Hilde van Dijk

Hilde van Dijk

'Je bent de liefste mama van de wereld, die nog leeft.' Nigeria maakte ons een gezin, dat naast man en mijzelf bestaat uit drie Nigeriaanse lieverds: onze dochter van 6 en onze zoons van 7 en 10 jaar. En .... lees mee over onze vierde adoptieprocedure!

Zijn ze wel op AIDS getest?

Een schokkende titel voor de één, is een (dood)normale vraag voor de ander. Het is een vraag die in verschillende variaties aan ons is gesteld, door goede vrienden, vage bekenden en volslagen vreemden.

Op 1 december was het Wereld Aids Dag. Elke dag van het jaar denk ik wel even aan het land waarin ons gezin geboren werd. Elke dag is die gedachte wat anders: het missen van Nigeriaans fruit, het mijmeren over de eerste maanden samen, het denken aan de Nigeriaanse familie. Rondom Wereld Aids Dag denk ik aan de manier waarop HIV zowel Nigeria als Nederland geraakt heeft.

Mijn kinderen zijn geboren in een land waar HIV voor sommigen een chronische ziekte, maar voor velen een doodsvonnis is. Een doodsvonnis dat velen niet afwachten. Op 1 december denk ik aan de man uit het krantenbericht in Nigeria: op de dag waarop wij onze oudste zoon voor het eerst omarmden, pleegde de goedbemiddelde vader van 5 kinderen zelfmoord, voor hij de diagnose nog had kunnen vertellen aan zijn vrouw en kinderen. Het weten was niet te dragen.

In Nigeria is het niet zo makkelijk om HIV te ontlopen, als je geen toegang hebt tot informatie, voorlichting of wanneer je als vrouw niet je eigen keuzes kunt maken. In Nederland is misschien iets meer keuzevrijheid en meer voorlichting, maar kan HIV nog altijd onverwachts tevoorschijn komen: niet alles is planbaar en maakbaar, al doen we daar nog zo ons best voor.

In Nederland zou het een stuk gemakkelijker moeten zijn om met HIV te leven: met goede behandeling, voor iedereen beschikbaar, is HIV een chronische ziekte. Maar zoals steeds minder mensen willen betalen voor de zorg waar ze geen gebruik van maken (één van de principes van een zorgverzekering), zijn er steeds meer mensen die vinden dat HIV oplopen in deze dagen toch echt ‘je eigen schuld’ is en moet er dus ook over deze zorgkosten gediscussieerd worden. En daarbij: zodra bekend is dat je ‘HIV-patiënt’ bent, ben je ook besmettelijk en is het te spannend om je als klasgenoot, collega of partner te hebben. Is in deze maatschappij het weten van de diagnose HIV gemakkelijk te dragen?

Terug naar die onvergetelijke momenten: we kregen de zorg voor een zoon en een paar jaar later voor nog een kleine man. Volmondig zeiden we ‘ja’, toen hun komst aangekondigd en tijdens de rechtzaak officieel vastgelegd werd. Vanaf toen tot nu komt de vraag in alle variaties voorbij: Zijn ze wel op aids getest? Ze hebben toch een Special Need, dat hebben adoptiekinderen toch, daar stonden jullie toch voor open?

De kans is groot, dat wie de vraag stelt, het antwoord niet aan kan. Noem je HIV (nog) AIDS, wat weet je dan meer als je antwoord krijgt? Zouden onze jongens HIV-positief zijn, dan zijn we weldoeners, kosten we de maatschappij geld of zijn onze kinderen een besmettingsrisico voor jou of je kinderen. Zouden ze het niet hebben, dan is het een opluchting, meevaller of hebben ze vast iets ergers of minder ergs. In beide gevallen is je nieuwsgierigheid bevredigd. Maar wat levert het weten jou en mijn mannen op? Kun je het (niet-)weten aan?

Wil je meer weten over HIV en adoptie, lees hier over de gids van de Hiv Vereniging Nederland. Of kijk eens naar de brochure over omgaan met HIV op school.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *