Dromen van een groot gezin en doorwaakte nachten

Tekst: Angela Jans en Machteld Stilting

Aspirant-adoptieouders Luc en Luuk dromen van een groot gezin. Veel deelnemers aan het WK Adoptiekids dromen waarschijnlijk van een carrière als profvoetballer. En geadopteerde Michael vertelt in het Drieluik op pagina 15 dat zijn droom om in de opera te zingen al werkelijkheid is geworden. Bij dromen denken veel mensen aan iets moois, een wens of hoop. Maar dromen kunnen ook naar zijn. De nachtrust verstoren, bang maken. Relatief veel adoptiekinderen hebben daar vlak na aankomst in Nederland last van, zo is de ervaring bij Adoptievoorzieningen.

Een medewerkster van Adoptievoorzieningen kent meerdere adoptiekinderen die enge dromen hebben, bijvoorbeeld over boeven of enge mevrouwen die hen weg komen halen, of over de dood. “In ieder geval gaat het vaak over verlaten worden”, zegt ze. Ook kunnen kinderen ’s nachts bijzonder veel zweten, zijn ze bang in het donker.

Adoptiekinderen zijn hierin niet uniek. Volgens de statistieken is zo’n 80 procent van de dromen negatief. Dan spreken we dus eigenlijk van een nachtmerrie, want volgens de Dikke van Dale is dat: een nare droom, iets dat verontrust, een schrikbeeld. Terwijl het grote Nederlandse woordenboek bij het woord ‘dromen’ de definitie schrijft: zich verbeelden, hopen, en fantastische toekomstbeelden hebben.

Dat geldt doorgaans ook voor (aspirant) adoptieouders, zij zien het wellicht al voor zich hoe ze – stralend – met hun kind(eren) aan de ontbijttafel zitten, naar het bos gaan, over het strand rennen.

Luc en Luuk: ‘Graag een groot gezin’

Luc Nibbeling (24, student banking and finance Universiteit van Utrecht) en zijn partner Luuk Doorakkers (24, student geneeskunde) willen graag jonge ouders worden en ook een groot gezin vormen. Vandaar dat ze al in hun studententijd begonnen zijn aan de adoptieprocedure. “Ik weet al heel lang dat ik kinderen wil. Het accepteren van mijn homo-zijn vond ik minder lastig dan het accepteren van de consequentie daarvan dat je op de traditionele manier dus geen kinderen kunt krijgen. Nu zie ik mijn geaardheid eigenlijk als een voordeel, want wij zijn veruit het jongste stel in de groep die de voorbereidingscursus van de adoptieprocedure volgt. De anderen zijn ouder omdat veel heterostellen waarschijnlijk pas aan adoptie gaan denken nadat ze eerst geprobeerd hebben om op natuurlijke wijze kinderen te krijgen”, aldus Luc.
Zijn partner Luuk: “Al op onze tweede date kwam hij daarmee. Eerlijk gezegd was ik er tot op dat moment totaal niet mee bezig geweest. Nu ben ik er wel blij mee. We kennen elkaar nu 4,5 jaar en hopen nog voor ons dertigste kinderen te hebben. Ik gun het kinderen om jonge ouders te hebben, dan kun je ze veel meegeven.”
Voor beiden is het een droom om meerdere kinderen te kunnen adopteren. Uit welk land maakt ze niet uit. Luc: “Vier of vijf kinderen, dat lijkt me mooi. Ik wil graag een groot gezin.” Luuk: “Dat lijkt wel een taboe onder studenten. Ze hebben het over carrières en start-ups, nooit over een gezin. Wij wel. We willen er alles aan doen om onze droom na te jagen maar als het om wat voor reden dan ook stopt bij twee of drie kinderen is dat ook goed. We doen wat binnen onze mogelijkheden ligt.”

