Moeder van twee zoons: ‘Laat je niet gek maken, blijf bij jezelf’

Tekst: Angela Jans

Op de foto die in de woonkamer van de familie aan de muur hangt, vormen Frans en Ali samen met Mark (13) en Rikardo (7) een mooi gezin. Aan een andere wand, boven de piano, prijkt een grotere afbeelding waarop alleen de twee jongens te zien zijn. Prachtige kinderen, dat wil moeder Ali graag benadrukken. Maar, vooral om anderen mogelijk te helpen met haar ervaringen, ze wil niet verhullen dat het gezinsleven niet altijd eenvoudig is.

De twee jongens zijn geboren in Hongarije en hebben allebei een dik medisch dossier. Mark kwam in 2010  bij Frans en Ali. Hij was toen 5,5 jaar oud en had in zijn jonge leven al veel meegemaakt. Na zijn geboorte, met 24 weken, lag hij vijf maanden in het ziekenhuis. Vervolgens werd hij een jaar lang ondergebracht in een tehuis. Daarna woonde hij 3,5 jaar in een pleeggezin. Van daaruit werd hij geadopteerd. “Na een half jaar zoeken naar een geschikt adoptiegezin voor hem, was dat nog niet gevonden”, vertelt Ali. “Zo’n zwaar dossier had hij. Toch konden wij gematcht worden. Mede omdat ik beroepsmatig ervaring heb als begeleidster van kinderen met een stoornis of verstandelijke beperking.”
De eerste jaren dat Mark in het gezin woonde, ging het aardig goed. Mark ging naar school, het speciaal onderwijs, en maakte flinke sprongen voorwaarts in zijn ontwikkeling. “In die jaren heb ik echt intens genoten”, zegt Ali.

Vergelijkingsmateriaal

Het ging zo goed dat zij en haar man besloten om een tweede kind te adopteren: Rikardo, 3 jaar oud en evenals Mark geboren in Hongarije. “Mark wilde heel graag een broertje en kon bijna niet wachten om hem te zien. De eerste tien dagen – we verbleven vanwege de adoptieprocedure van Rikardo zeven weken in Hongarije – ging het nog wel. Daarna werd het al snel heel moeilijk.” Mark vond het ingewikkeld om zijn plekje bij mama met zijn broertje te delen. “En ik zag eigenlijk nu pas hoe groot de impact van zijn bagage op Mark in werkelijkheid was. Tot dan toe had ik eigenlijk geen vergelijkingsmateriaal gehad.”
Rikardo verbleef vanaf zijn geboorte tot aan zijn adoptie drie jaar lang afwisselend in het ziekenhuis en in een kindertehuis. Hij had onder meer ademhalingsproblemen, een nieraandoening en een gaatje tussen zijn hartboezems. Inmiddels woont hij ruim vier jaar in Nederland en heeft hij ook hier al menig medisch traject doorlopen. Ali: “We weten soms niet goed wat we eerst moeten aanpakken. Het kan niet allemaal tegelijk. Binnenkort willen we hem EMDR (een therapie waarbij de herinnering aan een trauma wordt opgewekt om dit vervolgens te kunnen verwerken, AJ) laten ondergaan in de hoop een blokkade op te heffen die hem in de weg zit. We moeten echt keuzes maken in wat we met hem doen. Hij praat onduidelijk door ‘openmondgedrag’ en heeft daarvoor logopedie nodig, onlangs bleek bij toeval dat zijn gehoor niet goed is, en aan zijn motoriek schort ook nog wel wat, daarvoor is fysiotherapie nodig. Dat kan niet allemaal tegelijk.”

De weekenden zijn het zwaarst

Ook Mark heeft therapie ondergaan, en zelf hebben Frans en Ali video-interactiebegeleiding gehad en een consult op school. Verder hebben ze de traumacursus gevolgd bij Adoptievoorzieningen. Ali: “Tijdens die cursus merkte ik hoe fijn het is om van anderen te horen hoe het daar gaat, dat zij ook problemen hebben en hoe ze die in de praktijk aanpakken. Maar ik besefte daar bovendien dat onze kinderen wel bovengemiddeld pittig zijn. Veel kinderen uit Hongarije blijken te kampen met heftige achtergronden.”
De weekenden – waar menigeen toch naar uitkijkt – zijn voor het gezin het zwaarst. “Door de week hebben we allemaal ons vaste ritme: werk, school, zwemles, scouting, et cetera, dan draaien we het beste. In het weekend zitten we meer op elkaars lip en is het vaak lastiger om de sfeer goed te houden. Wij zijn gelovig en we gaan op zondag naar de kerk en de kinderen gaan naar zondagschool. Daarna moet je thuis eigenlijk niet meer met zijn vieren aan tafel gaan zitten… Dat wordt gewoon te veel. Mark is daarbij heel bepalend. Als het met hem goed gaat, is het heel gezellig maar hij krijgt vaak heftige woede-uitbarstingen, en als je daar dan tegenin gaat, wordt het nog moeilijker.”
Rikardo is milder, minder agressief. Hij verwerkt zijn gevoelens, volgens zijn moeder, door na schooltijd bijvoorbeeld een half uur lang te schommelen of dwangmatig rondjes te draaien op de grond in de woonkamer. “Mark zoekt meer de confrontatie, maakt dingen kapot en doet Rikardo pijn. Dat vind ik het ergst, dan heb ik liever dat hij mij raakt”, zegt Ali.

Genieten, ondanks alles

Het is, mede door het leeftijdsverschil van de twee jongens, soms lastig om dingen te doen die ze allebei leuk vinden. “Voorlezen heb ik veel gedaan, dat werkt voor beiden goed. Dat vinden ze prettig en ze worden er rustig van. Ik zoek vaak naar een balans, dat het voor hun en voor mij haalbaar is. Wat ik andere adoptieouders mee wil geven is: laat je niet gek maken door school of de omgeving. Blijf dicht bij jezelf, kies je eigen tempo, dat weet je zelf het beste en dat is uiteindelijk ook het beste voor alle partijen. Deze kinderen hebben een flinke bagage, dat moet je niet onderschatten. Buitenstaanders hebben vaak geen idee.”
“Ondanks alles geniet ik echt van ze. Ik heb geen moment spijt gehad van de adoptie. Je weet van tevoren niet waar je aan begint, hoe het in de praktijk is. Als het heftiger is dan verwacht, moet je er gewoon mee dealen. Het is niet zomaar iets. Het zijn twee prachtige jongens waar ik alles voor over heb. Ik denk dat er voor beide kinderen met de juiste hulp nog heel wat winst te behalen valt. Het zijn twee heel verschillende jongens. Mark duwt je van zich af als er iets is, Rikardo wil juist graag geknuffeld worden. Wanneer zijn ze goed gehecht? Ik vind het lastig dat te bepalen. Ik denk dat het bij Rikardo wel goed zit, bij Mark denk ik dat we nog niet klaar zijn.”
“Uiteindelijk hoop ik echt dat Mark leert om dingen zelf beter te handelen. Dat ze allebei goed terechtkomen, dat ze hun weg vinden en ergens in deze maatschappij een plekje vinden waar ze gelukkig kunnen zijn.”