Drieluik: afstandsvader Ko Dros

Beroep: gepensioneerd
Woonplaats: Cipanas, Indonesië
Leeftijd: 67
Vader van twee zonen (een afgestaan) en twee dochters

Ik had best de verantwoordelijkheid willen nemen

Corry woonde een paar dorpen verderop. Een kilometer of vijftien schat ik. Met de brommer ging ik erheen. We scharrelden een beetje. Verkering kon je het niet noemen.  Ik was een jaar of zestien, zeventien misschien. En soms een beetje ondeugend.

Vanaf mijn veertiende werkte ik bij een slagerij. In eerste instantie deed ik dat alleen na schooltijd. Al snel werden dat hele dagen. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Slachten, uitbenen, bestellingen opnemen, bestellingen rondbrengen. Ik vond het een leuk vak, heb ook mijn slagersvakdiploma gehaald. De hele week was ik aan het werk. In het weekend ging ik op stap.

Een vriendin van Corry vertelde me dat Corry zwanger was van mij. Ik zei tegen haar: “Nou, laat ze dan maar contact met mij opnemen.” Ik wilde haar wel ontmoeten om erover te praten. Je had toen natuurlijk nog niet zoveel communicatiemogelijkheden als nu. Geen mobiele telefoons en zo, je kon niet gemakkelijk even bellen. Maar tot een ontmoeting kwam het nooit meer. De moeder van Corry en mijn moeder hadden al contact met elkaar gehad en hadden het – zonder overleg met mij – samen geregeld: Corry en ik zouden elkaar nooit meer zien, het kind moest na de bevalling worden afgestaan ter adoptie. Klaar, over en uit.

Mijn vader was al op zeer jonge leeftijd overleden. Mijn moeder was heel streng. Ze zei: “Wat heb jij nou geflikt? Je hebt een meisje zwanger gemaakt. Je mag haar nooit meer zien.” Daar was geen discussie over mogelijk. Ik had eigenlijk best de verantwoordelijkheid willen nemen en met haar willen trouwen of zo. Omdat ik veel werkte, had dat wel gekund, ik verdiende genoeg. Maar dat mocht niet. Ik moest er wegblijven en daarmee af. Er niet meer over gesproken.

Op een gegeven moment stond ik er ook niet meer bij stil. Heel soms flitste het door mijn hoofd dat ik een kind had. Maar omdat ik er nooit meer iets over gehoord of gezien had, dacht ik: ach, misschien is het ook wel loos alarm geweest.

Het leven ging verder. Ik leerde een andere vrouw kennen. Zij was van katholieken huize en ik was gereformeerd. In die tijd ging dat niet zo makkelijk samen, dat werd niet goedgekeurd. Toen bedachten we: als we nou gewoon zorgen dat we moeten trouwen… Dan kunnen ze er niks meer tegen doen. Zij was achttien, ik negentien jaar toen onze zoon werd geboren. We hebben samen drie kinderen gekregen en zijn ruim 35 jaar getrouwd geweest. Toch niet slecht.

In al die tijd heb ik niet vaak aan het voorval met Corry gedacht. Ik heb het ook nooit met mijn vrouw besproken. Dat vond ik niet nodig, het was van voor die tijd en ik was er verder niet mee bezig.

Tot ongeveer een jaar geleden, geheel onverwacht mijn oudste zoon zich meldde. Hij was op zoek gegaan naar zijn biologische ouders en had Corry al eerder gevonden. Zij vertelde hem dat ene Ko Dros zijn vader was. Met die informatie kwam hij in eerste instantie bij de weduwe van een neef van mij terecht. Die stuurde hem weer door en op Facebook vond hij nog een Ko Dros. Dit bleek zijn halfbroer te zijn, mijn zoon die dezelfde voornaam heeft als ik.

Omdat Ko en ik in Indonesië wonen, heeft het nog wel even geduurd voor we elkaar konden ontmoeten. Dat kon pas toen ik tijdelijk in Nederland was. We hebben elkaar toen een paar keer ontmoet. Misschien komt hij een keer naar Indonesië, dat zou leuk zijn, dan kan hij zijn halfbroer ook zien. Ze lijken sprekend op elkaar.

Ik vind het jammer voor hem dat hij bijna vijftig jaar heeft moeten wachten, voor hij zijn beide biologische ouders heeft kunnen zien. Maar ik ben blij voor hem dat het is gelukt en vooral ook dat hij het goed heeft gehad bij zijn adoptieouders.