Het kon niet anders, ik moest haar wel afstaan

Geboortemoeder Kim Lee
Getrouwd, twee kinderen, één afgestaan
Beroep: medewerkster bloemenkwekerij
Leeftijd: 69
Woonplaats: Zuid-Korea

Het was een avontuurtje met een Koreaanse soldaat. Nadat ik had ontdekt dat ik zwanger was, ben ik naar hem toegegaan in de hoop dat hij met me zou trouwen. Dat gebeurde niet, integendeel, hij gooide de deur voor mijn neus dicht. Daarop zei mijn vader, heel progressief voor die tijd: ‘Laat het kind maar gewoon geboren worden, ik zorg wel voor jullie.’

Een jaar lang woonde ik vervolgens samen met mijn dochter thuis bij mijn ouders en twee jongere zussen. Toen overleed mijn vader en daardoor werd mijn oudste broer automatisch hoofd van het gezin. Hij zei: “Je moet je kind wegdoen, want ik kan jullie niet onderhouden en als alleenstaande moeder zul je nooit een man vinden die met je wil trouwen.”
Daarop heb ik mijn dochter naar het kindertehuis gebracht. Ik kon niet anders, ik móest haar wel afstaan. Ik heb haar daarna nog meerdere keren bezocht in het tehuis, tot ze er op een dag niet meer was. Ze bleek te zijn geadopteerd, meer werd er niet over gezegd, ik wist niet door wie of waarheen, dat kreeg ik niet te horen.Vrij snel daarna heb ik een man leren kennen en ben ik met hem getrouwd. We verhuisden en samen hebben we een zoon gekregen. Ik heb mijn man nooit verteld dat ik ook nog een dochter heb. Dat kan ik hem absoluut niet zeggen, die schande is te groot. Mijn zoon weet het nu wel, hij heeft zijn halfzus inmiddels ook ontmoet.

Mede op aandringen van mijn jongste zus, die destijds in het eerste jaar ook regelmatig op mijn dochter heeft gepast, ben ik stiekem naar haar op zoek gegaan. Ik had het afstandsdossier nog en toen ik in het kindertehuis kwam, bleek dat mijn dochter daar zelf jaren eerder al was geweest. Ze had een briefje met haar contactgegevens achtergelaten. Daardoor konden we haar heel simpel een e-mail sturen en was ze snel gevonden.

Veertig jaar na dato. Veertig jaar weggestopt verdriet. Ik vond het heel spannend en moeilijk om haar te zien maar wilde dat wel heel graag. Toen ze naar Korea kwam, hebben we afgesproken in Seoul. Zelf woon ik op het platteland, maar omdat mijn jongere zus in Seoul woont, kon ik een bezoek aan haar tegenover mijn man mooi als smoes gebruiken. Enkele dagen na de hereniging ben ik weer vertrokken, ik vond het erg heftig en wist me geen houding te geven.
Een paar jaar later is ze nog een keer teruggekomen, samen met haar man en twee kinderen. Het was leuk om die te zien. Momenteel hebben we nauwelijks contact. Dat is lastig voor mij, omdat ik geen Engels spreek en omdat mijn man het niet mag weten. Ik weet dat ze wel af en toe contact heeft met mijn zus en mijn zoon. Zij krijgen ook weleens foto’s van de kinderen. Op die manier blijf ik ook op de hoogte.