Kleur doet er wél toe

Net doen alsof er geen discriminatie bestaat. Tegen je kinderen zeggen ‘Kleur doet er niet toe’ is fout. Want hoe goed bedoeld misschien ook, het doet er wél toe. En de kinderen lopen ertegenaan, vroeg of laat. Dat stelt Rhonda Mae Roorda. Ze werd als tweejarige Afro-Amerikaanse in 1971 geadopteerd door blanke ouders die vanuit Friesland naar Amerika waren geëmigreerd. Roorda schreef vier boeken over transracial adoptions en was onlangs een van de spreeksters op het seminar ‘Kleurenblind; kleur doet er niet toe…!?’ van vergunninghouder A New Way in Nijmegen.

Roorda put niet alleen uit eigen ervaring (“Being black in a white family. Met een blanke broer en zus, biologische kinderen van mijn ouders.”) Voor haar boeken interviewde ze tientallen volwassen geadopteerden. Daarmee begon ze na haar 26ste, toen ze inmiddels was afgestudeerd en aan het werk ging. “Ik wilde uitzoeken wat mijn positie in de maatschappij was. Waar ik het beste paste met mijn donkere huid. Het werden vaak zeer intieme gesprekken. Het ging erover hoe zij erin waren geslaagd hun eigen identiteit te ontwikkelen. Tot die tijd werd altijd gezegd: adoptiekinderen veel liefde geven is genoeg. Maar ik geloofde dat niet. Er komt veel meer bij kijken. Uit mijn onderzoek bleek ook: liefde is heel belangrijk maar het is niet genoeg. Adoptieouders moeten dieper gaan.”

Witte bubble

Gekleurde kinderen die geadopteerd zijn door blanke ouders moeten leren wat racisme is. Ze moeten voorbereid zijn op discriminatie om zichzelf te kunnen beschermen. Ze moeten trots kunnen zijn op hun kleur en afkomst. Kennis hebben van hun achtergronden. Blanke ouders moeten zich daar bewust van zijn en dit niet negeren door met goede bedoeling te doen alsof er geen verschil is. Want dat is er wél, zegt Roorda. “Nu zie je sommige gekleurde kinderen opgroeien in een witte bubble in de veronderstelling dat ze hetzelfde zijn, dat ze ook wit zijn. Ze hebben geleerd te vergeten dat ze een andere huidskleur hebben. Maar de maatschappij zegt: hallo, jij bent helemaal niet blank. En dat is ook zo. We zijn gekleurd en daar moeten we trots op zijn! We moeten vol zelfvertrouwen in de wereld gaan staan zodat we succesvolle carrières kunnen opbouwen.”

In haar meest recente boek In Their Voices komen volwassen gekleurde geadopteerden aan het woord over opgroeien in een voornamelijk blanke omgeving en hoe ze daarmee om zijn gegaan. Roorda: “Veel volwassen geadopteerden zoals ik stoeien op latere leeftijd met onze identiteit omdat we ontdekken dat we er niet hetzelfde uitzien als anderen, ook al denken we misschien van wel. In dat geval worden we er door de buitenwereld wel op afgerekend dat we anders zijn.”

“Adoptieouders moeten zich realiseren dat ze zelf ook niet meer wit zijn, maar dat ze door de adoptie van bijvoorbeeld een donker kind deel gaan uitmaken van een multiraciaal gezin. Ze moeten zich realiseren dat het bij de opvoeding van hun kinderen hoort dat ze niet enkel terugvallen op hun eigen relaties en geschiedenis. Ze zullen zich ook actief moeten bewegen in andere culturen. Ze zullen vrienden moeten maken in kringen waar mensen er hetzelfde uitzien als hun kinderen. Het is belangrijk dat er niet alleen blanke kinderen komen spelen, dat er bij hen thuis ook gekleurde kinderen en volwassenen aanschuiven bij etentjes.” De ouders moeten zich als blanken zelf ook af en toe oncomfortabel voelen in een donkere omgeving, meent Roorda: “Ga bijvoorbeeld met je blonde haren eens naar een kapper voor mensen met kroeshaar… Dat voelt ongemakkelijk, dat garandeer ik je. Omgekeerd gebeurt dat vaak wel…”

Braboneger

Als ze klein zijn, worden de donkere (geadopteerde) kindjes als schattig ervaren, maar ze groeien op en komen als volwassenen terecht in een wereld die hard is. Dus stelt Roorda nogmaals: bereid ze daar goed op voor. Eigenlijk waren alle sprekers op het seminar het hierover wel eens. De bijeenkomst werd geopend door Steven Brunswijk, beter bekend als de ‘Braboneger’. Hij is niet geadopteerd maar groeide als donkere jongen van Surinaamse afkomst op in het overwegend blanke Brabant. Ook hij waarschuwde blanke ouders van donkere kinderen om niet te doen alsof er geen verschil is: “Let op. Het kan een dingetje zijn. Denk daaraan! Ik ben een Nederlander maar ik word vaak niet zo behandeld. Als je nooit tot op het bot gediscrimineerd bent vanwege je huidskleur kun je er niet over oordelen. Probeer in de schoenen van je kind te gaan staan en leer ze om voor zichzelf op te komen. Zit erbovenop, zeg: je moet voor jezelf opkomen. Mijn ouders wisten van niks toen ze in twee werelden terechtkwamen. Jullie wel, jullie beginnen aan een lange, moeilijke weg, ik ben blij dat jullie hier zitten.”

Ook Laura Hofmann, als maatschappelijk werkster nauw betrokken bij afstand en adopties in de VS, en Michael en Joy Goldstein van het gelijknamige adoptiebureau benadrukten dat verschillen niet genegeerd moeten worden. Voor Inez Teurlings, geboren in Bangladesh en geadopteerd door Nederlandse ouders, doet kleur er soms wel toe, en soms niet: “Als je twaalf jaar op dezelfde plek werkt, doet je huidskleur er niet toe. Maar ga eens solliciteren en je zult merken van wel… Je moet dus leren om ermee om te gaan. Negeren is een manier, maar niet de meest constructieve oplossing. Je kunt het niet onder het tapijt schuiven. Stereotyperingen, vooroordelen, ’grapjes’: je gaat ze niet weghouden. Dus ouders: zoem in op vaardigheden om er zo goed mogelijk mee om te gaan.”

Meer informatie zie: www.anewway.nl

Tekst: Angela Jans