Drieluik: geboortemoeder Rineke

Moeder van dochter (22), afgestaan ter adoptie
Leeftijd: 63 jaar
Beroep: pedagogisch medewerker
Woonplaats: Zutphen

Blij als ik weet dat het goed met haar gaat

Sinds ik een foto van mijn dochter heb gezien van toen ze een jaar of zeven oud was, heb ik er vrede mee. Want daardoor weet ik dat ze oké is. Ik was ontzettend bang dat ze hersenletsel zou hebben opgelopen door mij. De eerste zeven maanden van mijn zwangerschap wist ik niet dat ik in verwachting was en al die tijd had ik stevig gedronken…

Inmiddels is ze bijna 23 jaar oud. De laatste foto die ik van haar heb gekregen, dateert al weer van vijf jaar geleden. Toen was ze 17,5 jaar. Daarop lijkt ze ontzettend veel op mij en op mijn nichtjes, de kinderen van mijn broers en zussen. Gelukkig heeft ze voor zover ik heb begrepen ook mijn genen en is ze niet agressief, zoals haar biologische vader. Zijn gedrag, zijn karakter was de voornaamste reden dat ik haar heb afgestaan ter adoptie. Ik was bang dat zij en ik het anders niet zouden overleven. Ik was niet tegen hem opgewassen.
Rond mijn twintigste kreeg ik een relatie met een fijne man. Ik raakte meteen zwanger van hem. Het was de eerste keer raak, zal ik maar zeggen. Hij studeerde nog, het was te vroeg. Daarom heb ik toen een abortus laten plegen. Vervolgens zijn we nog jarenlang samen geweest maar van kinderen kwam het niet meer. Toen we allebei zo’n beetje halverwege de dertig waren, zijn we in goede harmonie uit elkaar gegaan.
Om een nieuwe start te maken ben ik verhuisd. Ik dacht dat het dan gemakkelijker zou zijn om werk te vinden maar dat was niet zo, het lukte niet. Ik was te oud, had de verkeerde diploma’s. Wel kreeg ik een nieuwe vriend. Aanvankelijk was hij heel lief maar al snel werd hij jaloers en gewelddadig, het sloop erin. Daarbij isoleerde hij mij en manipuleerde hij iedereen om mij heen. Ik mocht niets. Geen contacten hebben met anderen, geen brieven schrijven naar mijn familie, ik had zelfs geen telefoon in huis. De fles werd mijn grote vriend. Tot ik dus zeven maanden zwanger bleek te zijn. Nadat ik het had gehoord heb ik altijd als hij bij me was – we woonden niet samen, doordeweeks was hij meestal bij zijn ouders – gedaan alsof ik ziek was. Ik bleef in bed en maakte een geluid alsof ik moest overgeven, dat vond hij afschuwelijk, dus dan bleef hij uit mijn buurt. De zwangerschap hield ik zo verborgen. Hij zou het kind in mijn buik doodschoppen als hij het wist, dat stond voor mij vast.
Gelukkig was ik alleen thuis toen het kind zich aandiende. Ik had helemaal niet door dat het al zover was en ben in mijn eentje op het toilet bevallen. Daarna ben ik naar een telefooncel gelopen om de verloskundige te bellen. Ze hebben mijn dochter en mij naar het ziekenhuis gebracht en daar mocht ik vijf dagen blijven. ’s Nachts hield ik haar bij me in bed. Een heerlijk gevoel. Bijna ging ik nog twijfelen over de afstand, maar ik dacht: nee, dat kan niet, dan heb ik straks de dood van mijn baby op mijn geweten. Na de verplichte drie maanden bedenktijd heb ik zonder enige twijfel getekend voor de adoptie.
Zelf heb ik hulp gezocht en gevonden bij Fiom. En toen mijn dochter een jaar of vijf oud was, heb ik daar gevraagd of ze haar adoptieouders wilden vragen om mij een foto van haar te sturen. Die kreeg ik uiteindelijk toen ze ruim zeven was. Daarop is, via Fiom, met telkens grote tussenpozen, een briefwisseling ontstaan. Haar ouders vroegen mij dingen, over mijn gezondheid, over het geloof, en ik heb vroeg dingen over mijn dochter en heb voor haar een foto van mij als kind opgestuurd.
Het laatste contact dateert al weer van enkele jaren geleden. Ik hoop van harte dat ze een keer contact met mij opneemt. Heel graag wil ik haar uitleggen waarom… Een band opbouwen hoeft niet per se, ik ben al blij als ik weet dat het goed met haar gaat.

Het Drieluik is dit nummer gaat over binnenlandse adoptie.