Een weekendje geen uitzondering zijn

Tekst: Machteld Stilting

Eenmaal per jaar komt een groep ouders met hun uit Kenia geadopteerde kinderen een weekend samen in een Landal GreenPark ergens in Nederland. Een ongedwongen samenzijn volgens Andrea Catshoek (51), een van de organisatoren. De ouders wisselen ervaringen uit en kletsen gezellig bij. De kinderen vinden elkaar in het speelbos, de voetbalkooi of het zwembad. Andrea: ‘Ze genieten ervan een weekend lang niets uit te hoeven leggen en geen uitzondering te zijn. Het is leuk om te zien hoe zo’n zwembad helemaal bruin kleurt.’

Hoe gek het ook klinkt: het jaarlijkse ‘Kenia-weekend’, dat sinds 2011 wordt georganiseerd, is eigenlijk ontstaan uit een Yahoo-groep. Om dit uit te leggen, gaat Andrea terug naar 2007, het jaar voordat zij met haar man naar Kenia vertrok om hun tweelingdochters te adopteren. Van vergunninghouder Stichting Afrika hadden ze begrepen dat er al een echtpaar uit Kenia had geadopteerd. Die wilden ze wel ontmoeten. Kon dat? Dat kon. Omdat Andrea vermoedde dat er meer wachtende stellen geïnteresseerd zouden zijn in die ontmoeting, nodigde ze via het bestand van Stichting Afrika meer mensen uit. En omdat het niet de vorm van een vragenvuur moest krijgen, maakte ze er een uitstapje naar het Afrika Museum van. Het werd een informatieve en gezellige dag. Een Yahoo-groep, die het mogelijk maakte om met elkaar in contact te blijven, was in die tijd een logische volgende stap. De groep bestaat nog steeds, al vindt er weinig activiteit op plaats. Op die ene periode in het jaar dan, wanneer de datum van het Kenia-weekend bekend wordt gemaakt. “De behoefte om elkaar jaarlijks fysiek te ontmoeten is bij ons groter dan regelmatig contact via een online community.”

Lotgenoten

Er zijn behoorlijk wat adoptiegroepen actief op social media. Dat de Kenia-groep wat dat betreft wat achterblijft, kan Andrea wel verklaren. Ten eerste is Kenia als adoptieland gesloten en komen er dus geen nieuwe adoptieouders met nieuwe vragen bij. Maar wat misschien nog wel een grotere rol speelt, is dat je destijds lang in Kenia moest verblijven voordat je je kind mee naar Nederland kon nemen. Sowieso drie maanden als foster parent en vervolgens gedurende de adoptieprocedure. Die kon maanden duren. Andrea: “In ons geval was het drie maanden, maar we kennen mensen die wel een jaar in Kenia hebben gewoond.” Ze is geen fan van het woord ‘lotgenoten’ (“Dat klinkt toch alsof je iets vreselijks hebt meegemaakt”), maar voor het verblijf in Kenia is het volgens Andrea misschien toch wel een geschikte term. “Je moest je daar echt zelf zien te redden. De mensen die tegelijkertijd in Kenia woonden, zochten elkaar op, steunden elkaar.” Daaruit groeiden zeer hechte en warme vriendschappen, die ook bij terugkomst in Nederland voortduurden. Zo ontstonden een soort subgroepjes binnen het grotere geheel van mensen die uit Kenia hebben geadopteerd. “Als je een klankbord nodig hebt, bijvoorbeeld als je kind heftig gedrag vertoont, kun je bij ‘je eigen’ groepje terecht. Die stap is vaak kleiner dan je vraag in een groep gooien met mensen die je niet of minder goed kent.”

Gezamenlijk diner

Ook Andrea en haar man hebben een hecht Kenia-vriendenclubje. Binnen dat clubje bespreken ze zaken als de puberteit en hechtingsproblematiek. De gesprekken tijdens het Kenia-weekend zijn vaak van een andere orde, lacht Andrea: “Een van mijn dochters wil dreadlocks. Daar heb ik afgelopen keer heel handige tips over gekregen.” Los daarvan is het gewoon leuk om iedereen ieder jaar weer te zien, vindt Andrea. Je ziet hoe de kinderen gegroeid zijn en je hoort hoe ze bijvoorbeeld het teruggaan naar Kenia hebben ervaren. (“Een rootsreis is het bij ons niet. We hebben er gewoond, we gaan gewoon terug.”) Sommige mensen huren een huisje en zijn er het hele weekend, andere komen alleen naar het diner op zaterdagavond. Tijdens het laatste weekend in januari waren er 100 ouders met hun kinderen bij het diner aanwezig. “Als je weet dat er in totaal zo’n 150 kinderen uit Kenia zijn geadopteerd, is dat best een aanzienlijk aantal.”

Kenia-genoten

Het is leuk om te zien hoe ook de kinderen elkaar tijdens zo’n weekend direct weer vinden, zegt Andrea. “Alsof er geen jaar tussen heeft gezeten.” De groep is hecht. Dat merkte ze in het begin vooral aan de biologisch eigen kinderen die ook meekomen naar het weekend. Die hadden soms wat meer moeite om aansluiting te vinden. Toen er laatst een akkefietje was met anderen kinderen op het park, vormden de Kenia-kinderen direct een soort blok. “Je kon merken dat ze zich sterk voelden, omdat ze nu eens een keer in de meerderheid waren.” Lotgenoten is in deze context toch nog steeds geen fijne term, concludeert Andrea. “Kunnen we er misschien iets van Kenia-genoten van maken of gewoon ‘gelijkgestemden’? Dat dekt volgens mij meer de lading.”

De kleuren van het individu

Sandra Benschop (zelfstandig coach/psycholoog en moeder van twee zonen uit Kenia) vult het verhaal van Andrea aan: “Vader en moeder worden is een emotionele en life-changing gebeurtenis, waarin je jezelf enorm tegenkomt. Vooral in het begin vraag je je continu af of je het wel goed doet. Combineer dat met een langdurig verblijf in een vreemde omgeving en het is niet meer dan logisch dat je elkaar opzoekt om kennis en ervaring, maar ook onzekerheden te toetsen en te delen. De saamhorigheid van de groep geeft je kracht, en dat is mooi. Maar dat neemt niet weg dat je je eigen klus te klaren hebt. Daarom is het zo ontzettend belangrijk om binnen een groep altijd als individu te blijven denken en handelen. Er is weliswaar die grote gemene deler dat we allemaal kinderen – in ons geval uit Kenia – hebben geadopteerd, maar geen enkel adoptieverhaal lijkt op het andere. Geen enkel kind heeft exact dezelfde behoeftes als het andere. Weeg daarom de steun en adviezen die je krijgt van groepen, boeken en therapeuten. Leg op het andere schaaltje jullie eigen behoeftes, ervaringen en gevoelens. Durf autonoom te blijven en in jezelf te geloven. Breng dat ook over op je kind. Het wil niet beoordeeld worden op dat ene aspect: die bruine kleur of het geadopteerd zijn. Elk kind is een uniek individu met een eigen ‘kleur’. We moeten zorgen dat de kleuren van het individu niet verloren gaan. Ze vormen samen met die van anderen een prachtig geheel.”