Elke zoekactie is anders

Fiom helpt bij speuren in binnen- en buitenland

Tekst: Angela Jans

Wie geadopteerd is en op zoek wil naar zijn of haar biologische roots, kan op heel veel verschillende manieren aan de slag. Gewoon zelf beginnen met googelen op internet bijvoorbeeld, of door iemand in te huren. Wie hulp of begeleiding wil, kan terecht bij Fiom. Daar zit een compleet zoekteam met (inter)nationale connecties en er zijn gespecialiseerde hulpverleners die het proces van begin tot eind kunnen begeleiden.

Wie wil zoeken met behulp van Fiom meldt zich aan via de website. Als duidelijk is dat er gezocht kan worden, volgt er een kennismakingsgesprek. Daarin wordt besproken hoe het zoekproces en de begeleiding eruitzien, wat de motieven zijn om te gaan zoeken en welke wensen en verwachtingen er zijn. Dat laatste is erg belangrijk voor de begeleiding om te weten, want hoe hoger de verwachtingen van de zoeker, des te groter de teleurstelling als de zoekactie niet slaagt.
“Soms blijkt dat er een dubbele lading zit onder de wens om te zoeken”, zegt Kalinda Jager, een van de maatschappelijk werkers van Fiom die zich bezighouden met de begeleiding van mensen met afstammingsvragen. “Bijvoorbeeld dat er nooit een klik is geweest met de adoptieouders. Soms denken mensen er vooraf heel luchtig over en valt het hun later toch heel zwaar. Dan kunnen wij nog een stukje nazorg leveren. Over het algemeen heeft het zoeken van geadopteerden altijd te maken met behoefte aan herkenning, erkenning en identiteit. Voor sommigen lijkt het een invulling van hun leven te worden, zij hangen er hun levensgeluk aan op. Voor anderen is het meer een aanvulling. Hoe dan ook: elke zoekactie is anders.”

Contactregister

Bij binnenlands geadopteerden die op zoek zijn naar hun biologische moeder en/of vader kan het soms heel snel gaan. Fiom kan daarvoor in de Basisregistratie Personen (BRP, voorheen het GBA) kijken en in afstands- en adoptiedossiers. Zelf beheert Fiom 7124 afstandsdossiers en 3840 adoptiedossiers. Fiom beschikt ook over een contactregister. Wie wel gevonden wil worden, maar zelf (nog) niet actief wil zoeken kan zich hier inschrijven. Bij iedere zoekactie wordt altijd eerst het register geraadpleegd.
Vaak heeft een binnenlands geadopteerde zelf al informatie over de biologische moeder zoals een naam en/of geboorteplaats. Daarmee kan in Nederland iemand vaak relatief snel getraceerd worden. Vinden is echter geen garantie voor een happy end. Kalinda: “Het komt heel regelmatig voor dat een geboortemoeder wordt gevonden, maar dat ze absoluut geen ontmoeting wil met het kind dat ze heeft afgestaan. Redenen kunnen zijn dat ze het voor haar huidige partner en kinderen geheim heeft gehouden of niet meer geconfronteerd wil worden met het trauma en de pijn van het afstand doen. Maar ik maak ook mee dat als geboortemoeders weten dat zij gezocht worden, dit een aanleiding kan zijn om het geheim te gaan delen met hun partner en kinderen. Dan zie je dat er een grote last van hen afvalt waardoor zij wel het contact met hun afgestane kind kunnen aangaan. Dit draagt bij aan een stuk verwerking en heling van het trauma en verdriet.

Soms wil ze niet dat er verdere informatie over haar wordt doorgegeven, zelfs niet dat ze is getraceerd. Of het komt voor dat iemand helemaal niet reageert op brieven van Fiom, dat ze helemaal niets van zich laat horen. Voor de zoekers kan dat heel frustrerend zijn.”

