Helpende hand, ook als er géén problemen zijn

Omdat het in de hectiek van het drukke en nieuwe gezinsleven voor ouders soms misschien lastig is zelf contact op te nemen, neemt Adoptievoorzieningen daarin tegenwoordig het initiatief. Elk gezin waar een adoptiekind geplaatst is, krijgt eerst een welkomstdoos toegestuurd met hartelijke felicitaties, kleine cadeautjes en informatie. Daarna worden ouders door de afdeling Nazorg gebeld, om te informeren hoe het gaat en of Adoptievoorzieningen iets voor ze kan betekenen. Bijvoorbeeld met een consult aan huis: een uitgebreid gesprek met een adoptiedeskundige, die letterlijk mee kan kijken hoe het met hun kind gaat.

“Ouders die we spreken, reageren blij verrast”, aldus Ria Heek, die bij de telefonische nazorg werkt. Wat haar opvalt, is dat vooral ouders die al een of meer adoptiekinderen hadden zeer lovend zijn: “Hun reactie is vaak: wat goed dat jullie dit nu doen, dat heb ik bij mijn eerste kind zo gemist!”

Om te toetsen of die indruk klopt, heeft Milou Huitink in opdracht van Adoptievoorzieningen eind 2015 onderzoek gedaan onder ouders die in 2015 een kind hebben geadopteerd. Doel van dit onderzoek was om duidelijk te krijgen of deze adoptieouders tevreden zijn over de nieuwe proactieve aanpak en het nazorgaanbod van Adoptievoorzieningen. “De respons was verrassend hoog, ruim 87 procent van de gezinnen was bereid om de online vragenlijst in te vullen”, vertelt Huitink. “Mede door de bereidwilligheid en het enthousiasme van de ouders was het erg leuk om het onderzoek te doen. Naast de digitale enquête, die uiteindelijk door 94 van 152 benaderde gezinnen is ingevuld, heb ik nog 6 uitgebreide telefonische interviews gehouden om iets meer zicht te krijgen op de nuances en argumenten. De uitkomsten van het onderzoek zijn kort samengevat positief te noemen. De welkomstdoos en het telefoontje worden positief gewaardeerd. Adoptieouders geven aan dat ze het fijn vinden om te weten wat de mogelijkheden voor ondersteuning zijn.”

Van alle respondenten laat 45 procent weten op dat moment geen vragen te hebben over de ontwikkeling of opvoeding van hun kind. Van de gezinnen die nog geen gebruik hebben gemaakt van het nazorgaanbod, geeft meer dan de helft daarvoor onder meer als reden aan dat er geen problemen zijn. Een deel van de ouders zegt dat het aanbod van de begeleiding voor hen nog niet nodig is, maar dat ze de stichting weten te vinden als ze er zelf niet meer uitkomen.

Signalen beter opvangen

Hebben adoptiegezinnen dus gewoon iets meer tijd nodig, of blijft voor een deel van de ouders (en hun omgeving) toch nog het beeld hangen dat je pas hulp inschakelt als er problemen zijn? Nazorgmedewerkster Heek: “Hopelijk zijn we op de goede weg om dat beeld te helpen bijstellen, want het is elke adoptieouder zo gegund om ondersteund te worden in de belangrijke en intensieve beginfase van het adoptieouderschap, ook of juist als er geen problemen zijn.”

Deze nieuwe initiatieven en de proactieve rol van Adoptievoorzieningen moeten ervoor zorgen dat het voor adoptieouders een normale zaak wordt (net zoals dat al jaren voor pleegouders is) dat je professionele begeleiding krijgt bij het opbouwen van een stevige band met je kind. Dat het plezierig is om gerustgesteld te worden als je je zorgen maakt en dat dit geen brevet van onvermogen is. Of dat je tips en handvatten krijgt als je het even niet zo goed weet. De bedoeling is dat ouders zich sterker voelen in hun ouderschap, en inzicht en begrip krijgen voor de (onderliggende) behoeften van hun kind(eren). Dat ze signalen beter kunnen opvangen en dat eventuele risico’s sneller aan het licht komen, waardoor er op tijd op geanticipeerd kan worden als het nodig is.

Dat de nieuwe aanpak werkt, is al merkbaar, want ondanks het feit dat er afgelopen jaar weer minder kinderen zijn geadopteerd dan in de jaren daarvoor, is het aantal contacten en begeleidingstrajecten dat adoptieouders bij Adoptievoorzieningen aanvroegen met 30 tot 40 procent gestegen.

Stiching Adoptievoorzieningen heeft een kort filmpje gemaakt van haar aanbod op het gebied van opvoedingsondersteuning aan adoptiegezinnen. Bekijk hier de video:

angela aanbellen

‘Wat is nou normaal?’

“Hoe weten we of de hechting voldoende op gang komt?”
“Moet je je adoptiekind wel of niet corrigeren als hij slaat?”
“Ze vraagt bij de verzorging altijd om mama, mij wil ze niet in de buurt, doe ik iets verkeerd?”
“Mag oma hem ook vasthouden?”

