Goede tijden, slechte tijden

Twintig, vijfentwintig jaar geleden adopteerden Nicolien Visser en haar man twee kinderen uit India. Een jongen en een meisje. Ook Class Russo adopteerde samen met haar man in die periode twee kinderen uit dat land, zij kregen twee dochters. Beide moeders blikken terug: wat ging goed, wat ging fout, wat hadden ze anders willen doen?

Tekst: Angela Jans

Het is voor aspirant-adoptieouders misschien belangrijk om te weten dat het niet altijd gemakkelijk is. Het is geen roze wolk. Maar ik zou het zo weer doen!” Class Russo (58) is moeder van Loïs en Iza*. De twee meiden verbleven in hun prille kindertijd allebei in Bal Anand, een kindertehuis in Mumbai, India. De oudste kwam in 1998 op bijna driejarige leeftijd naar Nederland, de jongste volgde in 2003, zij was toen vijf jaar oud. Inmiddels zijn de dames 22 en 20 jaar. Ze wonen allebei nog thuis.

“Het zijn twee heel verschillende meiden. Altijd geweest. De een was rustig, de ander ontzettend druk. Toch waren ze vroeger heel gek op elkaar. De jongste was heel erg gefocust op haar oudste zus. Het was net Me and My Shadow. Maar zo goed als ze toen met elkaar omgingen, zo weinig contact is er nu. Ze vullen elkaar niet meer aan.”

Als ervaringsdeskundige heeft Class Russo jarenlang haar persoonlijke verhaal verteld tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten van Adoptievoorzieningen. “Daar stelde ik dan hardop de vraag: ‘Wat verwacht je van een kind?’ En ik antwoordde zelf: ‘Niks, ik verwacht helemaal niks. Het is altijd goed.’ Gaandeweg heb ik die mening wel bij moeten stellen. Ik verwacht toch op z’n minst wel een beetje respect, dat is er bij strubbelingen niet altijd. Soms ga ik ook mee in de boosheid, verlies ik me daarin. Dat is niet goed. Opvoeden is niet gemakkelijk, zeker niet als je als ouder het eerste stuk van het leven van je kind hebt gemist, als je oudere kinderen adopteert en je niet weet wat er vooraf allemaal is gebeurd. Dat kan lastig zijn. Ik ga nu zelf één keer per maand naar een psycholoog om van me af te praten, dat vind ik prettig.”
Loïs, de oudste dochter van Class, heeft in het verleden ook een tijdje psychologische hulp gehad. Zij worstelde onder meer met de vraag waarom haar moeder haar afgestaan heeft. Mede dankzij de hulp heeft ze haar adoptie beter een plekje kunnen geven, denkt Class.

“Onze jongste dochter heeft zich uit alle macht verzet tegen haar adoptie. Ze was vijf jaar toen ze hier kwam en was redelijk beschadigd. Ze heeft altijd moeite gehad om haar emoties te tonen. Als kind speelde ze graag op straat, ik dacht: het is een buitenkind. Nu denk ik: ze was altijd op de vlucht. Huilen deed en doet ze nooit. De enige emotie die ze kan uiten is boosheid, ook naar mij. Ik had altijd het idee dat het wel goed zou komen. Als je er maar een hoop liefde in stopt, dan lukt het wel, dat dacht ik. We zijn één keer naar een psycholoog geweest, die zei: ‘We kunnen wel de beerput opentrekken, maar wat heeft ze daaraan?’ Nu denk ik: we hadden toch hulp moeten zoeken. Om het leven voor haar wat makkelijker te maken. Zodat ze beter om kan gaan met het gevoel dat ze heeft, dat ze leert om te knuffelen. Lichamelijk contact wijst ze af. Maar ze wil absoluut geen hulp. Ik denk dat haar problemen te maken hebben met haar adoptie, zij denkt van niet. Ze heeft er geen last van zegt ze. Ze zegt: ‘Dit ben ik.’ Toch heb ik niet het idee dat mijn kinderen ongelukkig zijn vanwege hun adoptie. Ik heb nooit gehoord dat ze het vervelend vinden dat ze geadopteerd zijn. En voor mezelf geldt zeker: ik zou het zo weer doen.”

Nicolien Visser:
‘Het was een weg vol verrassingen’

Ook de kinderen van Nicolien Visser (61) komen uit Bal Anand, hetzelfde tehuis in India. Zij heeft een dochter van 28 en een zoon van 22 jaar oud, Sita en Rahul. Sita woont al jaren op zichzelf. “Ze heeft dromen en die voert ze ook uit”, vertelt Nicolien. “Ze werkt in de gehandicaptenzorg en daarnaast is ze heel creatief en volgt ze de modeacademie. Ze is heel actief.” Rahul wil ook in de zorg gaan werken, hij is daarvoor onlangs begonnen met een BBL-opleiding, een combinatie van leren en werken.

