Na hulp met beide benen in het hier en nu

Na ruim twintig jaar werken met geadopteerden en pleegkinderen, merkte orthopedagoog en kinder- en jeugdpsycholoog Anneke Vinke dat ze niet altijd genoeg resultaat bereikte. Ze ging op zoek naar andere wegen en belandde bij het werk van twee eminente psychotherapeuten: Pat Ogden, ontwikkelaar van Sensorimotor Psychotherapy (SP) en Dan Hughes, grondlegger van Dydadic Developmental Psychotherapy (DDP). Ze schoolde zich in beide methodieken en zet ze nu in bij de behandeling van geadopteerde kinderen en pleegkinderen met gehechtheidsproblemen en vroegkinderlijk trauma. Hier geeft ze een indruk van hoe dit werkt.

Tekst: Anneke Vinke

Samen zitten ze voor me, bij mij in de praktijk: ouders op de bank, naast elkaar. Pedro1 van 15 jaar ernaast op een stoel, beetje onderuitgezakt, elke vezel in zijn lijf lijkt klaar voor actie, de relaxte pose is schijn. De armen zijn gekruist, hij heeft een strakke blik op mij gericht en vanuit zijn ene ooghoek houdt hij zijn ouders in de gaten, vanuit de andere de deur, de vluchtroute. Alles duidt op alertheid.

Als wij zo het gesprek ingaan, heb ik nog geen woord gehoord over het verhaal van Pedro. Vaak heb ik wel al een beetje voorinformatie, soms dikke pakketten, soms slechts summier een e-mail van de aanmelding. Dat verschilt per cliënt. Van Pedro weet ik nog niet zo veel. Toch vertelt zijn houding, zijn blik, de spierspanning, de manier waarop zijn armen gekruist zijn, me heel veel. Een kind dat vanaf het allereerste begin mocht ervaren dat er een beschikbare ouder was bij honger, dorst, gevaar of verdriet, kan de wereld ontspannen tegemoet treden. Daar waar dit ontbrak, is (onbewuste) alertheid de enige manier om in de wereld te staan en controle te houden over wat er gaat gebeuren. Pedro komt niet om te praten. Hij heeft al met zo veel therapeuten gepraat. Dat heeft hem niets opgeleverd.

De klachten en problemen thuis en op school zijn er al langer, ondanks therapie blijven ze wisselend aanwezig: er is boosheid, ouders ervaren geen echt contact, er zijn problemen met de leerkrachten, zelfbepalend gedrag, hij lijkt emotioneel nooit echt geraakt te worden, prikkelbaar, snel afgeleid en lusteloos, apathisch haast.

“It takes an experience to antidote an experience”, zegt men dan. Als praten alleen niet genoeg is, zullen we moeten zoeken naar middelen om in de therapieruimte een positieve ervaring te krijgen die kan helen wat er zo lang geleden misliep. Hiervoor kunnen onder meer de volgende therapeutische methoden worden ingezet: Sensorimotor Psychotherapy (SP) en Dydadic Developmental Psychotherapy (DDP).

Lichaam als startpunt

Bij SP vormt het lichaam het startpunt. Grondlegger Pat Ogden integreert kennis en technieken uit client-centered, psychodynamische en cognitieve stromingen, affectieve neurowetenschappen, gehechtheidstheorie en lichaamsgericht werk. Daarbij is de start voor SP altijd wat het lichaam laat zien, het verhaal dat het lichaam vertelt. Ogden wordt daarin gesteund door wetenschappelijke inzichten dat de allereerste ervaringen van de mens puur lichamelijk zijn en dat de ontwikkeling van het brein van lagere naar hogere, complexe functies gaat. Zo ook in een SP-behandeling: SP werkt bottom-up. Ogden start bij wat we waarnemen op fysiek niveau in beweging, spanning en houding. Dat vormt het aanknopingspunt om in een later stadium van de behandeling emoties en cognities te betrekken. De relatie tussen therapeut en cliënt is wezenlijk: de therapeutische container moet veilig zijn, zodat in gezamenlijke aandacht (embedded relational mindfulness) dat het thema is om aan te werken. SP is een therapie op maat, die altijd volgt wat de cliënt aangeeft.

SP onderscheidt twee aanpakken: een traumagerichte aanpak en een ontwikkelings-, meer gehechtheidsgerichte aanpak. Bij de eerste aanpak gaat het om herstel van een nare ervaring, van iets wat mis is gegaan (bijvoorbeeld een mishandeling in een kindertehuis). Bij de tweede aanpak gaat het om wat er gemist is, om de ervaring die er had moeten zijn (bijvoorbeeld goede zorg voor de baby), met als doel dat in de therapie alsnog te laten ervaren. Als er trauma is, zal dat eerst geïntegreerd moeten worden voordat er ruimte is om aan gehechtheidsthematiek te kunnen werken. Traumatische ervaringen en patronen nemen in de praktijk altijd alles over, waardoor onderste lagen van het brein een overlevingsreactie gaan aansturen en het onmogelijk wordt om aan de andere ervaringen te werken. Daarom geldt: eerst trauma, dan de rest.

