Geadopteerde onderzoekt adoptie

Ze is geadopteerd maar als ze terugkijkt, wist ze eigenlijk niet zoveel over adoptie. Ze had geen idee hoe zo’n procedure werkt, of wat de houdbaarheidstermijn is van een beginseltoestemming of wat vergunninghouders zijn. Gek eigenlijk. Of misschien juist ook weer niet. ‘Adoptie? Ik hield me er eerlijk gezegd nooit zo mee bezig.’ Tot het moment dat ze toch op zoek ging naar haar persoonlijke achtergrond en bijna ieder antwoord dat ze vond een nieuwe vraag opriep.

Anouk Eigenraam (40), geboren in Zuid-Korea, getogen in Nederland, is journalist van beroep. Dus nieuwsgierig en een vragensteller. Het was dan ook al snel duidelijk dat al die vragen en antwoorden opgeschreven moesten worden. Voor een artikel in de krant was het veel te veel, dus het werd een boek: Welkom in Adoptieland, een persoonlijke en kritische zoektocht. Het verscheen onlangs bij de Arbeiderspers.

Uit het voorwoord:
Achteraf gezien lijkt het misschien of het onvermijdelijk was, zo vielen de dingen op hun plek. Het begon me steeds vreemder voor te komen dat ik zo weinig van Zuid-Korea wist en er al die jaren zo krampachtig van weg was gebleven.
Een voorwaarde voor mij om het boek te schrijven was wel dat het niet alleen een particulier verhaal moest zijn over mijn adoptie. Daarvoor is mijn persoonlijke geschiedenis niet bijzonder genoeg, zeg ik zonder valse bescheidenheid. Het ging me om meer dan alleen het biografische aspect van adoptie. Juist de mondiale trends, internationale kaders en nationaal beleid hebben immers gevolgen voor het individuele
adoptiekind dan wel -gezin. Bij het schrijven heb ik steeds geprobeerd die koppeling tussen het macro- en microniveau te maken.

Hoe zit het eigenlijk?
“Pas toen ik mijn persoonlijke verhaal ging onderzoeken werd ik nieuwsgierig naar het onderwerp interlandelijke adoptie. Hoe zit het eigenlijk in elkaar?”, vertelt Anouk. Het antwoord op de vraag geeft ze met haar boek, dat een boeiende mix is geworden van haar eigen relaas en haar meer algemene onderzoek naar adoptie in Nederland. Ze schreef het grootste deel tijdens een verblijf van ruim een half jaar in Zuid-Korea. Daaraan voorafgaand sprak ze tientallen betrokkenen in Nederland. Van een voormalig minister tot de directeur van een bemiddelingsorganisatie, van andere geadopteerden tot haar eigen adoptieouders. Van mensen die eind jaren zeventig de vluchten met adoptiekinderen begeleidden tot voorlichters van Adoptievoorzieningen, van de verplichte voorbereidende cursus anno nu. De inhoud is gevarieerd, de schrijfstijl vlot, waardoor je het boek in één ruk uitleest.
Wie zouden dat moeten doen? Voor wie is het geschreven? Anouk: “Mijn doel was om een overzicht te geven voor een breed publiek. Iedereen met enige belangstelling voor  het onderwerp adoptie zou het moeten lezen. Want iedereen heeft wel altijd een mening over adoptie, maar de meeste mensen weten er in wezen niet zoveel van. Maar ook voor iemand die wel meer weet en nauw betrokken is bij adoptie, werkzaam is in het veld, aspirant-adoptieouders, adoptieouders of geadopteerden, kan het boek volgens mij interessant zijn.”
Welkom in adoptieland begint met de persoonlijke achtergronden en beweegredenen van Anouk. Na allerlei beslommeringen en omwegen besluit ze op een dag naar Zuid-Korea te gaan om haar vader te ontmoeten. Jaren eerder heeft híj het initiatief genomen om haar te zoeken en hij heeft haar weten te traceren. En passant hoort ze dat haar moeder al overleden is. Dat hakt er even in. Maar eerst gooit ze alle ongevraagde informatie in een lade, en het duurt nog jaren voor ze het er weer uithaalt. In 2014 gaat ze dan daadwerkelijk naar Zuid-Korea, naar haar vader.

