An Mei zoekt en vindt biologische ouders in China

Vooraf had ze een lijstje met vragen gemaakt. Variërend van ‘Waarom ben ik afgestaan?’ tot ‘Welke hobby’s hebben mijn broertje en zussen?’ Die lijst kan meteen overboord als ze op het Zuid-Chinese platteland de wereld van haar biologische ouders binnenstapt – de leefomstandigheden daar verklaren alles. Maar het brengt de zestienjarige An Mei niet van haar stuk. Integendeel, bijna als vanzelfsprekend voegt ze zich in haar Chinese familie. Al verliest ze daarbij haar Nederlandse gezin geen moment uit het oog.

Tekst: Angela Jans

An Mei van Dam dacht in 2012 al dat ze haar Chinese moeder in haar armen kon sluiten. Dat bleek achteraf bij een DNA-check na thuiskomst niet te kloppen. De klap kwam hard aan. Ze moest twee jaar helemaal niet meer aan zoeken denken. “Ik hoefde niet te huilen toen ik de uitslag kreeg. Wel was ik even zwaar chagrijnig.” Maar bloed is sterker dan water, luidt een Chinees spreekwoord. En dat voelde Marion van Olst, de moeder van An Mei, ook. Beiden herpakten zich en enkele jaren later, in de herfst van 2015, stapten ze samen met Yu Lin, de geadopteerde zus van An Mei, in het vliegtuig naar China.
Marion: “We hebben vooraf veel met elkaar gesproken: dit wordt heel zwaar, stel je voor dat het weer niet lukt? Kun je dat dragen? Hoe zou dat dan zijn?” An Mei: “Ik ging ervan uit dat het niet een-twee-drie zou lukken. Dat we zochten naar een speld in een hooiberg. Toch wilde ik heel graag gaan.”
De voorbereidingen waren enorm geweest. Ze hadden foto’s gemaakt, flyers geplastificeerd, afspraken geregeld met Chinese journalisten en ze kregen een dagelijks blog in een lokale digitale krant. Alles wat maar enigszins in Nederland gedaan kon worden om het zoeken (lees: vinden) in China te vergemakkelijken was gedaan. Marion en An Mei kenden van vorige bezoeken al veel mensen in Hepu, de geboortestad van An Mei in China. Iedereen daar was ingeschakeld en op de hoogte van de komst van An Mei, Yu Lin en Marion. In tien dagen tijd deelden ze flyers uit, kwamen ze op tv, gaven ze interviews en spraken ze honderden mensen. Moe en voldaan stapten ze na veertien dagen weer in het vliegtuig naar Nederland. An Mei: “Nee, ik was niet verdrietig of teleurgesteld.” Marion: “Al hadden we nog niet gevonden, we vlogen met een goed gevoel terug. We hadden zo veel mensen gesproken, zo veel in gang gezet, daar moest bijna wel iets uitkomen, daar was ik van overtuigd.”
Dat bleek. De WeChat (de Chinese variant van WhatsApp) blééf na thuiskomst maar piepen. Er waren wel twintig families die dachten: zou dit ons kind kunnen zijn? Marion: “In die regio hebben heel veel mensen in de tijd dat we An Mei adopteerden, rond de eeuwwisseling, een kind afgestaan. De controle op het naleven van de eenkindpolitiek was in die periode heel streng. Bijna iedereen op het platteland kent wel families die een kind moesten afstaan. Veel mensen konden bijna niet geloven dat we nu terug waren gekomen. We hebben hele droevige en ingewikkelde dingen meegemaakt. Mensen klampten ons aan, vroegen of we wisten waar hun kind zou kunnen zijn. Een labyrint van verhalen om het bevolkingsbeleid te ontwijken. Daar kun je niet zomaar aan voorbij. Het drama en de vaak weggestopte trauma’s na de afstand, bijna alles werd verteld. En dat was ook het geval bij veel berichten die we na thuiskomst kregen. Het was emotioneel zwaar. We waren zo onder de indruk, dat we het na thuiskomst een tijdje even hebben gelaten voor wat het was. En toen chatte er wéér een …”

’We gaan bellen’

