Niet samenwonen, toch adopteren

Tekst: Vera Kidjan

Nederlands recht en wat de gevolgen kunnen zijn als niet wordt voldaan aan een van de voorwaarden voor adoptie. Daarover schrijft advocaat Vera Kidjan in een tweeluik. In het vorige nummer van het Adoptie Magazine ging het om de voorwaarde dat de adoptieouders hun adoptiekind ten minste een jaar moeten hebben verzorgd en opgevoed. In deze tweede aflevering wordt nader ingegaan op een andere voorwaarde, namelijk dat de adoptieouders onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek, ten minste drie jaar moeten samenwonen.

In eerdere artikelen van het Adoptie Magazine uit 2011 en 20131 illustreerde ik enkele situaties waarbij niet aan de voorwaarde van drie jaar samenwonen is voldaan omdat er sprake is van een echtscheiding van de adoptieouders voor of tijdens de adoptieprocedure. Daaruit blijkt dat de rechter meestal (maar niet altijd) begrip en vertrouwen toont in relaties die weliswaar zijn verbroken, maar waarbij de adoptieouders voornemens zijn om samen de kinderen te blijven verzorgen en opvoeden. De rechter pleegt in die gevallen aan deze voorwaarde voorbij te gaan omdat de adoptie in het belang van het kind is. Echter, de rechter oordeelt anders en zal vasthouden aan het vereiste van drie jaar samenwonen als er sprake is van psychische problemen bij de adoptieouders of echtscheidingsproblematiek die mogelijk leidt tot emotionele schade bij het kind.

Hoe oordeelt de rechtbank als er geen sprake is van een echtscheiding, maar wanneer de adoptieouders er om uiteenlopende redenen voor kiezen gescheiden te wonen?

Moeder en kind in Nederland, vader in Pakistan

De rechtbank Arnhem oordeelt in 2010 in een zaak die gaat over een adoptiemoeder en haar adoptiekind die in Nederland verblijven, terwijl de echtgenoot en adoptievader op dat moment in Pakistan woont. Over deze situatie merkt de rechter het volgende op. De wetgever heeft met het vereiste dat verzoekers voorafgaand aan het verzoek tot adoptie drie jaar dienen te hebben samengeleefd beoogd een zekere waarborg te scheppen voor de duurzaamheid en bestendigheid van de opvoedingssituatie van het adoptiekind. Alhoewel verzoekers niet voldoen aan het samenlevingsvereiste, is de rechter van oordeel dat in deze zaak een redelijke uitleg van de wet met zich brengt dat niet alleen dient te worden gekeken naar de samenlevingstermijn voorafgaande aan het verzoek, maar ook naar de overige omstandigheden.
Verzoekers zijn met elkaar gehuwd en hebben ruim zeven jaar met elkaar samengeleefd. Niet is gebleken van een voornemen van verzoekers het huwelijk te laten ontbinden. Daarnaast heeft verzoekster aannemelijk gemaakt dat verzoeker voornemens is zich in Nederland te vestigen zodra de adoptie van de minderjarige door verzoekers wordt uitgesproken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de duurzaamheid en bestendigheid van de opvoedingssituatie van de minderjarige voldoende zijn gewaarborgd. De rechtbank overweegt dat daarom voldaan is aan de bedoeling van de wet.

Moeder en kind in Bangladesh, vader in Nederland

In 2016 oordeelt de rechtbank Den Haag anders. In die zaak gaat het om een echtpaar dat in Bangladesh de pleegzorg heeft over een kind. De vrouw woont in Bangladesh met het kind en de man in Nederland. De rechtbank geeft aan dat de man sedert 1993 onafgebroken staat ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Amsterdam. Ook heeft hij een huurwoning in Amsterdam en werkt hij in Nederland voltijds bij een schoonmaakbedrijf. Gelet hierop, komt de rechtbank tot het oordeel dat de woonplaats ofwel de gewone verblijfplaats van de man in Nederland is. Het feit dat de man regelmatig voor een paar weken naar Bangladesh gaat (vijf keer in 2014 en twee keer in 2015), hij iedere dag contact heeft met de vrouw en het kind via Skype en het gegeven dat de man zich emotioneel sterk verbonden voelt met Bangladesh, met name ook omdat de vrouw en het kind daar verblijven, maken dit oordeel niet anders. De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat de man ook niet van plan is om zijn woonplaats te veranderen, gegeven de omstandigheid dat de vrouw heeft verklaard dat zij de intentie heeft om zich op termijn als gezin te vestigen in Nederland vanwege de kwaliteit van het onderwijs.
De rechtbank wijst het adoptieverzoek van de man af en van de vrouw toe. De rechtbank heeft het verzoek ten opzichte van de man niet zozeer afgewezen omdat het echtpaar niet aan het samenwoonvereiste voldoet, maar meer omdat de rechtbank zich op het standpunt stelt dat de man een beginseltoestemming moet hebben om te mogen adopteren.