Uit het boek:
Als ik binnenkom, staat mijn vader al bij de deur op me te wachten. Hij ziet eruit als een doorsnee Koreaanse man, met onopvallende kleding en een bril. Ik zie nu nog beter dan op de foto dat ik op hem lijk; we hebben hetzelfde langwerpige gezicht met dezelfde lijnen in ons gelaat.
Ik wil op hem aflopen, maar bedenk dan dat ik eerst mijn schoenen moet uitdoen, zoals hier gebruikelijk is. Terwijl ik mijn schoenen uitdoe, zwaai ik alvast gedag met mijn hand en zeg ‘hi’. Daarna loop ik onwennig op hem af, geef hem een hand en knik maar een beetje.
Hij slaat zijn armen om mij heen en zegt: ‘I’m sorry, I’m so sorry. Sorry, sorry.’ Wat onhandig klop ik op zijn rug en zeg dat het ‘okay’ is. Ik lijk op mijn moeder, zegt hij tegen Dongeon. ‘You are beautiful woman.’ Het ontroert me. Ik lijk op mijn moeder, denk ik blij.
(pag. 50)

Zwakke plekken in het systeem
Op het moment dat haar biologische vader contact met haar zoekt, in 2006, staat Anouk helemaal niet open voor een duik in haar adoptieverleden. Ze is op dat moment een jonge vrouw, volop bezig met haar werk en toekomst, niet met het verleden. Pas jaren later triggeren haar geboorteland en biologische afkomst haar plotseling toch in alle hevigheid, en gaat ze ermee aan de slag.
Dan valt ze al snel van de ene verbazing in de andere. “Ieder verhaal dat ik hoorde, riep weer nieuwe vragen op. Wat is er misgegaan? Aan wie lag dat? Is internationale adoptie een kwestie van vraag en aanbod of een manier om kinderen te helpen? Het was heel veel uitzoekwerk. Ik vind mijn eigen standpunt niet zo relevant, ik bekijk het als journalist. Het is aan de lezer te bepalen wat hij of zij van adoptie vindt. Wat ik hiermee hoop te bereiken is dat het onderwerp wat overzichtelijker wordt. En dat bijvoorbeeld aspirant-adoptieouders kritisch zijn tijdens het proces en zich afvragen of alles wel klopt. Dat als het niet goed voelt, ze daar niet hun ogen voor sluiten. Het gaat niet enkel om de juiste stempels en handtekeningen. Ik laat zien dat er zwakke plekken zitten in het systeem, en het is aan het kabinet om daar iets mee te doen.”

Uit het boek:
Ernst Hirsch Ballin, oud-minister van Justitie tijdens twee regeerperiodes (1989-1994 en 2006-2010) en nu werkzaam bij de Raad van State, formuleert zijn antwoord op mijn vraag waarom we zouden moeten doorgaan met internationale adoptie, net even anders: ‘Het moet de gelukkige synthesezijn van ouders met een kinderwens en van kinderen die de wens voor ouders nog niet kunnen uitspreken, terwijl die wens wel aanwezig is. Als dat samenvalt, is het goed.’
(pag. 189)

Tijdens het werken aan  het boek heeft Anouk veel geadopteerden leren kennen, voor- en tegenstanders van adoptie ontmoet. Ze kwam de mensen tegen in adoptieland, op meetings, vergaderingen, een internationale conferentie (Euradopt) en een bijeenkomst over adoptie van de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid. In januari staat het onderwerp weer op de agenda van de Tweede Kamer. “Ik hoop dat ook Kamerleden mijn boek zullen lezen. Dat ze eens echt goed naar het onderwerp zullen kijken en dat ze nu eens vragen om de aanpassingen van de adoptieprocedure, die Dijkhoff vorig jaar heeft toegezegd, concrete handen en voeten te geven in plaats van dat het blijft bij abstracte en vage kwaliteitseisen waaraan het proces moet voldoen.”

Welkom in adoptieland. Een persoonlijke en kritische zoektocht.
www.arbeiderspers.nl, prijs 21,50 euro