Vragen en onzekerheden waar kersverse adoptieouders tegenaan kunnen lopen. Want hoe weet je nou wat normaal is, wat bij de leeftijd of het karaktertje hoort, of wat misschien wel heel anders moet dan bij andere kinderen omdat dit kind al zo veel heeft meegemaakt? Juist in het eerste jaar is het voor zowel adoptieouders als adoptiekind(eren) dus een superintensieve en spannende tijd, waarin iedereen elkaar leert kennen en op zoek is naar balans. Bij uitstek een periode waarin er veel mogelijk is, omdat er nog veel in beweging is.

Overlevingsgedrag laten varen

Pleeggezinnen, waar kinderen geplaatst worden met een (deels) vergelijkbare achtergrond, kunnen vanaf het begin rekenen op professionele begeleiding. Niet omdat de ouders het niet goed genoeg kunnen, maar om hen te steunen en samen zo goed mogelijk te bekijken wat het kind nodig heeft. Bij adoptiegezinnen lag tot 2015 het initiatief voor het krijgen van begeleiding echter bij de ouders zelf, wat misschien ook impliceert dat je pas hulp vraagt als het echt ingewikkeld wordt. Maar hadden adoptieouders dan niet dezelfde behoefte als pleegouders?

De meeste adoptiekinderen hebben, net als pleegkinderen, door alle ingrijpende gebeurtenissen en tekorten voor de adoptie niet vaak de boodschap gekregen dat ze ertoe doen, dat ze er mogen zijn. Ook al is een kind te jong om zich de ervaringen bewust te herinneren, in de hersenen en het lichaam wordt het onthouden. Ook hebben ze vaak ervaren dat ze niet of maar af en toe kunnen rekenen op de steun en zorg van volwassenen. Dat geeft een gevoel van machteloosheid en dat is angstig voor kinderen. Meestal hebben ze zich daar heel knap tegen beschermd door gedrag te ontwikkelen waarmee ze zich staande kunnen houden. Bijvoorbeeld door alles in de gaten te houden en zich overal mee te bemoeien, of door zich extreem aan te passen en zich emotioneel af te sluiten. Dat overlevingsgedrag laten kinderen in de nieuwe situatie natuurlijk niet zomaar varen, vooral niet als ze nog geen enkele garantie hebben dat het dit keer anders zal zijn, dat dit nieuwe leven vol aandacht, eten en speelgoed wél blijvend is. Soms weten ze niet goed hoe ze ermee om moeten gaan of vinden ze het veel te spannend om het toe te laten, want hun ervaring leert: straks gebeurt er weer iets waar je geen grip op hebt. Kinderen die daarnaast traumatische dingen hebben meegemaakt of een ontwikkelingsachterstand hebben, kunnen in hun signalen en gedrag lastiger te begrijpen zijn voor ouders.

‘Niet aanrommelen!’

Een consult aan huis, door een deskundige van Adoptievoorzieningen, kan helpen om gedrag in het juiste perspectief te zien. Jeroen Doornbosch en zijn vrouw Tanneke Neessen maakten er ook gebruik van toen hun dochtertje van 2,5 jaar oud net bij hen was. Jeroen en Tanneke wilden er alles aan doen om haar een zo goed mogelijke basis mee te geven en wilden niets over het hoofd zien. “Omdat je als adoptieouder soms een referentiekader mist, vonden we het fijn om al gelijk mee te laten kijken door een professional”, zegt Jeroen. “Het consultatiegesprek bood ons vooral bevestiging en dat was prettig, maar het was ook snel voorbij. Om wat dieper op zaken in te kunnen gaan en over een langere periode handvatten te krijgen voor het opbouwen van een veilige hechtingsrelatie hebben we vervolgens video-interactiebegeleiding aangevraagd. We vinden het bijvoorbeeld fijn om straks wat back-up te krijgen bij de afweging wanneer ze toe is aan een kinderdagverblijf, of om ergens te gaan logeren. We hebben al veel gelezen over video-interactiebegeleiding en kennen ook een ander gezin dat ons erover vertelde. Met een adoptiekind is het toch een beetje anders en je intuïtie is soms niet helemaal voldoende. Daarom zou ik tegen andere adoptieouders willen zeggen: niet aanrommelen, maar gewoon bellen, er zitten mensen klaar die ervoor hebben geleerd.”

Naast een consult aan huis of video-interactiebegeleiding biedt Adoptievoorzieningen in het eerste jaar ook de cursus Goede Start aan. Veel ouders vinden het in de beginfase prettig om hun ervaringen met andere adoptieouders te delen en de theorie over hechting weer eens op te frissen nu ze het allemaal concreter voor zich zien of specifieke vragen hebben. Uitgaand van de kracht die ondersteuning door lotgenoten kan bieden, is ook de nieuwe website Adoptieoudersonline.nl ontwikkeld, bedoeld voor ouders met adoptiekinderen tot 12 jaar. Belangrijk onderdeel is het besloten forum, waar ouders naast uitwisseling met andere adoptieouders kunnen rekenen op de digitale ondersteuning van professionals die als moderator meelezen. Inmiddels zijn er al meer dan zeshonderd leden, die er in een beschermde omgeving hun ervaringen delen.

Auteur: Chris Thie