Veelgestelde vragen: Deelbemiddeling / zelfdoen

Wat is de rol van het ministerie van Veiligheid & Justitie bij deelbemiddeling?

Het ministerie van Veiligheid & Justitie bekijkt of op grond van de beschikbare gegevens een beslissing genomen kan worden over de betrouwbaarheid van het buitenlands contact. Als het ministerie vindt dat nader onderzoek nodig is, krijgt de vergunninghouder de opdracht om aanvullend onderzoek te doen. Soms wordt aspirant-adoptieouders gevraagd om meer informatie. Ook kan het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd worden om nader onderzoek te doen. Pas als alles in orde is bevonden, wordt de procedure voortgezet. Het gezinsrapport wordt opgestuurd naar het contact in het buitenland. De minister zal negatief oordelen over een buitenlands contact als niet wordt voldaan aan de in de wet gestelde eisen voor adoptie van een buitenlands kind of als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de integriteit en de zorgvuldigheid van handelen van het buitenlandse contact. Ook mogen bestaande relaties van vergunninghouders met instellingen, personen of autoriteiten in het buitenland geen nadeel ondervinden van het handelen van de zelfdoener.

Is zelfdoen mogelijk in landen waar vergunninghouders werken?

Ja, tenzij het betreffende land heeft bepaald dat dat niet mag (o.a. China) en dat adoptie uitsluitend via erkende instellingen (zoals een vergunninghouder) mag geschieden. Als het land daarover niets gezegd heeft, dan is adoptie via deelbemiddeling mogelijk. Natuurlijk moet de vergunninghouder een advies aan het ministerie van Veiligheid & Justitie geven over het contact in het betreffende land. Op basis van dat advies keurt het ministerie het betreffende contact wel of niet goed. Pas na goedkeuring mag het betreffende contact een matchingsvoorstel doen.

Zijn er kosten verbonden aan deelbemiddeling?

Ja, alle kosten voor het onderzoek naar het contact in een land van herkomst komen ten laste van de aspirant-adoptieouders. Het gaat om de kosten die gemaakt worden om het buitenlandse contact te beoordelen, de dossiervorming, het bewaren van het dossier gedurende vijftig jaar en het doorzenden van het gezinsrapport. De vergunninghouder maakt een dossier van de bemiddeling, zoals bij iedere bemiddeling wordt gedaan. Als verdere bemoeienis van de vergunninghouder bij de begeleiding van de procedure in het buitenland wordt gevraagd, worden bureaukosten in rekening gebracht. Dit bedrag kan per vergunninghouder variëren.

Zijn de vergunninghouders verplicht een verzoek tot controle te accepteren?

De vergunninghouder moet bereid en in staat zijn uw contact te controleren. Vergunninghouders zijn dit niet verplicht. Een belangrijke reden voor een vergunninghouder om niet tegemoet te komen aan een verzoek, is dat de vergunninghouder onvoldoende mogelijkheden heeft om daadwerkelijk inzicht te krijgen in de gang van zaken in een land.   

Wat is de rol van de vergunninghouders bij deelbemiddeling?

De vergunninghouder controleert het contact in het buitenland en geeft vervolgens een advies aan de minister van Veiligheid & Justitie over de betrouwbaarheid van dat contact. Aspirant-adoptieouders die over een contact in het buitenland beschikken, moeten zelf een vergunninghouder benaderen met het verzoek dit contact te controleren. Voor dit onderzoek moeten gegevens over het contact overlegd worden aan de vergunninghouder. Op verzoek van de aanvrager stuurt het ministerie van Veiligheid & Justitie het gezinsrapport door naar de vergunninghouder. Of de vergunninghouder in staat is om het buitenlandse contact te controleren, hangt onder andere af van het netwerk dat een vergunninghouder heeft in het betreffende land. Zodra de vergunninghouder over alle relevante informatie beschikt, moet deze in principe binnen acht weken aan het ministerie van Veiligheid & Justitie advies uitbrengen. De aspirant-adoptieouders krijgen een kopie van dit advies.

In welke landen is deelbemiddeling mogelijk of juist niet mogelijk?

Bij deelbemiddeling moet onderscheid gemaakt worden tussen landen die wel en landen die niet aangesloten zijn bij het Haags Adoptieverdrag. Deelbemiddeling uit landen die niet aangesloten zijn bij het Haags Adoptieverdrag is mogelijk als het contact dat door de aspirant-adoptieouders is aangedragen, is goedgekeurd door een vergunninghouder. Als een land het Haags Adoptieverdrag heeft geratificeerd wil dat niet per definitie zeggen dat adoptie via een ander contact dan een vergunninghouder is uitgesloten. Voor aspirant-adoptieouders die in Nederland wonen zijn de mogelijkheden voor deze vorm van adoptie echter beperkt omdat Nederland terughoudend is als het gaat om deelbemiddeling uit verdragslanden.

Voor wie is deelbemiddeling mogelijk en welke voorwaarden gelden hiervoor?

Volgens de adoptiewet moet men voldoen aan twee voorwaarden: men moet in het bezit zijn van een geldige beginseltoestemming en men moet het contact in het buitenland laten controleren/beoordelen door een vergunninghouder. In de praktijk blijkt dat deelbemiddeling mogelijk is voor mensen die niet opzien tegen alle juridische procedures. De wachttijd kan korter zijn dan bij een vergunninghouder het geval is, maar als het zelfdoen mislukt, zal de aspirant-adoptieouder zich alsnog moeten aanmelden bij een vergunninghouder. Het grootste deel van de wachttijd gaat dan opnieuw in.

Wat zijn de voor- en nadelen van deelbemiddeling?

Aspirant-adoptieouders kunnen verschillende redenen hebben om te kiezen voor deelbemiddeling. Bijvoorbeeld omdat zij graag een kind willen adopteren uit een land waar geen vergunninghouder actief is. Of ze willen graag zelf een actieve rol spelen in de procedure. Ook de wachttijden kunnen aanleiding zijn voor de keuze voor deelbemiddeling. Wie aan deelbemiddeling begint met het idee dat het een snellere en goedkopere manier is om te adopteren, komt vaak bedrogen uit. Deelbemiddeling vraagt een lange adem, tact en zorgvuldig handelen. Net als andere aspirant-adoptieouders moeten ‘zelfdoeners’ voldoen aan alle wetten en regels. Die wetten en regels zijn per land en soms per rechtbank verschillend. Het is dan ook een arbeidsintensief karwei om in kaart te brengen onder welke voorwaarden en via welke wegen en contacten geadopteerd kan worden. In de praktijk blijkt dat zelfdoeners met name de vele juridische procedures die in gang gezet en bewaakt moeten worden, als belastend ervaren. Ook de onzekerheid of alle formaliteiten correct afgehandeld zullen worden en een adoptie daadwerkelijk doorgang zal vinden, kan stress opleveren. Bij de vergunninghouders is bekend uit welke landen inmiddels via een zelfdoenprocedure geadopteerd is.

Wat is deelbemiddeling?

Bij deelbemiddeling leggen aspirant-adoptieouders die een geldige beginseltoestemming hebben, zelf via een eigen contact in het buitenland de basis voor een adoptie. De vergunninghouders zijn in dat geval niet bij alle stappen van de bemiddelingsprocedure betrokken. Daarom heet deze vorm van adopteren, naast  ‘zelfdoenprocedure’, ook wel deelbemiddeling. De vergunninghouder heeft de taak om de zuiverheid en zorgvuldigheid van alle organisaties en personen die bij de adoptieprocedure betrokken zijn te onderzoeken.