Geadopteerd, een beperking en nou ben ik óók nog bi

Tekst: Hilda Geerts

‘Ook dat nog!’ Zou dat het gevoel zijn als je afgestaan en geadopteerd bent, met vallen en opstaan geleidelijk volwassen wordt, en je gaandeweg tot de ontdekking komt dat je als man op mannen valt of als vrouw op vrouwen? Of concludeert dat het meer diffuus is en je eigenlijk beide kanten op zou kunnen? Afstand en adoptie kunnen bij het opgroeien extra hobbels opwerpen, en dan voelt nóg een hobbel, door je andere geaardheid, misschien wel als erg veel. Hoe ga je daarmee om?

Lin is 22 en geadopteerd uit China toen ze anderhalf was. Ze kwam terecht in een gezin waar al een jongen was die bij de ouders geboren was. Over het opgroeien zegt Lin dat afstand en adoptie altijd wel een rol hebben gespeeld in haar leven. Ze voelde zich veilig in het adoptiegezin, al vond ze het lastig om niet op haar ouders te lijken, maar ze kon dat gevoel van veiligheid lang niet mee naar buiten nemen. Ze kampte met sociale angsten, faalangst, verdriet waar ze nog geen woorden aan kon geven, had een hekel aan veranderingen en er was een overheersend gevoel van anders-zijn. Daar kwam bij dat haar linkerarm verminderd functioneert, een blijvende aandoening.
Cherine is 32 en geadopteerd uit Sri Lanka, niet lang na haar geboorte. Zij voelde zich eveneens anders en hier niet 100 procent thuis. “Het paste niet”, zegt ze daarover. Haar adoptieouders hielden van haar en ze had het goed. Ze was zich daarnaast bewust van hun verdriet over het feit dat ze geen biologische kinderen hadden kunnen krijgen en, zonder dat het van haar gevraagd werd, maakte ze zich medeverantwoordelijk voor hun geluk. Ze probeerde het kind te zijn zoals ze dacht dat haar ouders het graag wilden. Ook op school was er dat gevoel van anders-zijn. Bovendien kreeg ze botkanker toen ze tien was waardoor ze in één been geen kniegewricht meer heeft en moest leren omgaan met een blijvende handicap.
Mike is ook 32 en eveneens afkomstig uit Sri Lanka. Hij kwam, samen met zijn tweelingbroer, bij zijn adoptieouders toen hij drie maanden oud was. Na de tweeling adopteerden zijn ouders nog een jongetje uit hetzelfde land. Mike zegt dat het thema van afgestaan en geadopteerd zijn er gewoon was. Hij denkt dat zijn leven niet heel anders is dan dat van mensen die dat niet hebben meegemaakt. Het zijn gegevens vergelijkbaar met bijvoorbeeld het gegeven van de plaats in Drenthe waar hij is opgegroeid. Het is er, maar niet prominent. Het geeft wel iets extra’s om over te vertellen. “Ik geloof ook niet dat ik iets verdring”, zegt hij. Andere dingen spelen in zijn leven een meer belangrijke rol. Op dit moment is dat zijn baan, zijn vrienden en zijn partner. Wat op hem veel impact had en heeft, is het verlies van zijn adoptiemoeder toen hij 19 was. Vooral het besef dat hij een heel leven heeft opgebouwd, waar zijn moeder geen onderdeel meer van is, doet pijn.

Opeenstapeling van extra’s

Mike ziet het feit dat hij op mannen valt als ook zo’n gegeven dat bij hem nou eenmaal van toepassing is. Het zijn verschillende dingen die los van elkaar staan, zegt hij over de relatie tussen afstand, adoptie en homoseksualiteit. Lin vond het in het begin moeilijk om zich te verhouden tot het feit dat ze (ook) op vrouwen bleek te vallen. Dat werd haar duidelijk toen ze 18 was. “Al waren er misschien daarvoor wel signalen, mijn ouders hadden al een vermoeden. Natuurlijk was verliefd zijn heerlijk, maar het voelde ook als nóg iets om mee te dealen”, aldus Lin. “Ik ben Chinees, ik ben geadopteerd, ik heb een beperking en nou ben ik óók nog bi”, zei ze tegen haar moeder, die heel begripvol en accepterend reageerde. “Het verhaal wordt er groter van”, zegt Lin. Voor Cherine geldt dat ook: “Het is een opeenstapeling van extra’s.”. Voor haar was vanaf haar twaalfde duidelijk dat ze zowel op vrouwen als mannen viel en drie jaar later vertelde ze het aan haar adoptieouders. Zij hadden tijd nodig om aan de coming-out van hun dochter als biseksueel te wennen. Dat is hun wel gelukt; ze zijn trots op haar en op haar werk als manager communicatie bij het COC.
Alle drie – Lin, Mike en Cherine – zijn terug geweest naar hun land van herkomst. Lin was zeven toen ze voor het eerst met het hele gezin, inclusief haar broer, terugging naar China. Ze gingen onder meer naar het tehuis waar Lin verbleef toen haar ouders haar kwamen halen. Het tehuis was inmiddels verbouwd, maar een deel van dezelfde mensen werkte er nog. Lin verraste haar ouders door op schoot te gaan zitten bij een van de oudere verzorgsters. Dat deed ze echt nooit, bij een vreemde op schoot gaan zitten. Haar ouders dachten dat ze iets herkende in de vrouw.
In de komende tijd is het gezin van plan om nog een keer naar China te gaan. Lin weet nog niet of ze naar haar familie wil zoeken. Dat is bovendien nogal ingewikkeld in China. De vragen ‘Wie zijn mijn ouders? Wil ik ze zoeken, wil ik ze vinden? Waarom is het gegaan zoals het gegaan is?’ houden haar bezig. Ze vindt het niet-weten vooralsnog veiliger. Zolang er niks zeker is, kan ze er haar eigen gedachten over hebben. Zich afvragen hoe haar geaardheid in het eventuele zoeken past, is niet iets wat haar nu bezighoudt. Voor haar liggen daar nog andere vragen voor waarop ze eerst een antwoord wil krijgen.