Privacywetgeving

Ongeveer een kwart van de zoekacties die Kalinda begeleidt – en dat zijn er tientallen per jaar – betreft binnenlandse adopties. Soms kan ze daarbij binnen enkele maanden een ontmoeting regelen tussen moeder en (inmiddels volwassen) kind. Soms moet ze de geadopteerde meedelen dat het niet gaat lukken. “De onzekerheid, als er geen reactie komt, is heel erg voor de zoekers. Maar als we wel hebben gevonden en ze willen geen contact, is dat ook moeilijk te verteren. Het feit dat wij de gegevens hebben en zij er niet bij kunnen, dat ze er geen invloed op hebben, dat is afschuwelijk voor een geadopteerde. Maar het is dan niet anders, wij moeten ook rekening houden met de privacywetgeving. Uiteraard laat ik het er niet zomaar bij zitten, ik stuur vaak meerdere brieven in een blanco envelop. De laatste brief wordt aangetekend verstuurd. Toch heb je soms geen aanknopingspunten meer, dan stopt het. Dat is een kwestie van accepteren, maar dat is vaak heel moeilijk. Zolang je zoekt, is er hoop. Daarom is nazorg bij een zoekactie ook belangrijk. Hoe gaat iemand verder met de uitkomst van een zoekactie en wat heeft die persoon daarbij nodig?”

Pittig proces

De termijn die zoeken en vinden in het buitenland in beslag neemt, varieert per land en is uiteraard mede afhankelijk van de informatie die vooraf beschikbaar is. Gemiddeld duurt het ongeveer anderhalf jaar voor Kalinda een geadopteerde kan vertellen dat er contact is gelegd met de biologische vader of moeder van een geadopteerde. Al lukt het natuurlijk lang niet altijd. “Hoe dan ook is het een pittig proces. Ik vind het mooi om mensen daarin bij te staan. Meestal bespreek ik van tevoren: Hoe ver wil je gaan? Wat zijn je verwachtingen? Wat als je nog een keer afgewezen wordt? Kun je dat aan?”

Bij buitenlandse zoekacties wordt doorgaans een correspondent ingeschakeld die woont en werkt in het land waar wordt gezocht. Fiom is ook de Nederlandse vertegenwoordiger van International Social Service (ISS), een internationale organisatie waarop iedereen die met grensoverschrijdende intermenselijke problemen te maken krijgt een beroep kan doen. ISS is in ongeveer honderd landen vertegenwoordigd. Zo kan Fiom/ISS Nederland bemiddelen bij grensoverschrijdende sociaaljuridische problemen op het gebied van internationale zoekacties, maar ook bij andere zaken zoals draagmoederschap, donorkinderen, gezags- en voogdijkwesties.
En regelmatig met succes. Kalinda: “Recent heb ik een zoekactie in Thailand met positief resultaat afgerond. Dat is heel snel gegaan. De geadopteerde jongen heeft inmiddels in Thailand zijn biologische moeder ontmoet, dat heeft hem heel veel rust gegeven. Maar als je bijvoorbeeld moet zoeken in Zuid-Korea, ben je vaak drie maanden tot half jaar aan het wachten voor een je überhaupt een reactie krijgt om te weten of er een ontwikkeling is in de zaak. Helaas geldt voor het merendeel van deze zoekacties dat het niet lukt in contact te komen met de gezochte bloedverwanten. Dat heeft te maken met de nog vrij gesloten cultuur van Zuid-Korea.”

Bloedverwanten

“Groot verschil met binnenlandse zoekacties is dat je bij buitenlandse zoekacties te maken hebt met bloedverwanten die ver weg wonen. Je kunt daar niet zo even langs gaan. En cultuurverschillen spelen een grote rol. Dat heeft op alles invloed: hoe open is een land en de mensen, welke taboes zijn daar, hoe kijken zij tegen het gegeven familie aan (in de landen van herkomst is familie veel belangrijker dan hier in het Westen), hoe is de verhouding tussen man en vrouw, wat is de rol van politiek en religie? Dat is iets waar ik veel aandacht aan besteed tijdens de begeleiding, zodat zoekers zich mentaal zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op een rootsreis, eventueel in combinatie met een ontmoeting met de biologische familie. Het is je vooral leren verplaatsen in een totaal andere wereld. Dat valt niet altijd mee.”

Voor meer informatie zie: www.fiom.nl/afstammingsvragen