Moeder en kind in Marokko, vader in Nederland

In de zaak waarover de rechtbank Den Haag in 2018 oordeelt, gaat het om een Marokkaanse vrouw. Zij woont al vanaf haar tweede jaar in Nederland, is in Brabant woonachtig en spreekt vloeiend het plaatselijk dialect. Haar familie komt uit het noorden van Marokko, waar het Berberdialect wordt gesproken. De vrouw begrijpt dit dialect niet. Ook spreekt zij nauwelijks Frans en Arabisch. Daarom gaat de communicatie met haar familie zeer moeizaam. Zij is sinds enkele jaren getrouwd met haar schoolliefde, die een goede baan heeft in de informatie- en communicatietechnologie.
De vrouw werkt bij een uitzendbureau. Zij ontvangt van uitzendkrachten steeds meer de vraag naar de mogelijkheden om in het buitenland te kunnen werken, waaronder in Marokko. De vrouw speelt met het idee een poos in Marokko te gaan verblijven om zich de cultuur eigen te maken en een eigen bedrijf op te zetten. Na intensief overleg met haar echtgenoot besluit zij om dit idee te verwezenlijken. Zij stopt met haar baan, schrijft zich uit de Nederlandse basisregistratie personen en gaat in het appartement in Marokko wonen dat zij enkele jaren eerder met haar echtgenoot heeft gekocht. Daar begint zij een uitzendbureau waarbij zij bemiddelt in arbeidsvraag- en aanbod tussen Nederland en Marokko. De huwelijkse relatie blijft in stand en wordt een afstandsrelatie. Haar man is niet werkplekgebonden en kan vanuit Marokko zijn werkzaamheden verrichten. Hierdoor kan hij om de zes weken naar zijn vrouw in Marokko.
De vrouw neemt een Marokkaans pleegkind, Murad, in huis. Murad is de biologische zoon van een jonge, ongehuwde Marokkaanse vrouw die tijdens haar zwangerschap in een opvangtehuis heeft gewoond. Na de bevalling verdwijnt zij spoorloos en laat haar zoon in het ziekenhuis achter. De man en de vrouw volgen de Marokkaanse procedures om permanent voor Murad te mogen zorgen. Een adoptie in Marokko is niet mogelijk2. Daarom willen zij Murad via de Nederlandse rechter adopteren.

Ondanks de afstand bemoeit de man zich dagelijks met de opvoeding van Murad en het reilen en zeilen van de huishouding in Marokko. Via WhatsApp en een videoverbinding die steeds openstaat, zijn zij vierentwintig uur per dag met elkaar in contact. Zij evalueren dagelijks en bespreken alles met elkaar. Elke dag om zes uur ’s avonds is het etenstijd en wordt via de videoverbinding met het gezin de dag en planning doorgenomen. Murad vertelt dan graag hoe zijn dag is geweest. In zowel het huis in Nederland als het huis in Marokko hangen in de belangrijke ruimtes camera’s zodat het echtpaar elkaars dagelijkse gang van zaken kan volgen. Via de camera’s kan ook gecommuniceerd worden. Als de man ziet dat Murad iets doet wat niet mag, dan corrigeert hij via de luidspreker. Murad noemt de vrouw ‘mama’ en de man ‘papa’.
De rechter bevestigt dat de vrouw in Marokko woont en de man in Nederland. Zij wonen daarom geografisch gezien niet samen. Ondanks de geografische afstand staat dit de uitoefening van het gezinsleven niet in de weg. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat er sprake is van een gezamenlijke zorg en opvoeding van Murad door het echtpaar. In dit geval wordt de voorwaarde dat de adoptieouders drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek moeten samenwonen niet al te letterlijk uitgelegd. Ook wordt, ten aanzien van de man, niets gezegd over niet hebben van een beginseltoestemming.

De rechter houdt in deze laatste zaak rekening met de manier waarop tegenwoordig met steeds meer technisch vernuft wordt gecommuniceerd en op die manier relaties en gezinsleven in stand wordt gehouden. Toen kinderboekenschrijfster Tonke Dragt het boek Ogen van tijgers schreef, werd de communicatie via videobeelden nog onder sciencefiction gecategoriseerd. Wat zal 2020 ons op dit gebied aanbieden?

[voetnoten]
1 Adoptiemagazine, 2011-2: “Echtscheidingen met een adoptiestaartje” en 2013-1: “Recente ontwikkelingen rond adoptieprocedures Haïti”.
2 Zie voor meer uitleg: Adoptie Magazine, 2010-4: “Islam verbiedt adoptie, kafala wel acceptabel”.

Vera Kidjan is advocaat bij Everaert Advocaten in Amsterdam.