Het is inmiddels eind november. An Mei zit in het eindexamenjaar van haar vmbo-opleiding en heeft wel wat anders aan haar hoofd. Moeder Marion onderhoudt de contacten die binnenkomen. Ook wanneer zich een vrouw meldt die erg aanhoudend is – An Mei: “Dat blijkt dus achteraf mijn nicht te zijn” – reageert Marion niet meteen. Maar de vrouw geeft niet op en zegt dat ze informatie in een lokale geboortekliniek gaat halen. Ze komt terug met een foto van een document waarop alles klopt en dan wordt het plotseling toch heel serieus. De Chinese vrouw gaat na overleg met Marion op pad om de vermoedelijke ouders in te lichten. Moeder wil graag haar DNA afstaan. Hier in Nederland wordt het getest in de kliniek waar het DNA van An Mei opgeslagen ligt.
Het duurt nog een hele tijd voor het verlossende telefoontje komt: een DNA-match van 99,9998 procent. An Mei tegen Marion: “Ik zat aan tafel, was aan het eten toen je binnenkwam en het me vertelde. Het heeft eigenlijk nog wel een tijdje geduurd voor ik het echt kon geloven, ik denk wel een week of twee, drie. Zo vaak had ik al nee gehoord en nu uiteindelijk toch een ja, dat moest ik even verwerken, dat kostte tijd.”
Niet veel later komt een bevriende Chinese vertaalster op bezoek en zij zegt: “We gaan bellen.” Al gauw klinkt de stem van An Mei’s biologische moeder door de telefoon. “Maar zij kon het gewoon niet geloven en ze hing steeds op. Gelukkig was haar oudste dochter meer gewend aan het idee dat je over zo’n onmetelijke afstand met elkaar kunt praten”, lacht Marion.
Vrij snel daarna wordt besloten dat de hele familie Van Dam-Van Olst – vader, moeder en vier kinderen (drie geadopteerd) – de eerstvolgende zomervakantie weer naar China gaat, dit keer op familiebezoek…

Tyfoon

An Mei: “Voor de eerste ontmoeting hadden we afgesproken in een restaurant. Ik weet dat het in China niet gebruikelijk is om meteen vragen te stellen, dus ik wilde het rustig opbouwen. Maar mijn moeder moest ontzettend huilen en zei meteen dat ze spijt had, dat ze me had gemist. Dat had ik echt niet verwacht.”
De biologische vader, broer (8 jaar) en twee zussen (13 en 22 jaar) zijn ook van de partij. In de dagen die volgen, is er heel veel contact. Ooms, tantes, neven, nichten, iedereen wil An Mei ontmoeten. Achteraf blijkt dat bijna de hele familie wist dat er afstand was gedaan van een kind en dat er heel veel verdriet over is geweest.
Een tyfoon zorgt ervoor dat de twee gezinnen noodgedwongen een nacht samen doorbrengen in een hotel. An Mei slaapt op verzoek van haar Chinese moeder bij haar en haar Chinese zussen en nichtjes op één kamer. Die intimiteit delen is voor iedereen een belangrijk moment.
Daarna gaan ze meerdere malen op bezoek bij haar biologische ouders thuis. Het is buiten de stad Hepu, aan het strand. De eerste keer dat ze er komen, is het even schrikken, er is zo goed als niets. Geen toilet, geen douche, geen stoelen, geen stromend water: ze filteren het zeewater om aan drinkwater te komen. “Mijn vader kweekt garnalen en die probeert hij te verkopen. Als dat niet lukt, ruilen ze bijvoorbeeld met de buren vis tegen fruit of rijst”, zegt An Mei.
Marion: “En weet je wat zo frappant is? De broer en zussen lijken fysiek enorm op elkaar, het was zo confronterend en vanzelfsprekend tegelijkertijd om hen bij elkaar te zien.”

Heftig afscheid

Het contact tussen de families verloopt ondanks de grote verschillen goed. “We hebben dagenlang zitten eten, kaarten en andere spelletjes gedaan”, zegt An Mei. Marion: “Ze paste er zo in. An Mei is heel rustig, dat zijn haar familieleden ook.”
Hoe relatief rustig An Mei ook is bij de eerste ontmoeting – waarbij zij het is die haar moeder kan troosten – zo heftig is het afscheid voor haar. “Dat viel me heel zwaar, dat had ik niet meteen door en ook niet verwacht. Maar bij de eerste ontmoeting kende ik ze allemaal nog niet en nu wel. Daardoor was het moeilijk om te vertrekken. Het is wel een hele opluchting voor mij om een antwoord te hebben op de vraag: wie zijn mijn ouders?” Marion: “Daar had ze altijd lichte stress over. Al vanaf dat ze een jaar of vier was.” An Mei: “Ja, dat wilde ik heel graag weten. En nu weet ik het en heb ik er een wereld bij gekregen.”
Marion schrijft in het reisverslag dat ze heeft gemaakt: ‘Tranen blijven stromen bij het afscheid. Het klopt ergens niet en toch is het zo. (…) Het is bijzonder en hartverwarmend dat we elkaar na 16 jaar hebben leren kennen. Het antwoord op vragen als ‘Waar is ons kind?’ en ‘Waar is mijn familie?’ is helder. Iedereen is het erover eens dat de ontmoeting stress en onrust heeft weggenomen. Maar het blijft ook pijnlijk om zo ver van elkaar vandaan te leven. Daarmee dealen is een levenskunst. Gelukkig is An Mei een veerkrachtig kind en kunnen we sparen voor een volgend bezoek. Dat haalt de scherpe randjes eraf, dat voelt haar Chinese familie ook.”