Zorgen voor getraumatiseerde kinderen

Steve was ruim 3,5 jaar toen hij door moeder Laura en vader Sjors werd opgehaald in een Afrikaans land. Ook Lindy en Tim zijn geadopteerd uit Afrika. Tim kwam als eerste in het gezin van Karin en Henk. Hij was toen bijna 6. Zijn adoptiezusje Lindy volgde anderhalf jaar later, zij was toen 5,5 jaar oud. Dat is in beide gezinnen inmiddels al weer een aantal jaar geleden. De ouders van beide families hebben onlangs deelgenomen aan de eerste versie van de cursus ‘Zorgen voor getraumatiseerde kinderen’ van Adoptievoorzieningen. De moeders vertellen waarom.

Cute african boy‘Elke keer weer het vertrouwen herstellen’

Laura over zoon Steve: “In het voorstel stond dat het een gezond kind was, een jongetje van 3,5 jaar oud. Eén dingetje: hij keek scheel. Tsja, ach, als dat alles was. Natuurlijk gingen we akkoord. Bij aankomst viel me meteen op dat hij niet goed kon lopen. Toen ik dat opmerkte, zeiden ze dat hij net nieuwe schoenen had. Vanwege mijn medische voorgeschiedenis hadden we bewust gekozen voor adoptie van een gezond kind. Ik was ziekenhuizen meer dan beu.”

“Na aankomst in Nederland vormden we niet meteen vanzelf een harmonieus gezin… En hij kon moeilijk lopen, hij bleef maar vallen. Steve (nu 10 jaar) bleek een beschadiging in de kleine hersenen te hebben. Hij is daardoor spastisch en heeft balansproblemen. En het zag ernaar uit dat er sprake was van een forse hechtingsproblematiek en PTSS (posttraumatische stressstoornis). Steve was snel geagiteerd, op straat moest je hem bij je zien te houden, want hij stortte zich zomaar voor een auto. Aanvankelijk dacht ik: misschien moet hij nog wennen. ’s Avonds was het vaak echt heel moeilijk, urenlang kon hij tekeer gaan. Achteraf bleek dat hij niet durfde te slapen door zijn nachtmerries. Hij is door vroege mishandeling vaak bang voor mensen die hem verzorgen. Kan ons moeilijk vertrouwen. Een gebaar dat hem aan vroeger doet herinneren kon en kan hem ineens doodsbang voor ons maken. Ik ben naar een preventieve cursus gegaan en daar begon me iets te dagen… Daarop hebben we video-interactiebegeleiding aangevraagd en vervolgens zijn we uiteindelijk, na een heel traject en therapie bij Basic Trust, in de psychiatrie terechtgekomen.”

“Het afgelopen jaar was heel zwaar, waarschijnlijk omdat hij in therapie is voor de hechting en PTSS. Iedere dag hebben we scènes van zeker anderhalf uur lang. Nog steeds is er heel veel strijd, maar het gaat steeds beter. Mijn motto is: de aanhouder wint. Stapje voor stapje leren we hem vertrouwen in ons, vertrouwen op zichzelf. We passen de omgeving zoveel mogelijk aan door zo min mogelijk prikkels te geven. Maar geef je hem een correctie, dan kun je rekenen op een slechte bui. Soms gaat hij dan schelden en schoppen, vaak urenlang.”

“Hij zit op een gewone school, want we wisten echt niet dat hij een handicap had. Met extra hulp gaat dat nog. Verbaal is hij heel sterk; als je hem hoort praten denk je: niks aan de hand, dat kan hij allemaal wel. Maar leren is voor hem echt heel moeilijk. Hij is heel waakzaam en wantrouwend, hij wordt snel getriggerd, voelt zich vaak afgewezen. Zijn eigen speelgoed delen met andere kinderen, dat lukte hem niet. Het gaat steeds iets beter, maar het geeft veel stress. Zwemmen, fietsen, rennen: door zijn handicap kan hij dat niet goed.”

“Tijdens de cursus van de Adoptievoorzieningen heb ik geleerd dat zijn hersenen continu op ‘gevaar’ staan. We hebben er weer meer begrip door gekregen. Herkennen nog kleinere signalen. Ik kan het nu ook beter aan de buitenwereld uitleggen. Ik hoop dat we hem op termijn zo veel vertrouwen en handvatten kunnen geven, dat hij leert met zijn trauma’s te leven. Oplossen kunnen we dit niet, maar we hebben al veel vooruitgang geboekt en ik hoop heel erg dat hij gelukkig wordt.”

