Ik ben echt meer Nederlander dan Chinees

Geadopteerde Quan Keijsers
Leeftijd: 15 jaar
Beroep: 4 vwo
Woonplaats: Amersfoort

Deze maand is het twee jaar geleden dat we tijdens een vakantie in China min of meer bij toeval mijn biologische moeder en broertje vonden. Mijn broertje is maar één jaar jonger. We lijken best veel op elkaar. Dat is wel grappig om te zien, maar ik vind het niet heel belangrijk. Ik ben opgevoed met het idee dat uiterlijk en genen niet bepalen hoe sterk je band met iemand is.

Ik was wel nieuwsgierig waarom mijn biologische ouders mij op tweejarige leeftijd hadden afgestaan. Wat blijkt? Dat is helemaal niet het geval. Ze zijn me kwijtgeraakt. Het DNA van mijn inmiddels overleden vader zat bij de politie in een bestand van ouders die aangifte van vermissing hebben gedaan. Vier dagen nadat ik DNA had ingeleverd was er een match.

Het jaar erna ben ik samen met mijn adoptiemoeder Chinees Nieuwjaar bij mijn biologische familie gaan vieren. Toen werd me duidelijk dat ik toch echt meer Nederlander ben dan Chinees. Oké, misschien niet wat werkhouding betreft; mijn adoptieouders hoeven nooit te vragen of mijn huiswerk af is. Maar ik geef bijvoorbeeld niet makkelijk geld uit. Haha! En ik ben ook vrij direct in mijn communicatie. We hebben tot nog toe steeds andere versies gehoord van hoe ik nou ben kwijtgeraakt. Ik snap dat ze het lastig vinden om het te vertellen. Er zit schaamte achter. En ze willen me waarschijnlijk in bescherming nemen, geen pijn doen. Maar ik denk dan toch: kom op, zeg het gewoon, dan kunnen we door. Ook merk ik dat ik veel individualistischer ben. In China doen ze echt alles samen. Dat begon me na een paar dagen al op de zenuwen te werken.

Natuurlijk valt het in Nederland wel op dat ik er anders uitzie. Er wordt weleens wat geroepen. Ik weet niet eens precies wat, iets over het feit dat ik Chinees ben. Het boeit me niet, het zijn willekeurige mensen met wie ik verder niets heb of moet. In mijn vriendenkring ben ik niet de enige met een ander kleurtje. Ik heb een Chinese vriend die ook geadopteerd is en een andere vriend heeft Indonesische ouders. Tijdens mijn eerste kinderfeestje in Nederland was er maar één meisje dat helemaal Nederlands was. De andere kinderen hadden allemaal een of meer buitenlandse ouders. Dat is het voordeel van opgroeien in een multicultureel land.

In China zijn genen en de bloedband veel belangrijker dan in Nederland. In het dorp waar mijn moeder en broertje wonen, vinden ze het allemaal heel logisch dat ik, nu ik terecht ben, weer bij hen kom wonen. Dat ik al twaalf jaar in Nederland woon en me hier helemaal thuis voel, doet er wat hen betreft niet toe: ik heb Chinees bloed, dus hoor ik in China. Het geeft niet dat ze dat vinden en zeggen, ik denk er heel anders over. Ik ga later misschien wel in het buitenland studeren. Dat lijkt me best leuk. Maar China is niet het eerste land waar ik dan aan denk.