Drieluik: geadopteerde David Julio Jansen

Beroep: beveiliger
Woonplaats: Breda
Leeftijd: 26 jaar

Naam veranderd voor meer eigen identiteit

Mijn ouders zijn in eerste instantie naar Nicaragua gegaan om vrijwilligerswerk te doen. Mijn vader heeft er gewerkt als huisarts en later in een gezondheidscentrum in het plaatsje Rama. Mijn moeder was daar gezondheidsmedewerker en onder meer actief in het opsporen van kinderen met diarree.

Omdat ze er woonden en zich voor adoptie hadden aangemeld bij de kinderbescherming in Nicaragua, konden ze mij adopteren. Een jaar na hun aanmelding kregen van maatschappelijk werk het bericht dat er een baby voor hen was. Ze verbleven destijds met meerdere mensen uit Nederland in Nicaragua en die andere stellen hebben ook allemaal kinderen geadopteerd. Later in Nederland kwamen we vroeger een paar keer per jaar bij elkaar over de vloer. Heel gezellig vond ik dat. En bovendien, daardoor kende ik vijf andere kinderen die in hetzelfde weeshuis hebben gewoond als ik. Best bijzonder.

Verder speelde adoptie in mijn jeugd niet zo’n rol. Soms merkte ik wel dat ik een ander kleurtje had dan de meeste kinderen in de klas. Mijn beste vriend op de basisschool was ook geadopteerd. Hij komt uit Zuid-Korea. We plaagden elkaar weleens dat we er anders uitzagen, niet alleen anders dan de rest, maar ook anders dan elkaar. Toen ik in groep 7 of 8 zat, werd ik me daar wel wat bewuster van en ben ik ook vragen gaan stellen aan mijn ouders. Dat was nooit een probleem. Ze waren heel open over de adoptie.

Maar ze hadden niet veel informatie over mijn herkomst. Ze wisten te vertellen dat ik twee maanden te vroeg was geboren, in een ziekenhuis in Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Ze wisten in welk ziekenhuis dat was en in welk weeshuis ik ben geweest. Ook zijn er papieren waar de naam van mijn moeder op staat, maar of dat klopt, dat weet je niet. Het maakt me ook niet zo veel uit. Ik heb nooit de behoefte gehad om haar te gaan zoeken. Ik vind het prima zo.

In die tijd, toen ik dus een jaar of elf, twaalf was, heb ik wel mijn naam veranderd. Mijn biologische moeder heeft mij, voor zover ik weet, geen naam gegeven. Toen ik in het tehuis kwam, hebben ze mij de naam Julio gegeven, omdat ik in de maand juli ben geboren. Bij de adoptie hebben mijn ouders mij David genoemd. Omdat je Julio met een J schrijft, maar met een G uitspreekt, leek hun dat geen handige naam voor mij. Zelf vond ik het wel mooi om Julio toch aan mijn naam toe te voegen. Mijn ouders hebben daar onmiddellijk aan meegewerkt en het helemaal officieel geregeld, in Naam der Koningin, alles erop en eraan. Sindsdien heet ik officieel, op mijn paspoort en overal: David Julio Jansen. Ik vind dat prettig, het geeft me een stukje identiteit. Het maakt meteen duidelijk dat ik geen Indonesiër of Molukker ben, dat mijn roots in Latijns-Amerika liggen.

Binnen een jaar of twee wil ik er wel weer een keer heen. Mijn vriendin is nog nooit in Latijns-Amerika geweest en voor mijzelf is het ook al weer jaren geleden dat ik er voor het laatst was. Behalve in Nicaragua ben ik in Cuba geweest, op vakantie, en in Colombia om mijn zusje op te halen. Ik was toen zeven, mijn zusje was drie jaar oud toen zij geadopteerd werd. Ik weet dat nog heel goed. Ik had me erg verheugd op haar komst, maar moest toen het zover was, wel even wennen. En zij trouwens ook.

Anno nu speelt mijn adoptie eigenlijk geen enkele rol in mijn dagelijks leven. Al merk ik wel af en toe tijdens mijn werk dat ik, al voel ik mij 100 procent Nederlander, niet zo oog. Ik werk als beveiliger in een ziekenhuis en het heeft soms ook weleens voordelen in conflicten waarbij bijvoorbeeld allochtonen zijn betrokken. Daarbij is het voor mij soms gemakkelijker in te spelen op verschillende bevolkingsgroepen dan voor sommige collega’s. Andersom zou ik zelf natuurlijk tegen discriminatie aan kunnen lopen, maar dat is gelukkig nooit gebeurd.