Hoe is het nou met Pauline?

In maart 2017 verscheen het boek ‘Hallo Lieverd’. Daarin beschreef Kim van Schie de gebeurtenissen rond de adoptie van haar dochter Pauline uit Nigeria. Hoe ging het verder? Een kijkje van 24 uur in het leven van een adoptiegezin.

Tekst Kim van Schie

De koorts is weg. Maar er is iets anders voor in de plaats gekomen. Of eigenlijk zat dat er de hele tijd al, maar komt het nu weer duidelijk naar de oppervlakte.

Gisteravond
Ik bracht haar naar bed: “Als wij gaan slapen vanavond komt papa bij jou op de kamer. Mama slaapt hiernaast, ik ben snel bij je als er iets is. Ik blijf nu nog bij je om liedjes te zingen.”
Na één keer ‘Slaap kindje slaap’ was ze al weg. Ik kon weer naar beneden. Twee uur later, toen we net op het punt stonden om zelf te gaan slapen, hoorden we haar ineens huilen. Menno was als eerste bij haar, ik volgde. Ik knuffelde en zong haar weer in slaap. Menno bleef op haar kamer slapen. Het ging redelijk goed tot 6 uur, dus dat viel erg mee. Ze wilde per se mama, dus ik nam haar nog een uurtje bij me in bed. (Ja, die lieve Menno lag toen alleen op de kinderkamer. Met Poes Mies, dat wel.)

Vandaag
Pauline start de dag vrolijk en levendig. Heel wat anders dan de dag ervoor met die hoge koorts. Alle leed lijkt voorbij. Ze zingt liedjes en zit te tekenen aan tafel. Ik loop naar de keuken voor een kop thee en nog geen minuut later hoor ik gejammer. Ik loop de woonkamer in. Pauline ligt op de grond onder de tafel. Ze kreunt alsof ze pijn heeft, trapt met haar benen in het luchtledige en stompt zichzelf herhaaldelijk in haar eigen buik. Ik kniel bij haar neer: “Och meisje toch, kun je me vertellen wat er is?”
“Naar gevoel in mijn buik”, huilt ze met dikke tranen. Ik vraag of ik haar mag troosten en ze komt bij me zitten. Ze zegt niet te weten waar het nare gevoel door komt.
“Dat is vervelend lieverd. Dat kan gebeuren, mama heeft soms ook ineens een naar gevoel.”
“Maar ik wil het niet! Ik wil het niet!” huilt ze.
We knuffelen een tijdje stevig. Een paar minuten later is ze weer haar vrolijke zelf. Niets aan de hand, zo lijkt het. Maar deze scène herhaalt zich zo’n acht keer vandaag: huilbuien vanuit het ‘niets’ (of eigenlijk vooral wanneer ik met mijn aandacht niet bij haar ben), agressie naar haar eigen buik en daarna aan me vastklampen.
Aan het einde van de dag zit ze bij me op schoot en begint ineens te vertellen: “Toen ik gisteravond wakker werd, wilde ik mama iets vragen. Ik dacht dat jij er nog was. Toen ging ik goed kijken en toen was je er niet.”
Bingo. Dat is ’m.
“Ik kan me voorstellen dat je daar even van schrok. Is dat zo?” Pauline knikt en kleine traantjes rollen over haar wangen.
We bespreken hoe goed het dan van haar was dat ze van zich liet horen zodat we meteen naar haar toe konden komen. En hoe knap het is dat ze er nu over vertelt. Dat ze nooit alleen is. Dat we altijd in de buurt zijn. Dat als we moeten werken, we dan voor een veilige plek zorgen met mensen die ze kan vertrouwen. Dat we bij haar zijn omdat we in haar hart zitten. Dat we altijd terugkomen. Dat we nooit meer weg gaan. Dat we voor altijd van haar houden.
Tien minuten later herhalen we het weer, wanneer Pauline ineens begint over die keer dat ik in Nigeria naar het ziekenhuis moest: “Er was iets ergs gebeurd en wat deden de dokters toen in jouw arm?”
“Een infuus om mama medicijnen te geven zodat ik weer beter werd.”
“En wat vond ik daarvan?”
“Dat vond je helemaal niet leuk. Je was heel bang omdat je toen nog niet wist dat de dokters mama juist beter gingen maken.”
“Nee, dat wist ik niet hè.”
Dat ‘niet leuk’ is een understatement. Het is een van de gebeurtenissen waarvoor Pauline ruim een jaar geleden EMDR-therapie heeft gekregen (therapie voor traumaverwerking). Die therapie heeft op meerdere fronten geholpen. De bijna dagelijkse angstaanvallen en nachtmerries zijn snel aanzienlijk verminderd. Maar met dit soort triggers, ik die onverwacht niet naast haar bed zit en ook nog eens goed ziek is door een longontsteking, is het haar te veel. De verlatingsangst komt in alle hevigheid weer boven.

