Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

Weer naar school

Of ze er nog elke (na)zomer hangen, weet ik niet zeker. Niet die spandoeken zoals ik ze mij nog het best herinner, in ieder geval. Ik denk dat de doeken werden gesponsord door een fabrikant van margarine. Blauw, met van die witte blije fietsende kinderen erop. Erbij de tekst: wij gaan weer naar school! Bedoeld als waarschuwing voor weggebruikers en als dreigement voor als je dacht nog onbezorgd van vakantie te genieten: mis, er komt weer een vers nieuw schooljaar aan!

‘Wij gaan weer naar school’ heeft hier wat meer voeten in de aarde dan je bed uitrollen om precies uit te komen bij de dichtstbijzijnde margarine-spandoek-school. Maar we hebben niet te klagen: de speciale school van twee van onze kinderen, zit toevallig dichtbij. De reguliere school van onze jongste zit ook niet ver weg. We gaan nog wel met de auto, want anders redden we het niet: iedereen precies op tijd op school. Maar, met die auto erbij redden we het dus wél.
En toch: het heeft en had wat voeten in de aarde. Als adoptieouder ben je binnen een paar jaar getraind in het kijken naar en samenwerken met allerlei soorten scholen, directeuren en juffen (want meesters hebben we nog nooit getroffen).

Het begon met één school zoeken voor één kind. We dachten, gezien zijn wat eigen route van mijlpalen (als gevolg van zijn ziekte en zijn levensgeschiedenis) aan een Vrije School. Eerst natuurlijk heel kort gedacht aan de school dichtbij, maar toen we daar kwamen buurten, werd ons aangeraden om verder te kijken: de school zou wellicht niet zo lang meer bestaan, want was te klein.
De Vrije School dus. Hij voldeed aan wat je verwacht van dit schooltype: asymmetrische ramen, rustige kleuren, natuurlijk materiaal, rust. Onze peuter ging vrolijk met de kleuterjuf mee en wij praatten met de directrice. Op zich een prima gesprek, maar we hadden niet de indruk dat er veel ervaring was met kinderen die ‘anders’ zijn. Geeft niet, het gaat om de basishouding enzo. Onze kleuter werd teruggebracht naar ons: hij moest plassen en bleek nog een luierbroek te dragen, help! Eind van het verhaal was toch eigenlijk wel dat onze peuter zindelijk moest zijn. Dat een net 3-jarige dat niet was, leidde tot paniek.
Volgende school: verder weg, maar vernieuwend enzo. We hebben voor deze school gekozen. Het was de best passende school die we konden vinden en met de eerste kleuterjuf klikte het fantastisch. Halve dagen naar school omdat onze kleuter anders overprikkeld op de grond lag: geen probleem. ’s Middags even apart met een koptelefoon engelse woordjes en liedjes luisteren om hem weer rustig de rest van de middag door te helpen: een fantastisch idee van de juf! De volgende juf was anders: ze wilde eerst twee weken zelf de klas draaien voor ze naar onze ‘info vooraf’ kon luisteren. En in gesprek was er nooit echt contact: ogen die wegdwaalden, wat heen en peer praten in plaats van ingaan op onze zorgen.

Het ging nog redelijk en we vingen de overprikkeling op door wat pauzedagjes in te lassen. Er stond een verhuizing op het programma. Gelukkig konden we dan meteen een betere schoolkeuze maken. We spraken met de directeur van een openbare school in de wijk. Eén van de vele scholen in de buurt, want: hoera, terug in de stad is er ineens wat meer te kiezen qua scholen. De directeur hield eigenlijk vooral een presentatie via zijn laptop. Was dolenthousiast over de milieuvriendelijke verbouwing, maar duidelijk minder blij met het hoge percentage kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond op zijn school. De verbouwing: prima verhaal, de visie op cultuurverschillen: nee, een afknapper voor ons.

We wilden de montessorischool niet meteen kiezen, want bijna 100 procent blank (en het leek ons niet zo leuk als je het enige kind met een noemenswaardig kleurtje bent, in de hele klas). Toch zijn we daar gaan kijken, want: openbaar (en dat vinden we principieel wel belangrijk) en montessori dus misschien kindvolgend. Het gesprek met de directeur verliep prima, dat met de juf iets minder, maar niet slecht. Maar goed: het was een duojuf en dan kan het zijn dat het niet met allebei de juffen 100 procent klikt. Helaas vertrok de leuke directeur die vooral dacht in ‘mogelijkheden’ binnen een jaar. Onze zoon werd zieker en kwam thuis te zitten. Schoolgaan was geen optie, want er was geen beginnen aan: epilepsie viel niet uit te leggen aan de juffen en bovendien was onze zoon al overprikkeld als hij de gang binnenliep.

Wat een vreselijke keuze: nooit hadden we zoveel willen switchen en toch moesten we op zoek naar een nieuwe school!  En op die nieuwe school zit onze oudste nu. Hij zit er zelfs al bijna  drie jaar op. En nee, perfect gaat het niet. Geen school is er echt op ingericht om volledig samen te werken met ouders en kinderen. Leerkrachten zijn dat gelukkig vaak wel. En vanuit die samenwerking komen we er tot nu toe. We hebben geleerd om op sommige scholen beter wel en op andere scholen beter niet met de directeur te praten. Om soms wel hulp van buiten te vragen op school, maar om dat op zo’n manier te doen dat het voor de school ook veilig voelt. We hebben ook geleerd te accepteren dat we zelf veel meer geneigd zijn om te kijken naar hoe onze kinderen zich het beste ontwikkelen, terwijl scholen toch vaak een standaard programma en aanpak hebben. De sleutel ligt in het zoeken naar het beste van beide werelden. Respect houden voor het verplichte Nederlandse onderwijsprogramma dat voorschrijft wat in welke klas geleerd en getoetst moet worden. Vervolgens zoeken we samen naar wat helpt om onze kinderen dat leren en toetsen op een ontspannen, positieve en veilige manier te doen. Het blijft een uitdaging, maar wel een mooie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *