Ouders helpen ouders

Tekst: Angela Jans

De Landelijke Oudervereniging Gezinsproblematiek Adoptie, Loga, is eind jaren tachtig opgericht ter ondersteuning van adoptiegezinnen met problemen. Dit volgens het principe: ouders helpen ouders. Dat werkt anno 2019 nog steeds. ‘Wij bieden een luisterend oor, individueel of in groepsverband, en denken bij problemen mee over een mogelijke oplossing’, zegt Lyda Groot, zelf adoptieouder en al ruim twintig jaar actief voor Loga.

Haar adoptiekinderen zijn inmiddels al lang volwassen. “Maar dat wil niet zeggen dat de problemen dan weg zijn. Sommige dingen gaan gewoon door, voor sommige ouders zullen de zorgen altijd blijven, want soms kunnen de geadopteerden hun leven niet op de rit krijgen, lopen relaties telkens stuk, verliezen ze keer op keer hun baan. Als ouder blijf je betrokken”, zegt Groot.
De meeste adoptieouders zijn echter tijdelijk verbonden aan de vereniging. Ze komen en gaan. Er was een periode dat Loga 900 leden telde. Nu zijn dat er ongeveer 150. Volgens berekeningen heeft de organisatie in de loop van haar bestaan alles bij elkaar wel zo’n zevenduizend leden gekend. Meer of minder, het maakt volgens Groot niet uit, de vereniging is gezond en wil er vooral zijn voor degenen die dat nodig hebben. Niet zelden bellen ouders die helemaal geen lid zijn voor een luisterend oor of een goed gesprek. Dat kan ook. “En als ze een tweede keer bellen, ga ik ook niet zeggen dat ze eerst lid moeten worden, daar laat ik iedereen vrij in.”
De vereniging is opgericht om gezinnen waarbij adoptieproblematiek speelt te helpen. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens huiskamerbijeenkomsten die regelmatig worden gehouden op zo’n tien verschillende plaatsen in het land. Tijdens thema-dagen, via individuele (telefoon)gesprekken of door middel van informatieve artikelen op de website. Ook hulpverleners, leerkrachten of anderen die op de een of andere manier te maken krijgen met geadopteerden, kunnen bij de vereniging aankloppen. En er zijn vier landelijke contactpersonen met verschillende expertises zoals licht verstandelijk beperkten, conflicten met hulpverlening en traumaverwerking. Voor dat laatste is Lyda Groot het eerste aanspreekpunt.

PTTS als diagnose voor geadopteerden met problemen

Met de kennis van nu denkt Groot dat heel veel problemen van geadopteerden zijn terug te voeren op een posttraumatische stressstoornis (PTSS). “Vaak krijg je allerlei andere diagnoses, bijvoorbeeld in de puberteit of daarna. Ik zeg: ‘Denk bij adoptiekinderen ook aan PTSS. In basis hebben ze immers allemaal een vroegkinderlijk trauma. Ga niet meteen mee met een diagnose van ADHD of een bipolaire stoornis, test eerst op PTSS.’ Als je uitlegt waarom ze misschien niet naar school willen, waar de agressie vandaan komt, het gebrek aan energie, als je dat als ouder of leerkracht beseft, dan scheelt dat de helft. Ook komt het regelmatig voor dat kinderen licht verstandelijk beperkt zijn, terwijl ouders dat nooit hebben geweten.”
Tijdens de groepsgesprekken die op verschillende plaatsen in de regio worden gehouden, leidt dit soort informatie vaak snel tot verdieping. Ouders herkennen veel in elkaars ervaringen. Voelen dat er begrip is, dat ze niet de enigen zijn. “Adoptieouders hebben soms ook zelf een trauma, door wat ze allemaal meemaken met hun kinderen. Erkenning en herkenning kan dan helend zijn. Ik hoor regelmatig: ‘Ik zat heel diep, bij Loga trokken ze me weer omhoog. Het was heel fijn te horen dat ik niet alleen ben. Dat er begrip is. En ook hoop.’ Niet zelden verbreken adoptiekinderen, meestal meisjes trouwens, op een gegeven moment het contact met hun adoptieouders. Maar als je hoort dat er, soms na jaren, plotseling weer toenadering komt, bijvoorbeeld via WhatsApp, geeft dat ook hoop. Hoe dan ook, Loga, het lotgenotencontact, is voor velen een steuntje in de rug.”

Welke problemen kunnen zich in een adoptiegezin voor doen?
Bij het kind:
– Geen verschil voelen tussen ouders en vreemden
– Boosheid en agressief gedrag of lusteloosheid en depressief gedrag
– Geen gewetensontwikkeling: het liegt en steelt
– Zwart/wit denken: het ziet mensen vaak als helemaal goed of helemaal slecht
– Geweld tegen ouders en/of partner
– Psychiatrische ziektes
– Moeilijk op eigen benen kunnen staan
– Eenzaamheid door angst om relaties aan te gaan
Problemen nemen vaak extreme vormen aan vanaf de puberteit maar gelukkig zien we ook dat de problemen afnemen als de kinderen in de twintig zijn.

Bij de ouders:
– Isolement: niemand begrijpt hen
– Machteloosheid: het opvoeden lukt gewoon niet
– Relatieproblemen: het kind speelt hen tegen elkaar uit
– Burn-out: de verantwoordelijkheid blijft
– Gezondheidsproblemen: hoge bloeddruk, maagklachten, burn-out e.d.

Bij de andere kinderen:
– Komen aandacht tekort: alle aandacht is voor het probleemkind
– Worden uitgespeeld, krijgen vaak de schuld
– Vertonen angstig of aangepast gedrag, door de woedeaanvallen of vernielzucht van hun broer/zus
– Nemen de verantwoordelijkheid over van hun ouders; die zijn opgebrand

Bron: logadoptie.nl