Vanavond
Pauline ligt in haar bed en voert een gesprek op tussen twee van haar knuffels: “Je hoeft me niet te missen hoor olifantje, ik zit in je hart.”
Ze valt snel in slaap, maar wordt net zo snel weer huilend wakker: “Naar gevoel.”
En dus ligt ze nu naast me. Onrustig af en toe. Dan omhels ik haar met de woorden: “Mama is hier. Ik ben er voor je.” Dat helpt. Voor 15 minuten.
Vorige keer heeft zo’n ogenschijnlijk klein incidentje een week lang voor slapeloze nachten en huil- en driftbuien gezorgd. Het kost dan een week intensief liefhebben voordat je dat ene schadelijke moment van enkele seconden weer enigszins hebt kunnen neutraliseren. Voordat ze zich weer veilig genoeg voelt om echt te kunnen genieten van haar dag.

Waarom ik dit vertel?
Om de vele adoptieouders hier te laten weten dat ze niet de enigen zijn. (En ik weet hoeveel heftiger het eraan toe gaat bij sommigen van jullie.)
En om anderen een klein inkijkje te geven in de wereld van een adoptiekind. Een kind dat voor de buitenwereld soms net zo vrolijk en sterk lijkt als ieder ander kind, maar van binnen worstelt met een enorme angst voor afwijzing en verlating. Een kind dat daarom iedere dag de lat (te) hoog legt voor zichzelf. Wil presteren en tientallen keren per dag goedkeuring zoekt. Sociaal gewenste antwoorden geeft en zich continu excuseert wanneer dat niet nodig is. En wanneer het wel nodig is, omdat ze iemand bezeerd heeft bijvoorbeeld, compleet dichtslaat en in zichzelf keert met een starende, angstige blik. Een kind dat, misschien ook vanwege haar prestatiedrang, cognitief al klaar is voor groep 3 maar sociaal emotioneel beter in groep 1 past. Een kind dat ineens weer drie keer op een dag in haar broek plast wanneer haar moeder voor het eerst in tijden een avond voor haarzelf heeft genomen. Een kind dat uit de kleinste gebaren, blikken of tonen de grootste afwijzing kan concluderen waarmee dat ‘nare gevoel’ in haar buik weer een stukje verder groeit.
En een inkijkje in het leven van een adoptieouder. Die geen moeite heeft met het geven van die extra liefde, maar die wel voelt hoe iedere verkeerde keuze, inschatting of reactie van haar keihard aankomt bij haar kind en dus vaak worstelt met een schuldgevoel. Die verdriet heeft omdat haar kind verdriet heeft. Met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel omdat het haar keuze was om dit kind uit haar vertrouwde omgeving te halen waardoor er weer een trauma bij kwam. Die zich afvraagt waarom ze nou zo nodig dat ene avondje weg moest en waarom ze niet de hele avond naast het bedje van haar dochter is gaan zitten. Die vandaag weer haar eigen emoties opzij moest zetten om helder na te kunnen denken toen haar dochter vragen stelde over haar afkomst en achtergrondverhaal terwijl de antwoorden daarop zo complex en incompleet zijn. Die de lat voor zichzelf continu te hoog legt terwijl ze probeert hem juist lager te leggen als goed voorbeeld voor een meisje van vijf dat al te veel druk voelt in haar dagelijks leven.
We zijn trots en dankbaar dat Pauline zich vaak weet uit te drukken, zodat we vroeg of laat erachter komen wat de oorzaak is van haar verdriet of angst. En we zijn trots en dankbaar dat wij voor Pauline mogen zorgen. We maken ook echt steeds weer kleine stapjes met elkaar en beleven iedere dag ook grote geluksmomenten met haar.
Maar of het alweer beter gaat met Pauline? Nou, vandaag dus eigenlijk toch niet. En met ons ook niet. Eigenlijk. Maar zoals ik altijd tegen Pauline zeg voordat ze gaat slapen: “Morgen is er weer een mooie dag.”