Levensverhaal compleet maken

De aanpak van SP is gericht op het hier en nu. DDP, de gehechtheidstherapie ontwikkeld door Dan Hughes, sluit hier naadloos op aan. Net zoals bij SP is de veilige behandelrelatie wezenlijk. Er is sprake van een continu emotioneel afstemmen tussen therapeut en cliënt, waarbij het principe follow-lead-follow wordt gevolgd. De grens van het kind wordt bewaakt en gerespecteerd. Er is geen moeten of dwingen. Het proces verloopt organisch. Vanuit het hier en nu krijgt het verleden nieuwe betekenis, kan wat er gemist is anders worden ervaren.

Een van de belangrijkste doelen van DDP is het compleet maken van het levensverhaal van het kind. Daarbij is het daadwerkelijk voelen van verbinding met de adoptieouders, die er onvoorwaardelijk zijn voor het kind, als veilige haven en veilige basis, heel belangrijk.

De relationele breuk die altijd aan het begin van de adoptie of pleegzorgplaatsing ligt, krijgt alle aandacht in de therapie. Dit klinkt zwaar, maar de manier waarop dit gebeurt is speels, met humor en in afstemming. Speelsheid (playfulness) is een van de belangrijkste principes in het werk van Hughes. Speelsheid betekent op een speelse manier in contact blijven met de onderliggende emotie, kijken of je er bij mag komen, of je op een luchtige, eenvoudige manier mag benoemen wat er is gebeurd. Humor, grapjes, vrolijkheid inzetten helpt niet om te bagatelliseren of weg te wuiven maar om het proces van gehechtheidsontwikkeling te ondersteunen. Daarmee komen we op het tweede basisprincipe in Hughes’ aanpak: acceptatie. Alles wat komt, mag er zijn. Daarna is er nieuwsgierigheid: waarom komt nu juist dát naar voren? Er wordt niet geoordeeld, niet geëvalueerd of benoemd in de trant van ‘nu ben je boos’ of iets dergelijks. Juist niet. Samen zoeken we naar woorden voor wat er gevoeld wordt, wat er speelt. Nieuwsgierigheid kan tot verrassende inzichten leiden en helpt het kind zich begrepen te voelen. Een kind dat zich begrepen voelt, gaat emoties delen met ouders. Er ontstaat afstemming en intersubjectiviteit en zo komt er nabijheid die zo kenmerkend is voor een gehechtheidsrelatie. Het vierde en laatste principe in Hughes’ aanpak is empathie. Als je als ouder, therapeut en kind samen ontdekt wat er speelt, waarom Pedro uit het voorbeeld zo alert is, dan kun je niet anders dan dat met empathie ontvangen. In die empathie helpen we Pedro om te gaan met wat er in zijn binnenwereld speelt.

Nare ervaringen een plek als herinnering geven

Zo ben ik weer terug bij Pedro, want in zijn behandeling maak ik een mix van SP en DDP. De alertheid, het nooit kunnen rusten, niet echt verbonden zijn met adoptieouders, komt ergens vandaan. Het korte lontje dat daarbij hoort ook. We zoeken naar de betekenis die het voor hem heeft, de gedachten en emoties die erbij opkomen. Daar hoort ook een beweging bij, een overgave of een loslaten wellicht. Het onzichtbare, het onbewuste of onbekende, wordt zichtbaar door er samen bij stil te staan, samen met ouders, nieuwsgierig te zijn naar de emoties en gedachten die opkomen. De beweging die het geheel kan integreren komt daarna. De therapie is klaar als de nare ervaringen als herinnering een plek hebben gekregen, de gemiste ervaringen tot rust zijn gebracht en Pedro zijn leven in verbinding met zichzelf en zijn adoptieouders vorm kan geven. Lekker in zijn lijf, met beide benen in het hier en nu.

‘Je kunt niet tegengaan dat de vogels van het verdriet komen overvliegen, maar je kunt wel voorkomen dat ze nesten maken in je haar.’ (Chinees gezegde)

 

1 Pedro is een gefingeerde naam, ook de cliëntbeschrijving is gefingeerd.

Meer lezen?

Hughes, D.A. (2007). Attachment Focused Family Therapy New York: WW Norton (vertaald: Hechtingsgerichte gezinstherapie, Amsterdam: SWP 2017)
Hughes, D.A. &  Baylin, J.  (2012). Brain based parenting. The neuroscience of caregiving for healthy attachment. New York: Norton (vertaald: Opvoeden doe je met je brein. Amsterdam: Hogrefe 2014)
Ogden, P., Minton, K. & Pain, C. (2006). Trauma and the body. A sensorimotor approach to psychotherapy. New York, Norton
Ogden, P. & Fisher, J. (2015) Sensorimotor Psychotherapy, interventions for trauma and attachment. New York: Norton (vertaald: Sensorimotor psychotherapy, interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid, Eeserveen: Uitgeverij Mens! 2017)

Liever YouTube bekijken? Zie bijvoorbeeld: dan hughes of pat ogden