Ik was geen slecht meisje, maar een slachtoffer

Geboortemoeder Irene
Beroep: vrijwilliger
Leeftijd: 70 jaar

Ik was 16 jaar toen ik ongewild zwanger werd. Toen mijn ouders dit hoorden ben ik als oud vuil in de auto gezet en naar Duitsland afgevoerd naar een tante en oom die (hoe bizar) ongewild kinderloos waren. Ik heb in die tijd geen enkele medische controle of andere zorg gekregen. Ik voelde mij eenzaam en niet begrepen.
Ik was net zeventien jaar toen ik werd teruggehaald en mensen om mij heen, zonder inspraak van mij, besloten mijn kind te laten adopteren. Geen enkele nazorg heb ik gekregen, daar leek ik geen aanspraak op te hebben, ‘ik was immers een slecht meisje’, zo werd gezegd, want zo werd je beschouwd als je ongehuwd zwanger was. Ook mocht ik er met niemand over praten, want als mensen in onze omgeving te weten zouden komen wat mij was overkomen, zouden ze niets meer van mij willen weten en geen enkele man zou ooit nog met mij willen trouwen, als hij wist dat ik op mijn zeventiende al een kind had gekregen. Die negen maanden moest ik maar uit mijn hoofd zetten, dan zou ik alles snel vergeten en verder kunnen gaan met mijn leven. Zo werd mij verteld. Ik durfde er niets tegenin te brengen. Tweeëndertig jaar lang heb ik dat volgehouden.

Nog steeds praat ik er met niemand over. Ik heb hier nog altijd heel veel last van. Ik durf geen vriendschappen aan te gaan, omdat ik bang ben voor hun reacties en uit angst die vrienden toch weer kwijt te raken. Ik voel nog steeds de navelstreng als een verwurgend koord om mijn nek zitten, immers de navenstreng is fysiek danwel doorgeknipt, in mijn hoofd zit deze nog altijd vast
Wat zou mijn leven er anders uit hebben gezien, als ik na de bevalling was opgevangen door hulpverleners. Door meelevende mensen die naar mij geluisterd zouden hebben. Die mij hadden geholpen, mijn leven weer op te bouwen. Die een arm om mij heen hadden geslagen. Die mij zouden vertellen dat ik niet slecht was, maar juist zelf een slachtoffer.

Het bovenstaande verhaal van Irene is één van de ruim dertig brieven die Stichting Adoptie-nazorg heeft verzameld en gebundeld in een boekje met als titel: ‘Nazorg Adoptie wettelijk regelen’. Een exemplaar is overhandigd aan minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming. De initiatiefnemers van Stichting Adoptie-nazorg willen hiermee een breed draagvlak creëren voor de problemen waarmee geadopteerden, adoptieouders en afstandsouders te maken kunnen krijgen. Ze wijzen de minister erop dat uit onderzoek blijkt dat adoptiekinderen die na hun eerste levensjaar worden geadopteerd, zich vaak minder veilig kunnen hechten. ‘Adoptieouders én geadopteerden hebben adoptiespecifieke hulp nodig om hen te helpen het vertrouwen in anderen te herstellen. Echter, direct na plaatsing van het kind in het nieuwe gezin is er nauwelijks zorg/hulp voor de adoptieouders en het kind, tenzij de ouders hier zelf om vragen. Het zicht op het welbevinden van de geadopteerde is in Nederland onvoldoende gewaarborgd. Structurele nazorg bij adoptie moet daarom bij wet worden geregeld’, stellen de initiatiefnemers en zij onderbouwen dat met de persoonlijke, ontroerende brieven van ervaringsdeskundigen in het boek.