‘Heel langzaam kreeg ik het voordeel van de twijfel’

Karin over dochter Lindy: “Lindy (9) deed alles wat niet kon. Schoppen, slaan, in haar broek plassen. Het enige wat ze in haar hoofd leek te hebben was: snel, weg hier. Ze had ruim vijf jaar in een vrij klein tehuis gewoond. Met in totaal negen kinderen en veel persoonlijke aandacht. Het was eigenlijk bijna pleegzorg. Dat ze daar weg moest, is voor haar echt traumatisch geweest. Aanvankelijk was ze heel boos en ontzettend verdrietig. De weken dat we nog in Afrika waren, heeft ze bijna continu gehuild. Vervolgens werd ze compleet apathisch. Aan mij had ze echt een hekel. Ze keerde zich van mij af en keek mij nooit aan. Dat was heftig, kostte mij veel energie. Zeker omdat ik na een tijdje alleen met haar thuis was. Mijn man ging weer aan het werk en onze zoon naar school.”

“Na een paar maanden zijn we met het gezin een weekje op vakantie geweest. Toen klaarde ze een beetje op. Heel langzaam kreeg ik het voordeel van de twijfel. Na een half jaar kreeg ik de kans om een week naar Israël te gaan. Ik twijfelde: Was dat wel verstandig in zo’n situatie? Kon ik de kinderen achterlaten? Ik besloot te gaan. Vooral omdat ik eraan toe was even iets voor mezelf te doen. Achteraf heeft dat goed uitgepakt. Toen ik terugkwam, pakte mijn dochter me op Schiphol vast om me niet meer los te laten. De volgende dat moest ze hard huilen en zei: ‘Mama, ik heb je heel erg gemist.’ Sindsdien zijn we dikke maatjes. Maar haar trauma is er nog steeds. Soms droomt ze dat ze in het vliegtuig zit en ons kwijt is… Ze kan dingen goed wegstoppen, maar gelukkig zie ik de stress in haar ogen en heeft ze geleerd dat ze er maar beter over kan praten. Dat lucht op. ”

‘Zo voorbeeldig, gewoon niet normaal’

Karin over zoon Tim: “Vanaf de eerste ontmoeting gedroeg Tim (nu 11) zich voorbeeldig. Zo lief, gewoon niet normaal… Hij wilde weg uit Afrika, naar Nederland, het liefst zo snel mogelijk. Toen hij anderhalf jaar oud was, werd hij ernstig ziek en is hij in het tehuis terechtgekomen. Daar heeft hij gewoond tot we hem ophaalden, hij was toen bijna zes jaar. Dolgraag ging hij met ons mee. “

“Later merkten we dat er bij hem toch wel degelijk een trauma zit. Dat hij bepaalde, in onze ogen simpele dingen, echt niet kan handelen. Bijvoorbeeld als er een snaar van de gitaar kapot gaat, de hond wegloopt of hij ergens de schuld van krijgt terwijl hij het niet heeft gedaan. Daardoor voelt hij zich afgewezen. Dan wordt hij heel boos, maakt dingen kapot en/of gaat hij op zijn kamer zitten mokken. Het is niet echt onbeheersbaar maar het beperkt hem. Ik zou het hem gunnen dat het verleden wat minder grip op hem heeft. Hij blijft er erg in hangen, weet zich de gekste details te herinneren. Soms is hij ook wel eens bang dat hij weer weg moet. Afrekenen met het verleden hoeft heus niet, maar ik hoop een manier te vinden dat hij er rustig mee kan leven. Daarom wil ik dat hij hulp krijgt. Hij wilde echt niet, maar ik heb hem uitgelegd dat het is om hem te helpen, niet om hem te pesten. Voor mezelf is het ook fijn om hulp te krijgen zodat ik signalen beter op kan pikken. Soms vraag ik me wel af: relateer ik niet te veel aan adoptie?”

De namen van de kinderen en hun ouders zijn om redenen van privacy gefingeerd.

Tekst: Angela Jans