Daphne Bolman: ‘Er bestaan veel misverstanden over binnenlandse adoptie’

Tekst: Machteld Stilting

‘De kans dat je de loterij wint is groter’, kregen Daphne Bolman (34) en haar man Joost (37) te horen toen ze informeerden naar de mogelijkheden van binnenlandse adoptie. Maar toen de wachttijd voor een kindje uit China opliep, besloten ze zich in oktober 2015 toch ook in te schrijven op de Nederlandse lijst. Een halfjaar later woonde Stan al bij ze. En nog eens anderhalf jaar later werd het gezin uitgebreid met Mees. Daphne: ‘Onze procedures zijn zo vlot gegaan dat we ons soms zelfs een beetje schamen tegenover alle mensen die al zo lang op een kindje wachten.’

Dat het verhaal van Daphne en Joost en hun twee zoons niet alleen maar hosanna is, blijkt direct aan het begin van het gesprek. Daphne vraagt of het mogelijk is hun jongste zoon in het artikel een verzonnen naam te geven. Zijn adoptie is namelijk nog niet afgerond. Bij adoptie binnen Nederland mag je de gang naar de rechtbank pas maken als het kind een jaar bij je woont. In dat jaar mag de moeder nog terugkomen op het afstaan, legt Daphne uit. Een onzekere periode dus. Die vaak zelfs nog (veel) langer duurt dan een jaar. “Je dient een verzoek in, maar de rechtbank gaat er pas naar kijken als er tijd voor is. En adoptie heeft vaak geen prioriteit.” Voordat de adoptie een feit is, ben je extra voorzichtig met het delen van informatie, volgens Daphne. Nederland is klein, maar de impact van social media is groot. “De zwangerschap van de biologische moeder van Mees was geheim. We moeten haar privacy en die van Mees zo veel mogelijk beschermen.”

Eerst naar pleeggezin

De voor- en nadelen van binnenlandse adoptie wisselen elkaar tijdens het gesprek continu af. Een groot voordeel is volgens Daphne de informatievoorziening. Al twee dagen na het eerste telefoontje zaten ze met Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming om de tafel. “Er werd eerst gecheckt of de match nog klopte en vervolgens kregen we informatie over Stan, zijn achtergrond en zijn special need.”
Omdat de moeder van Stan al tijdens de zwangerschap wist dat ze afstand ging doen, is hij snel na de bevalling naar een pleeggezin gegaan. Neutraal terrein, zoals ze dat noemen. “Daar blijft een kindje altijd drie maanden, de éérste periode waarin de moeder terug kan komen op haar beslissing.” In de tussentijd kiest de Raad drie ouderprofielen uit die het best passen bij het kind en bij eventuele wensen die de biologische moeder via Fiom kenbaar heeft gemaakt. Daphne: “Bijvoorbeeld dat het gezin een katholieke achtergrond heeft of financieel onafhankelijk is.” Ook kan ze wensen hebben met betrekking tot het contact na de adoptie. Stans adoptie is helemaal gesloten, wat wil zeggen dat er op verzoek van de biologische moeder geen contact meer is. Met de moeder van Mees is afgesproken dat zij eenmaal per jaar op de hoogte wordt gehouden door middel van foto’s. “Die sturen wij dan naar Fiom,” vertelt Daphne. “Er is geen rechtstreeks contact. Wij weten wel de namen van de moeders, maar we hebben besloten niet te gaan googelen. Pas als de jongens erom vragen gaan we actie ondernemen.”

Snel een kinderkamer in orde maken

Uiteindelijk kiest de biologische moeder of Jeugdzorg het meest geschikte adoptiepaar. In het geval van Stan dus Daphne en Joost. En toen ging het snel. Twee dagen later ontmoetten ze Stan al bij het pleeggezin. Daar volgde het voorstel om tien dagen lang met het pleeggezin mee te draaien om Stan en zijn ritme en gewoontes rustig te leren kennen. Geen standaardprocedure, volgens Daphne. “Hoe alles precies verloopt is afhankelijk van de Raad, Jeugdzorg en het pleeggezin waar je mee te maken hebt.” De pleegouders van Mees vonden het bijvoorbeeld beter dat hij met Daphne en Joost mee naar huis ging zodra zij daaraan toe waren. Dat kwam toen ook beter uit, zegt Daphne. Ze hadden immers ook Stan die de nodige aandacht nodig had. En ze wisten inmiddels zelf ook al meer van de hoed en de rand.
De snelheid van de procedure heeft ook wel een keerzijde, vindt Daphne. Zo moet er binnen een paar dagen een kamertje in orde gemaakt worden. En je moet vaak nog dingen op het werk afronden. Bovendien was de plotselinge komst van Mees voor Stan ook best ingrijpend. “Hij heeft een pittig karakter en dan ineens is er binnen een week een kindje dat óók aandacht wil. Daar had hij beste moeite mee. Sinds een paar weken gaat het beter. We zijn maanden bezig geweest met benoemen en bevestigen dat hij er mag zijn.”

