Femmie Juffer: ‘Acceptatie thuis is de basis’

Tekst: Angela Jans

Opgroeien in een multicultureel adoptie- of pleeggezin, waar ouders en kinderen een andere huidskleur hebben, wat doet dat met betrokkenen? Hoe zien ze zichzelf? In hoeverre voelen ze zich verbonden met andere landen? Groeien de kinderen op tussen of mét twee culturen?

Antwoorden op deze en andere vragen komen aan de orde in een boek waaraan momenteel wordt gewerkt door Femmie Juffer, Lindy Popma en Monique Steenstra. Het is de bedoeling dat het eerste exemplaar in het najaar wordt gepresenteerd. Het is overigens niet voor het eerst dat deze drie vrouwen gezamenlijk aan de hand van interviews een boek schrijven. Eerder al tekende dit drietal voor 18 x 18, een boek waarin achttien pleegkinderen aan het woord komen die net achttien jaar, lees: juridisch zelfstandig, zijn geworden.

Deze keer gaat het om zestien interviews en even zoveel portret- en gezinsfoto’s. De foto’s zijn van de hand van fotograaf Lilian van Rooij. Zij is onder meer bekend van het fotoboek Mano Mano. Tien adoptieverhalen uit eerste hand.

Biculturele socialisatie

Er wordt gesproken met zeven geadopteerden, zeven pleegkinderen en twee jongeren die zijn opgegroeid in een gezinshuis. “Ik ben heel benieuwd naar de verschillen en overeenkomsten”, zegt Juffer. Zij maakt niet alleen enkele interviews, voor dit boek schrijft ze ook een inhoudelijk hoofdstuk op basis van haar kennis en functie als bijzonder hoogleraar adoptie aan Universiteit Leiden. “Dat deel gaat met name over de vraag of het wel of niet belangrijk is dat kinderen die niet bij hun biologische ouders opgroeien, de cultuur van hun afkomst meekrijgen. Daarover, over biculturele socialisatie dus, is altijd discussie geweest. In de jaren zeventig werd er niet veel over de afkomst gesproken en werd er gezegd: ‘Ze zijn nu in Nederland, laat ze gewoon opgroeien met boerenkool.’ Tegenwoordig zie je adoptieouders die met hun kinderen bijvoorbeeld enthousiast Chinees nieuwjaar vieren.”

In Nederland komen multiculturele adoptie- en pleeggezinnen relatief veel voor. Bij interlandelijke adoptie gaat het vaak om gekleurde buitenlandse adoptiekinderen, bijvoorbeeld uit China, Colombia, Azië of Afrika, die witte ouders krijgen. Bij pleegzorg worden in ruim een derde van de gezinnen kinderen met een migratieachtergrond opgevangen door autochtonen. Er wordt wel gezocht naar een match op basis van dezelfde culturele achtergrond, maar zelden of nooit is een ouderpaar met dezelfde achtergrond als het pleegkind beschikbaar. Er is sowieso een langdurig tekort aan pleeggezinnen, en zeker van hen met een migratieachtergrond.

Uit onderzoek blijkt inmiddels dat het goed is om aandacht te besteden aan de cultuur van herkomst, maar dat je dat vooral ook niet moet overdrijven. “Ga niet voortdurend wijzen op het anders zijn”, adviseert Juffer. “Als je daar de nadruk op legt, kan het een kind ook in de weg gaan staan om bij het gezin te gaan horen. Het gaat erom dat je je ergens thuis voelt en dat je gehecht bent. Het is echt van belang om te zorgen voor een goed evenwicht.”

Erkennen, niet ontkennen

Want al speelt het thema in de huiselijke sfeer misschien nauwelijks een rol, de kinderen worden vroeg of laat in hun eentje in de buitenwereld waarschijnlijk wel een keer geconfronteerd met hun ‘anders-zijn’, lees: discriminatie. Jufffer: “Het is daarom zaak om daar alert op te zijn en te zorgen dat ze weerbaar zijn. Uitgescholden worden, nageroepen, gepest vanwege hun uiterlijk, de vraag krijgen hoe het komt dat je zo goed Nederlands spreekt: dat soort ervaringen hebben vrijwel alle deelnemers aan het boek. Dat zijn dingen die juist buiten het gezin voorkomen. Adoptieouders maken dat niet mee, want als zij erbij zijn, is het vaak voor de buitenstaanders duidelijk dat het adoptiekinderen zijn, en dan houden ze zich doorgaans wel gedeisd. Het gebeurt meestal pas als ze alleen zijn.”

“We hebben de jongeren tijdens de interviews gevraagd hoe ze vinden dat ouders en leerkrachten hiermee om moeten gaan. Hoe kunnen ze helpen? Dan hoor je regelmatig dat er in ieder geval erkenning moet zijn. Dat het van belang is dat de afkomst niet wordt genegeerd of ontkend. Als er bijvoorbeeld gepest wordt op school vanwege de huidskleur, moeten ouders en leerkrachten daar bedacht op zijn.”

“Ook hebben we gevraagd hoe de jongeren zelf hun eigen afkomst ervaren. Uit de antwoorden blijkt dat dit heel verschillend kan zijn. Het loopt uiteen van een grote verbondenheid met de cultuur uit het land van herkomst tot er juist helemaal niets mee te maken willen hebben. Acceptatie thuis is de basis. ‘Ik voel me hier thuis’, is waarom ze zich ook verwant voelen met de Nederlandse cultuur.”

Het boek is bedoeld om de jongeren van nu, in adoptie- of pleeggezinnen of gezinshuizen, een stem te geven. En ter informatie en inspiratie voor toekomstige adoptie- of pleegouders. Zodat ze beter kunnen begrijpen wat de jongeren zelf belangrijk vinden. “Het is ook bedoeld voor jongeren zelf, voor leeftijdgenoten, zodat ze kunnen lezen hoe anderen hiermee omgaan. Zo’n boek is er nog niet. Er bestaat al wel een boek over volwassen geadopteerden – Gekleurde identiteit van Ton Hendriks – maar een boek dat specifiek ingaat op de beleving en vorming van de eigen identiteit door gekleurde jongeren in multiculturele adoptie- of pleeggezinnen ontbreekt. Wij willen in deze lacune voorzien”, aldus Juffer.

Om het boek betaalbaar te houden voor pleeg- en adoptiegezinnen is de verkoopprijs vastgesteld op 15 euro (hetzelfde als bij 18 x 18). De auteurs en de fotograaf ontvangen geen royalty’s en Stichting Kinderpostzegels heeft een subsidie toegekend om de uitgave mogelijk te maken. De presentatie zal plaatsvinden op de Universiteit Leiden tijdens een symposium over multiculturele adoptie- en pleeggezinnen. Naar verwachting zal dit begin november zijn, in de Week van de Pleegzorg.

Uitgeverij: Lecturis.nl