Hoewel de twee nu allebei dezelfde richting in lijken te slaan ¬– dat wil zeggen: kiezen voor een baan in de zorg – zijn het twee zeer verschillende kinderen geweest voor Nicolien en haar man. Van het begin af aan. Sita gaf aanvankelijk geen kick, maakte geen enkel geluid en was heel onderdanig. Rahul op zijn beurt schreeuwde alles bij elkaar. “Hij wilde je wel en ook weer niet. Het was woede, pure wanhoop”, zegt Nicolien.

Als ze terugkijkt, met de kennis van nu, zegt ze: “Ik ben blij dat ik vooraf dat boek van Geertje van Egmond, Bodemloos bestaan, niet heb gelezen. Het was een weg vol verrassingen. Destijds, toen ze klein waren, dacht ik vaak: doe ik het wel goed? De moeders keken voor mijn gevoel ook altijd over mijn schouder mee. Achteraf zeg ik: ‘Het is goed gegaan, we hebben het goed gedaan.’” Al ging het niet zonder slag of stoot.

Dochter Sita kwam in 1991 naar Nederland. Op papier was het meisje ruim anderhalf jaar oud. Bij aankomst – ouders en kind zagen elkaar voor het eerst op Schiphol, vrij normaal in de tijd bij adopties uit India – bleek ze een volgroeid gebit te hebben en een taal te beheersen… “Wat haar exacte leeftijd is, weten we nog steeds niet. We denken dat ze zeker een jaar ouder is dan bij het voorstel werd gezegd.” De tweede, zoon Rahul, kwam zeven jaar later, in 1998, hij was toen bijna drie.

“Bij beide kinderen besloten we dat ze de eerste tijd niet alleen zouden slapen. Onze dochter kon dat na een paar weken toch al wel. Na de komst van onze zoon hebben we drie maanden lang geen enkele nacht doorgeslapen. Uiteindelijk sliep hij – tegen alle adviezen in – bij ons in bed. Je moet wat… We dachten: dat gaat na een paar maanden wel over. Dus niet, het heeft tot zijn achtste geduurd.”

“Het gaat nu heel goed met hem. Maar hij heeft wel moeilijke jaren gehad. Tijdens de middelbareschooltijd heeft hij een zware psychose gekregen en is hij vier maanden opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarna is hij teruggegaan naar school, heeft zijn diploma gehaald en een mbo-opleiding gevolgd en afgerond, maar het ging niet echt goed met hem. Daarom hebben we hem toen een tijdje pas op de plaats laten maken. ‘Ga maar eens rustig nadenken wat je echt leuk vindt om te gaan doen’, hebben we gezegd. Hij heeft vrijwilligerswerk gedaan in de gehandicaptenzorg en daar wil hij verder mee. Daarom is hij onlangs gestart met een BBL-opleiding in die richting. Drie dagen werken en één dag per week naar school. Het gaat nu goed. Hij heeft zich heel goed ontwikkeld, weet wat hij wil. Hij is ontzettend sociaal maar ook heel kwetsbaar.”

“Wat heeft geholpen in die moeilijke jaren is: samen blijven als gezin. Gelukkig konden mijn man en ik de zorg samen afwisselen. Als de een het niet meer aankon, pakte de ander het op. En ’s avonds evalueren: wat hebben we vandaag gewonnen? Blijven kijken naar de positieve punten. Als dingen moeilijk gaan, kun je in een negatieve spiraal terechtkomen, dan word je moedeloos. Wij keken vooral naar de dingen die goed gingen, hoe klein ook. Bij de eerste psychose dachten we: dit is een incident. Nu weten we: dat is niet zo. Dit is waarschijnlijk genetisch bepaald. Bij iedere nieuwe stap als het weer spannend wordt, zien we dat hij wankelt. Daarom houden we altijd de vinger aan de pols.”

“Terugkijkend op de adoptie zeg ik: dit heeft echt zo moeten zijn. We stapten er eigenlijk vanuit egoïstisch oogpunt in: omdat we een gezin wilden en zelf geen kinderen konden krijgen. Dat draaide om naar: we willen voor kinderen zorgen die dat nodig hebben. En het is goed zo. Aan de kinderen merk je het verschil niet. Al ziet het er voor de buitenwereld kennelijk soms nog raar uit, mensen confronteren je daarmee. Maar voor ons is het gewoon ons gezin. Daar zijn we heel trots op.”

* De namen van de kinderen zijn ivm de privacy gefingeerd.