Verantwoordelijkheid voelen voor biologische familie

Voor Mike was de reis naar zijn geboorteland geen bijzonder emotionele gebeurtenis. Ze reisden als gezin terug toen de jongens tieners waren. Hij denkt niet dat hij zijn ouders wil zoeken. “Dat is niet uit boosheid ofzo”, zegt hij. “Ik voel me gelukkig met wie ik ben.” Het lijkt hem mogelijk complicerend; het vinden van mensen met wie je een bloedband hebt, brengt misschien een gevoel van verantwoordelijkheid voor hun welbevinden met zich mee. Hij is zich ervan bewust dat homoseksualiteit nog strafbaar is op Sri Lanka, al zijn er inmiddels wel geluiden dat het gedecriminaliseerd zal worden. Verder is het vooral tijdens het reizen in het buitenland, iets wat hij graag doet, dat hij ervaart dat homoseksualiteit iets negatiefs met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld het moeten overwegen of hij er open over kan zijn of niet.
Cherine wilde zoeken naar haar ouders op Sri Lanka en vond ze met hulp van het tv-programma Spoorloos. Zij kent nu het gevoel van verantwoordelijkheid waarvan Mike vermoedt dat je dat zult hebben naar bloedverwanten. Ze beschrijft onder meer dat haar Sri Lankaanse familie heel blij was haar te ontmoeten. In de afgelopen paar jaar onderhouden ze contact via social media. Haar familie in Sri Lanka verwacht dat Cherine terug zal komen om haar plek in hun midden weer in te nemen. Een verwachting waarvan ze weet dat ze die niet zal inlossen. Een van de eerste vragen van haar ouders was die naar een partner, want ze had toch wel de leeftijd om te trouwen met een geschikte man. Ze wisten anders nog wel een mogelijke kandidaat. Zo werd Cherine meteen voor een dilemma geplaatst dat niet vanzelf zal ophouden dilemma te zijn. Haar familie is gemengd katholiek en boeddhistisch en ze wonen in een land waar, zoals gezegd, homoseksualiteit strafbaar is. Cherine wilde het prille contact met deze mensen niet meteen op het spel zetten door te zeggen: “Nee bedankt, ik heb al een vrouw.” Toch voelt het verzwijgen ook niet goed. Wat gaat ze zwaarder laten wegen: behoud van het hervonden contact of zichzelf helemaal laten zien, met het risico de verbinding met haar oorsprong alweer kwijt te raken? Vinden blijkt voor haar geen eindpunt. Cherine verwoordt het zo: “Het heeft alles op z’n kop gezet; ik heb nu het gevoel tussen twee families in te staan.”

Nadenken over kinderwens

Mike heeft een partner. Samen overwegen de mannen hoe ze hun kinderwens willen invullen. Adoptie behoort tot de mogelijkheden. Of ze dat willen, daar zijn ze nog niet over uit. Ze hebben een grote internationale vriendenkring. Veel vrienden hebben een reis naar Sri Lanka gemaakt. Zij die er geweest zijn, komen met enthousiaste verhalen terug. “Het voelt een beetje gek dat het al zo lang geleden is dat ik er ben geweest. Het is wel mijn land.”
Lin zegt dat ze langzamerhand ook gaat voelen dat ze uniek is en dat het vinden van een antwoord op haar extra levensvragen haar misschien wel sterker in het leven helpt staan. Ze is via vmbo en mbo op het hbo terechtgekomen en is bijna klaar met haar studie rechten.
Cherine heeft een vriendin. Ook zij en haar partner denken na over kinderen. Een kind adopteren lijkt haar ingewikkeld. Ze vraagt zich af of je kinderen bij hun oorsprong weg moet halen. Mensen zeggen tegen haar dat ze waarschijnlijk niet meer geleefd had als ze bij haar ouders was gebleven, maar dat vindt ze een te simpele gedachte, dat maakt adoptie niet automatisch de beste oplossing. Haar wens om aan haar Sri Lankaanse ouders te vertellen over haar geaardheid is groot. Ze heeft het gevoel te hebben gestreden om op het punt te komen dat ze van zichzelf mag zijn zoals ze is. Het voelt als een stap terug om niet open te zijn naar haar ouders en niet te rijmen met haar werk bij het COC. Het risico om het contact dan te verliezen blijft ook een factor van belang.
Voor Mike was en is zijn homoseksualiteit geen issue, het heeft hem als geadopteerde niet uit balans gebracht. De dood van zijn adoptiemoeder had een veel grotere impact op zijn leven. Voor Cherine en Lin beschrijft de uitroep ‘Ook dat nog!’ wel hoe ze in eerste instantie dachten over hun geaardheid. In tweede instantie hebben ze hun evenwicht hervonden. Alle drie zijn ze tevreden met wie ze zijn.

Het COC, waar Cherine werkt, komt op voor de belangen van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, trans- en interseksepersonen. Meer info www.coc.nl.