Nieuwe wetgeving voor niet-traditionele gezinnen

Nog maar de helft van de kinderen in Nederland groeit op in een traditioneel gezin met een getrouwde vader en moeder. Veel ouders blijven ongehuwd, anderen voeden hun kinderen op in meeroudergezinnen of samengestelde gezinnen, de zogenaamde regenbooggezinnen. De vele verschillende gezinssituaties die voorkomen, maken het nodig dat de wetgeving en het beleid op het terrein van ouderschap en gezag worden aangepast, vindt de Staatscommissie Herijking ouderschap.

In december 2016 bood de commissie aan de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie een lijvig rapport over dit onderwerp aan. In het rapport met de titel ‘Kind en Ouders in de 21ste eeuw’ doet de commissie maar liefst 68 aanbevelingen. Als die aanbevelingen door het parlement worden geaccepteerd, dan zullen ook de adoptieregels flink veranderen. Een belangrijke aanbeveling is dat maximaal vier personen de juridisch ouder kunnen worden van een kind.

Nieuw: de ‘eenvoudige adoptie’

Een Nederlandse adoptie is altijd een sterke adoptie. Als een kind naar Nederlands recht wordt geadopteerd zal de juridische band die het kind met zijn oorspronkelijke ouders heeft worden doorgesneden en vervangen door een juridische band met een of twee adoptieouders. Het kind is niet langer familie van zijn oorspronkelijke ouders en familieleden (broertjes, zusjes, opa’s en oma’s, ooms en tantes etc.), maar wordt familie van de adoptieouders en hun familieleden.
Andere landen kennen ook een andere adoptievorm, de zogeheten zwakke adoptie. Er is sprake van een zwakke adoptie als de adoptie tot gevolg heeft dat de rechten en plichten van de oorspronkelijke ouders overgaan op de adoptanten, maar de familierechtelijke betrekkingen met de biologische ouders niet volledig worden verbroken1. De Staatscommissie noemt deze vorm van adoptie de eenvoudige adoptie. Hierna zal ik daarom ook deze term hanteren in plaats van ‘zwakke adoptie’. De gevolgen van de eenvoudige adoptie zijn niet in alle landen hetzelfde. Ook is in de praktijk de juridische band die het kind met zijn oorspronkelijke ouders houdt vaak beperkt.
De Staatscommissie adviseert om ook in Nederland een vorm van een eenvoudige adoptie in te voeren. Een kind hoeft dan niet altijd in juridische zin volledig afscheid te nemen van zijn oorspronkelijke familie. Dit zal vooral van belang kunnen zijn als de oorspronkelijke ouders nog enige rol van betekenis in het leven van het kind spelen. Of een eenvoudige adoptie in een bepaald geval een betere optie is dan de sterke adoptie, zal afhangen van de omstandigheden en wordt door de rechter beoordeeld. Het kind heeft er in elk geval belang bij dat zijn positie in het gezin van zijn adoptieouders wordt beschermd, bijvoorbeeld op het terrein van erfrecht, nationaliteit en recht op levensonderhoud.

Meerouderschapsregeling

De eenvoudige adoptie zal ook kunnen worden uitgesproken op een later moment in het leven van een kind, wanneer dan blijkt dat meerdere personen het ouderschap over het kind op zich willen nemen.
Een van de aanbevelingen van de Staatscommissie is dat een kind bij geboorte meer dan twee ouders kan krijgen. Dat kan worden geregeld via een meerouderschapsregeling. Een belangrijke voorwaarde voor deze constructie is dat het vóór de geboorte van het kind wordt geregeld. Voor een kind dat al is geboren is geen meerouderschapsregeling meer mogelijk. Dan biedt de eenvoudige adoptie een uitkomst, aldus de Staatscommissie. De rechter kan worden gevraagd om door het uitspreken van een eenvoudige adoptie ervoor te zorgen dat maximaal vier personen de juridisch ouder worden van een kind. Het belang van het kind is de belangrijkste toets daarin. De adoptie wordt volgens deze constructie minder beschouwd als een kinderbeschermingsmaatregel maar meer als een instrument om de afstamming tussen kind en (meer) ouders vast te leggen2.
Daarnaast kan de eenvoudige adoptie een mogelijkheid bieden voor pleegouders. Hun positie wordt aanzienlijk verstrekt. Zij krijgen dezelfde rechten als de oorspronkelijke ouders.

