Ik heb mijn kind teruggekregen

Geboortemoeder (anoniem)
Leeftijd: 67 jaar
Moeder van twee kinderen, een afgestaan ter adoptie
Woonplaats: Zuid-Holland

Dag in, dag uit. Elke dag dacht ik aan hem. Het beheerste mijn leven. Zou hij gelukkig zijn? Gaat het wel goed met hem? Dat vroeg ik me af. Ik durfde niet te gaan zoeken, uit angst zijn leven overhoop te halen. Dat was wel het laatste wat ik wilde.
Uiteindelijk heeft hij mij gevonden. Dat viel nog niet mee, hij is er twee jaar mee bezig geweest. En geloof het of niet, op een gegeven moment dacht ik regelmatig als ik de voordeur opendeed: hé, weer geen brief vandaag. Dus toen er op een dag wel een brief op de mat lag, voelde ik meteen: dit is van hem.

De brief was afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming. Er stond in dat er iemand naar mij op zoek was, als ik mezelf daarin herkende, werd ik verzocht contact op te nemen. Ik heb meteen gebeld. Daarna kreeg ik een brief van hem zelf. Hij schreef: “Hallo mama…” Inmiddels was hij dertig jaar, getrouwd en vader van twee kinderen.
Dat is inmiddels zestien jaar geleden. Ik heb echt mijn kind teruggekregen, zo voelt dat, ook al is hij ondertussen 46 jaar. De vraag hoe het met hem gaat, is beantwoord. Dat geeft mij rust. We hebben een goede band. Ook met mijn tweede zoon, zijn halfbroer, heeft hij een goede klik. Ze hebben dezelfde humor.
Natuurlijk heeft hij gevraagd: waarom? En ik heb verteld hoe is het is gegaan. Ik was samen met een paar vriendinnen op vakantie geweest in het buitenland. Daar is het gebeurd, het was niet vrijwillig. Ik kwam uit een streng gereformeerd gezin en woonde vanwege mijn werk op kamers in de stad. De pil was niet aan de orde. Toen ik erachter kwam dat ik zwanger was, wist ik niet wat ik moest doen. Ik durfde niet naar de huisarts. Thuis was ik opgevoed met ‘hel en verdoemenis’, ik ging ervan uit dat die arts dat ook zou zeggen. Ik probeerde het verborgen te houden en kreeg verkering op mijn werk. Hem heb ik verteld dat ik zwanger was. Hij zei: “Ik wil best met je trouwen maar geen kind, dat moet weg.” Door alle ellende was ik psychisch een wrak. Ik stemde toe.
Ik ben bevallen in het ziekenhuis en heb daar bij binnenkomst gezegd dat ik afstand wilde doen van het kind. Ze hebben een maatschappelijk werkster geroepen en die heeft me begeleid. Zij was echt heel lief. Na de bevalling is mijn zoon onmiddellijk weggehaald. Zelf ben ik met mijn man naar huis gegaan. Er werd niet meer over gesproken. Nooit.
Het was geen fijn huwelijk. Na zeven jaar is mijn tweede zoon geboren. Elf jaar lang heb ik volgehouden, toen kon ik echt niet meer en ben ik gescheiden. Vervolgens heb ik bewust jarenlang alleen met mijn zoon gewoond. Mannen, daar was ik even klaar mee. Toen ik jaren later mijn tweede en huidige man leerde kennen, heb ik hem meteen verteld dat ik nog een kind had. Hij, zijn moeder en zus waren daarin heel begripvol. Daar was ik heel blij mee. In principe gaat het nu al jaren heel goed met mij, kan ik ernaar kijken alsof ik er met een paraplu boven hang, maar vorig jaar had ik toch weer even een dip. Waarschijnlijk omdat het zo ontzettend traumatisch is dat je het nooit echt helemaal verwerkt.