‘De geest uit de fles’

Tekst Angela Jans

Zomaar wat voorbeelden uit recente krantenberichten: ‘Geboren in Ethiopië en in Almelo opgegroeide Sam, wil dat het eindelijk stopt.’ ‘Uit Haiti geadopteerde Tomy overleed in een cel.’ ‘Waarom ik? Politie schoot Rubens (geadopteerd uit Brazilië) per ongeluk neer.’ ‘Geadopteerde spant civiele rechtszaak aan tegen de staat’, ‘Onderzoek naar rol Nederlandse overheid bij interlandelijke adoptie’. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Adoptie was de laatste tijd nogal veelvuldig in het nieuws. Wat doet dat met betrokkenen? Met geadopteerden, met adoptieouders?

De dertienjarige, uit Kenia geadopteerde zoon van Sandra Benschop gaf zelf aan dat hij naar de Black Lives Matter-demonstratie in zijn woonplaats Rotterdam wilde. “Ik was trots en dacht: goed zo kind, ga het maar beleven. Van jongs af aan heb ik een diepgewortelde weerzin gehad tegen discriminatie. Ik kon bijvoorbeeld niet begrijpen dat een mop waarin een Surinamer voorkwam, grappig werd gevonden. Het is een keer klaar. De geest is nu uit de fles denk ik. Als jongeren van alle kleuren de straat op gaan, word ik daar heel blij van. Dan juicht mijn hart.”

Ongepaste opmerkingen

“Goh wat spreek jij goed Nederlands…” Niet zelden worden geadopteerden compleet onverwacht geconfronteerd met hun uiterlijk. Op school, onderweg, bij een sollicitatie. Mensen kunnen, al dan niet volstrekt onschuldig of uit pure interesse, ongegeneerd harde, ongepaste vragen stellen of opmerkingen maken. Nog afgezien van de actuele situatie met betrekking tot discriminatie en racisme. De eigenares van een boerencamping in de Betuwe, moeder van twee jongens uit Colombia, kreeg al jaren geleden een klant aan de receptie. De man kwam, ‘waarschijnlijk met de beste bedoelingen in zijn ogen’, even melden dat er een donkere jongen bij het toiletgebouw liep. Waarop de eigenares antwoordde: ‘oh, dat is mijn zoon.’

Erg? Niet erg? De vrouw in kwestie heeft er maar om gelachen. De man zal misschien rood aanlopen van schaamte iedere keer dat hij eraan terugdenkt. Of misschien ook niet. “Het is ook voor een groot deel hoe je er zelf mee omgaat. Ik heb naar aanleiding van alle nieuwsberichten hierover serieus met de kinderen gesproken en zij geven aan er echt geen last van te hebben. Ze krijgen wel eens ‘grappige’ opmerkingen naar hun hoofd vooral van vrienden, maar plagen hun vrienden dan net zo hard terug. Ze krijgen ook regelmatig complimenten over hun mooie haar, kleur of kleding. Ook met sollicitaties, nog nooit problemen gehad. Ze krijgen altijd het bijbaantje dat ze graag hebben willen en staan vrolijk in het leven. Ik hoop dat ze dit zo mogen blijven beleven”, zegt een adoptiemoeder van twee (jong)volwassen kinderen uit Afrika.

“Ik heb er geen last van. Totaal niet”, zegt ook Sanne van Rossen (35), schrijfster van Het Verdriet van Sri Lanka, het boek waarmee ze in 2017 wereldnieuws maakte en onder meer het bestaan van babyfarms in haar geboorteland aantoonde. “Ik vind het goed dat het gebeurt maar ik wil zelf niet meer strijden tegen het systeem. Ik heb heel veel aan mezelf gewerkt. Vanuit mijn trauma ben ik gegroeid naar liefde voor mezelf. Ik ben door veel pijn gegaan en wil niet in een slachtofferrol blijven zitten maar liever positieve energie uitstralen.”

Wel volgt ze de actuele ontwikkelingen op de voet, en zeker ook die rond de rechtszaak die een andere, uit Sri Lanka geadopteerde vrouw heeft aangespannen tegen de Nederlandse staat en vergunninghouder Stichting Kind en Toekomst. De rechtbank in Den Haag doet op woensdag 9 september uitspraak. “Ik vind het knap dat ze het doet. Er heerst veel boosheid en verdriet onder geadopteerden. Iedereen streeft naar erkenning. Maar als je dat buiten jezelf blijft zoeken, zul je nooit het geluk vinden.”

Ver-van-mijn-bed-show

Het is niet alleen discriminatie wat het nieuws haalt. Het gaat ook over andere zaken zoals kinderen die in verband met het coronavirus niet opgehaald kunnen worden door hun adoptieouders en nieuwe twijfels over een adoptie uit Ethiopië: ‘Haar tweelingzus was dood, werd altijd verteld, maar klopt dit wel?’, kopte NRC. Mariam Tempelman (22) geboren in Ethiopië: “Al die misstanden in de krant ervaar ik als ver-van-mijn-bed-show. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed waarom ik me niet aangesproken voel, want ik heb bij mijn eigen verhaal ook wel wat vraagtekens. Ik heb, afgaande op de nieuwsberichten, de indruk dat onder de generatie geadopteerden voor mij, op de een of andere manier meer boosheid heerst. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Dat het een schok is, als je op een gegeven moment op zoek gaat naar wie je bent en je ontdekt dan dat niet blijkt te kloppen wat er is altijd gezegd. Voor mij zelf denk ik dat mijn adoptie vooral op een ander vlak doorwerkt, in relaties in vriendschappen. Daar ben ik nu mee bezig. Ben ik zoals ik ben als dochter en vriendin door het afgestaan zijn? Ben ik bang dat mensen weer weggaan uit mijn leven en heb ik daardoor de neiging om te pleasen? Of ben ik aardig omdat ik aardig kan zijn? Dit zijn vragen die ik interessant vind om mee bezig te zijn.”

Rodrigo van Rutte (39) geboren in Colombia is zelf ook niet de straat opgegaan om te demonstreren. “Maar natuurlijk, het raakt me wel! Vanaf mijn vijftiende jaar liet ik mijn haar lang groeien en zag ik eruit als een indiaan. Op basis van mijn uiterlijk werd ik gediscrimineerd en verwachtten mensen dat ik weinig tot geen Nederlands zou spreken. Zes jaar later liet ik mijn haar afknippen en werd ik vaak aangezien voor iemand uit Indonesië. In Nederland is deze groep maatschappelijk geaccepteerd door het verleden en heden. Sindsdien word ik vriendelijker benaderd alhoewel ik het toch als positieve discriminatie zie. Dat merk ik echt. Sinds ik vijf keer in Colombia ben geweest, voel ik me gekleurder dan daarvoor. En ik zie ook dat er onder Colombiaans geadopteerden in de leeftijd van 18 tot 28 jaar een relatief grote groep is die zich actief mengt in de anti-zwartepietendiscussie. Ik vind het goed dat het gebeurt zolang je niet overdrijft. Het heeft, denk ik, tijd nodig om zo’n verandering in gang te zetten.”

Karin Amatmoekrim van De Correspondent, denkt dat het daarvoor momenteel een belangrijke tijd is. Onder de titel: ‘Vroeger was antiracisme radicaal. Nu omarmt het zwijgende midden het verzet, met dank aan de activisten’, schrijft ze dat de wereldwijde golf aan antiracismeprotesten laat zien dat er op dit moment onmiskenbaar iets aan het veranderen is in de publieke opinie. En: het lijkt alsof er meer ruimte is voor solidariteit.