‘Onze band is echt goed hoor…’

Je hoort het ouders bijna denken: Zegt deze hulpverlener nou echt dat het problematische gedrag van ons kind met de hechting te maken kan hebben? Dat is bijna onmogelijk, we hebben al die jaren zo hard aan de vertrouwensband gewerkt. Of: Hebben wij dan iets niet goed gedaan? Ouders schrikken soms wanneer scheurtjes in de bouwstenen van hechting als mogelijke oorzaak van bepaalde problemen worden genoemd. Maar dat hoeft helemaal niet.

Tekst: Chris Thie

Voorbeeld
David is geboren in Afrika. Als ondervoede en verwaarloosde baby van 8 maanden oud werd hij gevonden. Daarop werd hij in een groot kindertehuis ondergebracht. Toen hij drie jaar was, werd hij geadopteerd.
Sinds David bij zijn adoptieouders woont, groeit hij als kool. Het jongetje geniet zichtbaar van alle aandacht die hij krijgt, leert de taal en gaat naar school. Daar blijkt hij een echte druktemaker met veel energie. Ondanks zijn charmes komt hij regelmatig met anderen in conflict, want alles moet op zijn manier. Zijn ouders vinden hun eigen methodes om hiermee om te gaan en zien het als iets wat gewoon bij hem hoort.
In groep 3, David is inmiddels 6 jaar, krijgt hij een nieuwe juf die vindt dat hij extreem druk is en slecht luistert. Hij kan zich nauwelijks concentreren, de leerkracht zegt tegen de ouders dat ze zich zorgen maakt. Daarop bellen de ouders naar de advieslijn van Adoptievoorzieningen met de vraag of  speltherapie misschien kan helpen. Tijdens het gesprek zeggen ze nadrukkelijk: “Hij is echt goed aan ons gehecht hoor.”

Elke ouder wil graag dat zijn kind een stabiel en gelukkig mens wordt. Dat veilige hechting daarbij een essentiële basis vormt, is er bij adoptieouders nadrukkelijk ingeprent. Doordat de vertrouwensband thuis in de loop van de tijd al goed gegroeid is, lijkt het hechtingsproces al af, maar in de buitenwereld is het voor het kind soms een stuk moeilijker.
Hechten wordt niet voor niets een proces genoemd, er kan ook na jaren nog cement tussen de bakstenen gestopt worden om de basis te verstevigen. En hoe beter de band, hoe makkelijker en sneller ouders hun kind daarbij kunnen helpen door weer extra aandacht te hebben voor de dingen die hun kind het gevoel geven gezien, gehoord en begrepen te worden.
Het model van de ‘Bouwstenen van hechting’ van Truus Bakker-van Zeil laat mooi zien wat idealiter de wisselwerking is tussen de behoeften van een kind en wat de opvoeder doet om in die behoeften te voorzien, zodat het kind vertrouwen in anderen en daarmee ook in zichzelf opbouwt. Adoptiegezinnen zijn vaak in verschillende bouwstenen tegelijk bezig, omdat er veel inhaalwerk te doen is in de onderste drie lagen.

Het bouwstenen-model suggereert misschien dat als alle fases zijn doorlopen, de veilige hechting compleet is, ‘in the pocket’. Maar hechten is ook een circulair proces, waarin ouders steeds opnieuw de veilige basis zijn voor hun kind, van waaruit het kind de wereld verkent, ze het kind in vertrouwen loslaten als dat kan en waarin het kind altijd terug kan keren als het steun nodig heeft. Het model van de Cirkel van Veiligheid (Cooper Hoffman Powell Marvin) geeft dit goed weer.

Elke keer als ouders en kind met elkaar zo’n positieve ervaring opdoen, versterkt en verdiept de gehechtheidsrelatie. En hoe steviger die band wordt, hoe meer het kind ervan kan profiteren als het problemen heeft.
En ook al is de hechting thuis gevoelsmatig goed, dan betekent dat nog niet dat de vaak diep ingesleten overtuigingen helemaal zijn verdwenen. Gedachten als ‘Hou alles onder controle, anders gaat het weer mis’ of ‘Je bent niks waard, niemand geeft echt om je’ liggen bij veel adoptiekinderen op de loer en klinken vaak harder bij verhoogde stress. Bijvoorbeeld door een te vol programma, veranderingen en onvoorspelbaarheden, de overgang naar groep 3 op school, of ogenschijnlijk kleinere zaken als ruzie met een vriendje, een verloren wedstrijd, het koekje dat niet mag… Dan blijkt soms plotseling hoe kwetsbaar een adoptiekind nog is. Dat kan in alle opvoedfases gelden, ook in de puberteit, als de hormonen, de druk van de sociale omgeving of de hardnekkige identiteitsvragen het leven op z’n kop zetten.
Dan is het goed om weer een cirkel te maken, een verdiepingsslag, waarin het kind wederom ervaart: ik ben belangrijk, er wordt van mij gehouden, ik mag me rot voelen, ik mag iets moeilijk vinden, ik hoef niet alles zelf te doen, ik ben veilig, ik hoef niet perfect te zijn, ik mag altijd blijven, ik ben goed zoals ik ben.
Als de gehechtheidsrelatie goed is, betekent dat meestal ook dat ouders de signalen van hun kind goed bemerken en hem of haar goed aanvoelen. Ouders kunnen dan ook echt iets voor hun kind betekenen, al is het soms hard zoeken naar het ‘hoe’.

Voorbeeld
In overleg met de ouders van David wordt video-interactiebegeleiding gericht op gehechtheid (VIB-G) ingezet, om vanuit de veilige relatie met de ouders verder aan zijn basisvertrouwen en stressregulatie te werken. De ouders leren beter aan te sluiten bij wat David in de eerste twee bouwstenen van het hechtingsproces gemist heeft en benaderen hem daarom nu soms als een kleiner jongetje, wat hem zichtbaar goed doet. Er is veel aandacht voor lichamelijk contact, David wordt vaker op schoot genomen, geknuffeld, gemasseerd en mag bij papa op de rug de trap op als hij naar bed moet. Ouders benoemen zijn gedrag en gevoelens zodat hij zich gezien voelt en zorgen voor extra structuur en rust. David geniet met volle teugen van de Sherborne-samenspeloefeningen die tijdens video-interactietrainingen worden gedaan. De ouders merken na een poos dat hij meer rust in zijn lijf krijgt. Als dingen anders gaan dan hij wil, reageert hij minder heftig en het lukt hem bij frustraties of teleurstelling, met een beetje steun van ouders beter om zich te herpakken.
Ook op school merkt de leerkracht, die na onderling overleg Davids gedrag en gevoelens ook meer is gaan benoemen en hem vaker ‘bij de hand’ neemt, dat hij lekkerder in zijn vel zit en dat hij meer op haar is gericht. Ze vindt David een stuk minder druk en merkt dat hij zich beter kan concentreren. Tijdens momenten van stress weet hij de hand van de juf te vinden omdat hij steeds weer de handen van zijn ouders gevoeld heeft.