Orthopedagoog Corinne Verheule: ‘Hechten doe je met al je zintuigen’

Uit oude onderzoeken komt naar voren dat kinderen die vóór hun eerste verjaardag worden geadopteerd minder kans hebben op een onveilige hechting. Dubieus, vindt orthopedagoog Corinne Verheule. Jarenlang werken met adoptiegezinnen leerde haar en haar collega’s van Adoptievoorzieningen dat de ervaringen die een kind in de eerste vijf levensjaren opdoet heel bepalend zijn. Dit begint zelfs al in de baarmoeder. Verheule: ‘Bij stress vallen we terug op onze onderste bouwstenen. De stevigheid van die basis bepaalt hoe goed we ermee om kunnen gaan.’

Tekst: Machteld Stilting

Is mijn kind gehecht? Het is een veelvoorkomende vraag van adoptieouders. Maar wat is dat eigenlijk, gehechtheid? Wat houdt het in? Verheule legt uit: “Het is door ervaringen in het leven vertrouwen opbouwen. Vertrouwen in jezelf (ik kan dat, ik ben iemand), vertrouwen in de medemens (de ander is er voor mij, ik kan om hulp vragen) en vertrouwen in het leven (het komt uiteindelijk wel goed).” Het is als het ware een innerlijk plaatje dat je van jezelf en de ander hebt. En dat plaatje wordt gevormd door alles wat je meemaakt. Dus in plaats van veiligheid en vertrouwen kan er ook een basis van angst gevormd worden. Of een mix van angst en vertrouwen.

Corinne Verheule, foto Linde Dorenbos

Verheule maakt een vergelijking met vuur. De ene persoon zal bij het woord denken aan een kampvuur, warmte, gezelligheid en muziek. Terwijl het bij een ander angst en pijn oproept. Met relaties is het net zo, zegt ze: ze kunnen ervoor zorgen dat je groeit, maar ze kunnen ook vernietigend zijn. “En op basis van die ervaring reageer en handel je. Iemand met slechte ervaringen in relaties moet je op een andere manier benaderen dan iemand die alleen liefdevolle relaties heeft gekend.”

Traumaherstel kost tijd

De afstudeerscriptie van Verheule was een vergelijking tussen de voorbereiding van pleegouders en die van adoptieouders. Net toen ze afgestudeerd was, trad er een wet in werking die adoptieouders verplichtte voorbereid te worden op de komst van hun kind. Verheule werd gevraagd of ze haar scriptietheorie wilde omzetten naar de praktijk. Dat was bijna dertig jaar geleden en zo lang werkt ze dus al voor Adoptievoorzieningen. Eerst in de voorbereiding en sinds alweer ruim twintig jaar in de nazorg met VIB-G: video-interactiebegeleiding gericht op gehechtheid. Daarnaast heeft ze nog een eigen praktijk waarin ze traumaverwerking biedt aan adoptie- en pleeggezinnen met behulp van dagdroomtherapie (symbooldrama) en EMDR. Want, zegt ze heel eerlijk: bijna alle geadopteerden hebben een trauma. “Vaak stel ik samen met de ouders een levenslijn op en dan realiseer je je hoeveel hun kind in korte tijd al heeft meegemaakt. Denk alleen al aan alle scheidingen. Dat trekt zijn sporen.” Daarvan herstellen is in de meeste gevallen mogelijk, maar het kost tijd. En het vraagt iets van het kind. Maar ook van de ouders. “Hechten moet van twee kanten komen. Als ouder kom je ook jezelf tegen, met je eigen bouwstenen van hechting.” Ze blijft blij verrast door de tomeloze inzet van ouders. “Sommigen gaan er zo vol voor! Moet je kijken hoe goed hun kind dan gaat.”

Let op lichaamstaal

Bij een veilige hechting merk je volgens Verheule dat er een balans is tussen steun zoeken bij de ouder bij spanning (leuk of angstig) en eropuit gaan. “Dus even gerustgesteld worden en dan, hup, weer verder.” Een onveilig gehecht kind komt niet naar je toe óf klampt zich juist aan je vast. Natuurlijk zijn er ook kinderen die wat van beide varianten hebben. Die negeren je de ene keer en zijn vervolgens niet bij je weg te slaan. “Dat zorgt voor verwarring. Het gebrek aan structuur betekent vaak dat het kind ook geen structuur van binnen heeft.” In haar ervaring laten kinderen hun ouders vaak voelen wat ze zelf voelen. Door heel boos te doen. Of je buiten te sluiten. Als ouder kun je je dan heel machteloos of gemanipuleerd voelen. “Maar door je je ervan bewust te zijn dat ze eigenlijk hun binnenkant laten zien, kun je het gebruiken. Als je contact maakt met wat jíj op dat moment voelt, voel je ook wat je kind meemaakt.”

Verheule geeft ouders vaak de tip om naar het lijf te kijken. “Het geeft objectievere informatie dan bijvoorbeeld woorden.” Tijdens VIB-G let ze goed op het lichaam: neigt het kind naar de ouder toe of draait het weg? “Je lichaamstaal kun je lastig sturen. Het lichaam reageert. Dat is veel basaler dan wat er op dat moment allemaal gezegd wordt. Hechten doe je met al je zintuigen.”

Luisteren en meeleven

Misschien wel een van de belangrijkste tools die ze ouders meegeeft, is meeleven. “Dat werkt zo helend.” Maar het is ook lastig, weet ze. “Als ouder schrik je als je kind verdriet heeft en heb je de neiging direct met een oplossing te komen.” Veel methoden focussen op benoemen (‘Jij bent verdrietig’), terwijl goed meeleven volgens Verheule nog daarvoor zit. Het gaat niet zozeer om de woorden, maar eerder om de mimiek en je toon. Om het soort vragen. “Vaak helpt het door te bedenken wat je zelf wilt als je niet lekker in je vel zit. Dan wil je ook niet horen: ‘Nou kom op, morgen schijnt de zon weer.’ Je wilt dan vooral dat iemand naar je luistert, meeleeft en er voor je is.” Vraag bijvoorbeeld eens waar de pijn zit, of hoe groot de pijn is, adviseert ze. Soms voelt het zo groot als een huis, of misschien wel de wereld. “Neem je kind serieus. Zeg iets als: ‘Wat moet dat een naar gevoel zijn’. Je hoeft niets op te lossen. Alleen compassie te tonen. Een kind wil voelen: mijn ouders kunnen dit dragen, die vallen niet om. Die wetenschap geeft ze kracht.”