Verbod op adoptie door grootouders opheffen

De Staatscommissie beveelt verder aan het bestaande verbod voor grootouders om hun kleinkind te adopteren te schrappen. De Staatscommissie meent dat de reden voor dit verbod was dat de wetgever wilde voorkomen dat grootouders de kleinkinderen als het ware van hun eigen ouders zouden kunnen afpakken. Deze redenering lijkt mij nogal kort door de bocht. Ook komt het in de praktijk geregeld voor dat grootouders de zorg voor kleinkinderen volledig overnemen, omdat de eigen ouders van de kinderen niet in staat zijn om hun taak als ouders van het kind uit te voeren. Als grootouders een volledige ouderrol uitoefenen, valt niet in te zien waarom het nodig zou zijn om het wettelijk verbod om deze band officieel te maken te handhaven, meent de Staatscommissie. De rechter zou in dat geval moeten beslissen of het een sterke of een eenvoudige adoptie wordt.
Het toestaan van deze adoptievorm kan de afstammingsverbanden volledig in de war brengen. Bij een eenvoudige adoptie komt het erop neer dat zowel kinderen als kleinkinderen alle grootouders “papa en mama” gaan noemen. Gaan de oorspronkelijke ouders dan de rol van broer of zus vervullen? Bij een sterke adoptie worden de banden met de oorspronkelijke ouders verbroken maar blijven zij familie via de grootouders. Worden de oorspronkelijke ouders dan plotseling oom en tante? Bovendien moet de rechter ook rekening houden met de leeftijd van grootouders en de kans dat zij eerder komen te overlijden tijdens de vormende jaren van het kind. Ik vraag mij af of dit alles in het belang van het kind is.

Einde van termijn voor herroepen van adoptie

Tot slot beveelt de Staatscommissie aan de regel voor het herroepen van een adoptie te verruimen. De bestaande Nederlandse adoptieregeling kent een beperkte mogelijkheid voor het geadopteerde kind om zijn adoptie ongedaan te maken. Hieraan zit een termijn vast. Een geadopteerd kind kan dit verzoek alleen bij de rechtbank indienen tussen zijn twintigste en drieëntwintigste levensjaar. De regeling dient vooral om zoveel mogelijk rechtszekerheid te laten bestaan over wie de juridische ouders van een persoon zijn en blijven. In de praktijk blijkt dat mensen vaak pas op latere leeftijd hun ontstaansgeschiedenis leren kennen of ermee in het reine komen. De Staatscommissie meent dat het belang dat een geadopteerde kan hebben bij het verbreken van de juridische band met misschien allang uit beeld verdwenen adoptieouders, zwaarder moet wegen dan het belang dat de samenleving als geheel kan hebben bij rechtszekerheid. Om die reden wordt aanbevolen om de wettelijke termijn voor het herroeping van een adoptie te schrappen. Wel blijft de voorwaarde bestaan dat het geadopteerde kind meerderjarig moet zijn.
In de praktijk blijkt al dat de rechtbanken de termijnoverschrijding bij een herroeping niet tegenwerpen als er strijd is met artikel 8 EVRM waarin het recht op familie- en gezinsleven wordt beschermd3. Als de geadopteerde met goede redenen komt waarom de adoptie ongedaan moet worden gemaakt, dan wordt het verzoek meestal wel gehonoreerd.

Zorgen om internationale gevolgen

Rechtsgeleerden maken zich zorgen over de internationale gevolgen bij een dergelijke Nederlandse meerouderconstructie. Rechters zijn bezorgd over de gevolgen om tot oplossingen te komen indien het misgaat binnen het regenbooggezin. Ook op het gebied van de vreemdelingen- en Nederlanderschapsregelingen worden de gevolgen van deze aanbevelingen onderzocht. Kortom, als de aanbevelingen van de Staatscommissie worden aangenomen, dan zal het landschap voor de Nederlandse gezinnen drastisch veranderen.

Tekst: Vera Kidjan

[noten]
1 Zie ook “Van een zwakke naar een sterke adoptie”, Adoptiemagazine maart 2015, pagina’s 26 en 27.
2 Zie ook “Adoptie is en blijft een maatregel van kinderbescherming”, Adoptiemagazine 1 – 2011, pagina’s 18 en 19.
3 Zie ook “Niet meer geadopteerd, Adoptiemagazine april 2018, pagina’s 12 tot en met 14.