Drieluik: geboortemoeder Nilanthi van den Berg-Kelly

Beroep: huisvrouw
Moeder van zoon (12 jaar, afgestaan) en dochter (6 jaar)
Leeftijd: 33 jaar
Woonplaats: Utrecht

Objectieve hulp heb ik gemist

Toen ik achttien maanden was, ben ik samen met mijn zusje die toen zes weken oud was, geadopteerd vanuit Sri Lanka. Ik heb een goeie, liefdevolle jeugd gehad. Maar op mijn zestiende raakte ik depressief. Een paar jaar later kreeg ik een psychose. Heel heftig.

Daarna kon ik in een project voor beschermd wonen terecht. Dat ging goed. Ik leerde er een jongen kennen en we kregen een relatie. Ik raakte zwanger. Mijn vriend en ik wilden het kindje allebei graag houden. Onze ouders vonden het goed maar dan moesten we er wel keihard ons best voor doen. Dat deed ik. En het ging zo goed met mij dat ik dacht mijn medicijnen niet meer nodig te hebben. Een grote fout. Drie dagen voor de bevalling raakte ik weer in een psychose. Mijn zoon werd gezond geboren maar kon niet op dezelfde afdeling in het ziekenhuis verblijven als ik. Na een paar dagen mocht hij naar huis maar ik niet. Waar moest hij heen? De grootouders van beide kanten gaven aan dat ze niet voor het kindje konden zorgen. Daarom is hij naar een pleeggezin gebracht.

Het was een heel fijn gezin waar al vier oudere kinderen waren. Aanvankelijk kon ik mijn zoon een paar uur per veertien dagen zien onder begeleiding. Later mochten mijn vriend en ik regelmatig bij het gezin thuis op bezoek komen. Ik leerde daar om hem de fles te geven en zijn luier te verschonen. Het was de bedoeling dat ik op mezelf zou gaan wonen en dat mijn zoontje en zijn vader na verloop van tijd zich bij mij zouden voegen. Maar op een gegeven moment heb ik mijn ouders toevertrouwd dat ik eigenlijk niet zoveel liefde voor mijn kind voelde, er was geen band, geen hechting. Toen ging dat niet door.

Mijn schoonouders hebben daarop voorgesteld om hun kleinzoon in huis te nemen. Dat vond ik prima. Mijn zoontje is daarnaartoe gegaan en na een tijdje kwam het voorstel dat de broer van mijn man, onze zoon zou adopteren. Daar ben ik mee akkoord gegaan. Op dat moment leek me dat echt het beste. Ik meegewerkt aan de adoptie en ben vrijwillig uit de ouderlijke macht ontheven.

Amper twee maanden later kreeg ik te horen dat mijn zwager met zijn gezin ging emigreren naar de Verenigde Staten. Ik schrok me rot. Dan zou ik mijn zoon waarschijnlijk zelden of nooit meer zien, dat was niet de bedoeling! Ik heb van alles geprobeerd om ze tegen te houden. Helaas, er was niks meer aan te doen, ik had geen enkel recht. Als ik van de emigratieplannen had geweten, had ik de adoptiepapieren nooit getekend. Maar ik wist het niet. Ik vermoed dat ze die plannen bewust hebben verzwegen.

Achteraf denk ik dat mijn zoontje bij het pleeggezin had moeten blijven. Daar had hij het heel goed. Maar wat wist ik nou op dat moment? Ik kon niet goed nadenken, kwam uit een psychose. Als vrouw in crisis kun je zo’n beslissing helemaal niet nemen. Ik heb op dat moment objectieve hulp gemist. Die had ik graag gehad.

Maar dat is achteraf. Nu is hij 12 jaar oud. Heel af en toe bellen we met elkaar. Via mijn inmiddels ex-schoonmoeder krijg ik weleens foto’s van hem te zien. Eén keer heb ik hem ontmoet, toen hij even in Nederland was. Toen voelde ik wel een klik, kwamen er wel moedergevoelens boven die ik eerder niet had.

Het is heel jammer dat ik veel van hem moet missen. Misschien dat hij nog weleens mijn kant op komt als hij 18 is, dat hoop ik.

Met mij gaat het verder goed. Ik ben getrouwd met een heel lieve man. We hebben samen een dochter van zes, we zijn heel gelukkig samen.