Adoptie in ontwikkeld land als Nederland

Er zijn veel misverstanden als het om binnenlandse adoptie gaat, weet Daphne. Veel mensen denken dat de kinderen geen hechtingsproblemen hebben omdat ze jong zijn op het moment van adoptie. En ze kunnen ook geen slechte start gehad hebben in een ontwikkeld land als Nederland. “Er wordt gezegd: ‘Er zijn hier diverse instanties die je kunnen helpen als je onverwacht zwanger wordt. Je hoeft je kind niet meer af te staan.’” Volgens Daphne is het misschien juist daarom voor een kind nog wel schrijnender dat het toch is gebeurd. Ze benadrukt dat de thematiek bij binnenlandse en buitenlandse adoptie in grote lijnen overeenkomt. En dat het dus ook niet de bedoeling is dat Jan en alleman hun jongens knuffelen en oppakken. “Dat is soms nog weleens lastig uit te leggen.”
Wat Daphne ook nog weleens hoort is dat mensen denken dat je in Nederland ‘dus’ een blank kindje krijgt. Onzin, zegt ze. “We leven in een multiculturele samenleving, het kind kan alle mogelijke huidskleuren hebben.” De moeders van Stan en Mees komen toevallig uit hetzelfde land. “Toeval, maar wel fijn. Ze delen dezelfde achtergrond, met dezelfde reden van afstand.”

Moeder kan terugkomen op beslissing

Daphne wil mensen een realistisch beeld van binnenlandse adoptie geven. Ja de procedure kan sneller gaan, ja de kindjes zijn relatief jong, en ja het gaat vaak om kinderen met een minder heftige combinaties van special needs. Bovendien kost een binnenlandse adoptie je relatief weinig geld. Maar daartegenover staat de onzekerheid of de biologische moeder niet terugkomt op haar beslissing. En een adoptieprocedure die je volledig zelf moet regelen bij de rechtbank. Bovendien kun je de biologische moeder bij wijze van spreken bij de Albert Heijn tegenkomen. Ook met dat idee moet je kunnen dealen.
Daphne vertelt dat ze zich, ondanks het risico dat de adoptie alsnog niet door zou gaan, onmiddellijk aan beide jongens gehecht hebben. Het was instant liefde en daar kun je geen rem op zetten. Dat geldt ook voor de pleegouders. “Als je hun emoties zag bij de overdracht!” Dat gaf wel aan hoe goed de jongens het in beide pleeggezinnen gehad hebben. Daphne en Joost hebben nog steeds contact met ze. “Het zijn onze bonusfamilies. Ze spelen een ongelooflijk belangrijke rol in ons leven. Wij hebben het nooit over een adoptiedriehoek. Wij noemen het een adoptievierkant.”

Binnenlandse adoptie

Voor de adoptie van een kind uit Nederland geldt, net als bij buitenlandse adopties, dat de adoptie in het belang van het kind moet zijn. Aanvullende voorwaarden worden op de site van de Rijksoverheid genoemd en zijn bijvoorbeeld:
• Het heeft kind niets meer te verwachten van zijn eigen ouder(s). De rechter beoordeelt of de ouder(s) nog kunnen of willen vervullen.
• Het kind is minderjarig. Een kind van 12 jaar of ouder moet instemmen met de adoptie. Als een kind nog geen 12 is maar wel goed zijn mening kan geven en ook laat blijken te beseffen wat de gevolgen zijn van wat hij zegt, dan geldt ook zijn mening.
• Grootouders mogen hun kleinkind niet adopteren.
• De adoptieouder is ten minste 18 jaar ouder dan het kind dat hij/zij wil adopteren.

Voorwaarden die worden gesteld aan paren (van verschillend of gelijk geslacht) die een kind uit Nederland willen adopteren:
• Zij hebben in de periode voorafgaand aan de adoptie minstens drie jaar samengeleefd. Dit kunnen ze aantonen met bijvoorbeeld een samenlevingscontract of gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP).
• Zij hebben het kind gedurende één jaar verzorgd en opgevoed. Het maakt daarbij niet uit of de partners getrouwd zijn.

Adoptie door één persoon is ook mogelijk. Tot 2009 gold dat diegene drie jaar voor het kind moest hebben gezorgd. Nu geldt, net als voor paren, een termijn van één jaar. Eenpersoonsadoptie komt volgens de Rijksoverheid vooral voor in de vorm van stiefouderadoptie, waarbij de (nieuwe) partner van een van de biologische ouders het kind adopteert.

Meer algemene informatie is te vinden op de website van de Rijksoverheid.