Iwan en Miranda: ‘De nachten blijven een dingetje’

“Voor onze adoptieprocedure moesten we onder meer één maand dag en nacht voor Márk (toen 6,5 jaar) in Hongarije zorgen; daarna zou de uitspraak volgen of we hem mochten adopteren. Het ging prima de eerste dagen. Maar op een ochtend was er geen land met hem te bezeilen. Hij was boos, zelfs agressief naar ons toe. Het lukte ons hem uit zijn bui te halen, maar een paar uur later zat hij er weer in. Het was echt extreem gedrag. We wisten het even niet meer. Daarom belden we de adoptiemedewerkster die ons in Hongarije begeleidde. Zij vroeg Márk aan de telefoon. Aan haar vertelde hij dat hij een nachtmerrie had gehad. Waarover zei hij niet. Het was zo erg dat hij er niet over wilde praten. Wij communiceerden in die tijd met handen en voeten met hem, en met pictogrammen (sclera.be). We hebben een pictogram van een slapend poppetje tweemaal overgetrokken en er een denkwolkje bij getekend: één met duimpje omhoog, één met duimpje naar beneden. Zo kon hij ons ’s ochtends laten weten hoe hij geslapen had. Dit hielp ons wel er meer begrip voor op te brengen en hem te troosten.
Márk is nu anderhalf jaar bij ons. De buien zijn sterk verminderd. Maar de nachten blijven een dingetje. We weten inmiddels dat hij over wolven droomt. Ze komen hem halen, maken hem bang. Meer wil hij er niet over vertellen. Een van ons moet altijd bij hem blijven tot hij slaapt. Zelfs als hij boos op ons is. Er moet iets van een trauma zitten. We weten dat hij niet happy was in het pleeggezin waar hij zat. Van de vier jaar ervoor weten we dat hem nare dingen zijn overkomen. Márk praat niet over dingen die hem zeer doen.
Het heeft destijds geen moment onze keuze beïnvloed of we hem wel wilden adopteren. We willen het beste voor hem. We zijn zielsgelukkig en trots dat wij voor dit fantastische menneke  mogen zorgen”, aldus Iwan en Miranda.

Wendy en Rutger: ‘Wens of waarheid?’

Wendy en Rutger: “Tommi (6) is nu drie jaar in Nederland. Toen hij net bij ons was, werd hij wel vier of vijf keer per nacht in paniek wakker. Hij kon niet uitleggen waarover hij gedroomd had en wij konden het ook niet verklaren vanuit wat we over zijn achtergrond hebben meegekregen. Dat hij erg bang was, uitte zich ook lichamelijk: hij had op zulke momenten een heel hoge lichaamstemperatuur. Hij was waarschijnlijk alles wat er gebeurd is ’s nachts aan het verwerken. Nog steeds, trouwens. Over is het namelijk nog niet, maar het gaat al wel stukken beter. Tegenwoordig wordt hij nog maar één of twee keer per nacht wakker. Hij voelt zich gelukkig veiliger. Omdat hij erg bang is in het donker hebben we een klokje op zijn kamer gezet dat voor wat licht zorgt, en hij heeft een lampje waar hij zelf bij kan. Wij doen het uit als we gaan slapen en hij kan het aandoen als hij daar ’s nachts behoefte aan heeft. Als wij naar bed gaan en hem een knuffel geven, merken we vaak al hoe laat het is: dan is hij al bezweet en ligt hij te knarsetanden of te murmelen. Gelukkig haalt hij verloren slaap makkelijk in.
We denken wel dat het adoptiegerelateerd is. Er gebeuren natuurlijk ook wel eens wat dingen op school, maar de lichamelijke reactie lijkt nog zo op toen hij net bij ons was. We hebben hulp van Nazorg en we doen video-interactiebegeleiding. Daar richten we ons nu op dingen die nu wat meer prioriteit hebben. Verklaren kan hij zijn nare dromen nog steeds niet. Als we na zo’n nacht vragen waarover hij gedroomd heeft, zegt hij bijvoorbeeld: ‘Ik droomde dat ik een ninja was.’ Dat lijkt ons eerder een gekoesterde wens dan de waarheid.”