we het helemaal niet verwachten. Tijdens de lunch, of ’s avonds bij het slapen gaan. En dan is het even schakelen voor ons. Maar we gaan er altijd op in, want dat zijn precies de momenten die belangrijk zijn, dat ze gehoord willen worden. Dan staan we voor ze klaar.

Maar als je er nou echt helemaal niets over zegt?
Veel mensen denken dat er juist problemen ontstaan, doordat je er over praat. Maar juist er helemaal niet over hebben, dat is pas vragen om problemen! Niet ingaan op knagende gevoelens. Geen antwoorden krijgen op vragen. Pijn en verdriet negeren of wegstoppen. Dat is een recept voor meer ellende op latere leeftijd. Daar zijn genoeg boeken over geschreven en televisie programma’s over gemaakt.

En zeg nou zelf. Alleen al wanneer je ons gezinnetje ziet. Twee van die Hollandse bleekscheten met blauwe ogen, met twee getinte Chinese kinderen met zwart haar. Als de buitenwereld er al opmerkingen over maakt, hoe kan je zoiets negeren en er niets over zeggen?

Onmogelijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *