Drieluik: adoptiemoeder Sandra Benschop

Beroep: coach
Leeftijd: 49 jaar
Woonplaats: Rotterdam
Moeder van Matthew (9) en Joseph (8)

Alles viel op z’n plek

Een reis naar Ghana was voor mij de eerste kennismaking met Afrika. Het land voelde voor mij meteen als een moederschoot. Het was alsof ik op die aarde echt kon landen. Jaren later stonden mijn man en ik voor de keuze uit welk land we ons kind wilden adopteren. Een onmogelijke vraag! Maar juist toen opende Kenia zijn grenzen voor adoptie, daarmee viel alles op z’n plek. Dat land zou het worden, het klopte perfect! Zeker gezien de regels die ze rond adoptie in Kenia hanteren: dat je verplicht bent om een langere tijd in het land door te brengen, dat je daar een tijdje zult moeten gaan wonen waardoor je het kind tijdens de eerste periode als gezin in zijn eigen cultuur leert kennen. Dat sprak ons enorm aan.

Voor onze oudste zoon Matthew zijn we een half jaar in Nairobi geweest, van december 2008 tot de zomer van 2009. Matthew was anderhalf jaar oud toen we hem kregen, ruim twee jaar dus tegen de tijd dat we naar Nederland gingen. Voor Joseph, onze jongste zoon, zijn we in maart 2011 opnieuw afgereisd Kenia. Hij was toen 2,5 jaar. Het duurde vijf maanden voor we met z’n viertjes terug naar Nederland konden. We hadden mazzel, de rechtbank deed beide keren niet moeilijk. Daar hoor je in Kenia nog weleens andere verhalen over. Dat de rechter bijvoorbeeld keer op keer een zitting uitstelt, om extra papieren vraagt en gewoon de boel traineert. Gelukkig gebeurde dat bij ons niet.

Onze kinderen komen uit dezelfde stam, hebben dezelfde geboortegrond. Daar hebben we de vergunninghouder speciaal om gevraagd, het leek ons prettig voor hen dat ze diezelfde achtergrond delen. Zodat ze daar later misschien nog wat aan zouden kunnen hebben. Eventueel, misschien, wie weet. In het begin vonden we dat ze uiterlijk ook op elkaar leken, maar inmiddels is dat niet meer zo. Ze zijn heel verschillend gebouwd en hebben allebei een ander karakter.

Achteraf was het al bij de adoptie anders. Matthew leek er minder moeite mee te hebben dan zijn broertje. Joseph was aanvankelijk erg boos over wat hem overkwam. Hij vond het pittig om het kindertehuis achter te laten. Inmiddels gaat het met allebei erg goed. Ik denk echt dat je trauma kunt herstellen, dat is hoopvol.

De realiteit is dat ze geadopteerd zijn, maar de realiteit is ook dat het jonge kinderen zijn die net als andere kinderen bepaalde ontwikkelingsfasen doormaken. Na de zomervakantie hoor je soms van andere ouders dat zij in die tijd ook tegen dingen zijn aangelopen, exacte dezelfde als wij. Dan denk ik: ah, niks bijzonder hier dus. Ik probeer doorgaans gewoon op mijn gezond verstand te vertrouwen en op mijn onderbuikgevoel, en vooralsnog gaat dat wel goed. Het zijn twee heel verschillende jongens maar ze maken het goed. Ze zitten op voetbal, bespelen allebei een muziekinstrument, hebben vriendjes, zitten goed in hun vel.

Soms denk ik weleens dat adoptieouders misschien over-alert zijn, dat ze het bijna té goed willen doen. Misschien heeft dat niet zelden te maken met een pijnlijke voorgeschiedenis van ongewenste kinderloosheid. Die heb ik zelf ook doorgemaakt maar niet met mijn huidige man, dat maakt het voor mij waarschijnlijk anders. Toen ik hem nog maar net had leren kennen en we hevig verliefd waren, vroeg hij al: wil jij de moeder worden van de kinderen die ik altijd heb willen adopteren? Het was nooit zijn wens geweest om zelf kinderen op de wereld te zetten. Sterker nog, hij wist al van jongs af aan dat hij kinderen wilde adopteren. Dat gaf een enorm goed gevoel en veel vertrouwen. Voor mij viel daarmee alles op z’n plek.

Sandra Benschop is de nieuwe columnist van Adoptie Magazine online. In elk nummer zal haar persoonlijke verhaal te vinden zijn in de rubriek Kort op pagina 5.