Tegenwoordig zou je het anders doen

Geboortemoeder Martina Smit
Leeftijd: 72 jaar
Moeder van vier kinderen, een afgestaan
Beroep: verpleegkundige
Woonplaats: Oss

In de trein, op weg naar een bijeenkomst voor afstandsmoeders bij Fiom in Den Bosch, kwam ik mijn pedicure tegen. Ze vroeg me: ‘Waar ga je heen?’ Ik zei: ‘Naar Fiom.’ Waarop ze zei: ‘Oh, dat is toevallig, ik ook.’ Bleken we dus allebei naar dezelfde bijeenkomst te gaan voor vrouwen die een kind hebben afgestaan. En het toeval werd nog groter. Ik liet haar vervolgens een foto van mijn afgestane dochter zien en zij zei onmiddellijk: ‘Oh, dat meisje ken ik.’ Ik schrok me rot en antwoordde: ‘Niks zeggen, niks zeggen, ik wil niet weten waar ze woont.’

Mijn dochter was op dat moment een jaar of zestien. De foto had ik via de Raad voor de Kinderbescherming gekregen. Ik had er zelf om gevraagd omdat ik tot dat moment steeds om me heen keek en me bij elke Monique die ik tegenkwam, afvroeg of het misschien mijn dochter was, of ik haar zou herkennen. Maar ik wilde haar leven verder niet verstoren. Het initiatief voor een eventuele ontmoeting liet ik volledig aan haar. En toen ze een jaar of twintig was, is er inderdaad contact gelegd. We hebben elkaar ontmoet en meteen urenlang gesproken.
Achteraf, veel later, heeft ze me verteld dat ze op dat moment heel erg teleurgesteld was. Ze had gehoopt dat ze qua uiterlijk op mij zou lijken, dat bleek niet het geval. Ik zag wel dat ze veel weg had van de zussen van haar vader. Uiteindelijk heeft ze hem ook ontmoet. Hij bleek niet moeilijk te vinden. Ik kon haar vrij veel gegevens over hem verstrekken, want mijn ouders en zijn ouders waren destijds bevriend, we hadden drie jaar een relatie toen ik zwanger werd. Ik was negentien, maar mijn ouders hebben zo op me ingepraat om afstand te doen, dat dat het beste was voor het kind, dat ik het op een gegeven moment geloofde.
Extra wrang, omdat ik zelf ook ben afgestaan en geadopteerd. De plek waar het gebeurde, zie ik zo nog voor me. Iemand zei: “Dat zijn jouw papa en mama.” Ik was bijna vier jaar oud en had al in drie verschillende kindertehuizen gezeten. Vervolgens werd er nooit meer over adoptie gesproken. Er werd gedaan alsof er niks was gebeurd, dit waren gewoon mijn ouders. Maar ik voelde heel goed dat er iets niet klopte. Heel vaak heb ik me teruggetrokken op mijn zolderkamertje, ik voelde me niet begrepen. Achteraf weet ik dat het hele dorp het wist dat mijn broer en ik geadopteerd waren, iedereen, behalve wij. Pas op mijn zestiende heb ik het officieel gehoord.
Vijf dagen na de bevalling in het ziekenhuis is mijn dochter opgehaald. Een maand later ben ik als verpleegkundige aan het werk gegaan. Daar kon ik ook meteen intern. Ik leerde een verpleger kennen en raakte opnieuw zwanger. We zijn getrouwd en hebben drie kinderen gekregen. Voor mijn 25ste was ik al vier keer bevallen. Toen heb ik me laten steriliseren. Op mijn manier genoot ik aanvankelijk wel van mijn huwelijk en de kinderen, maar het liep vrij snel vreselijk mis en ik ben op een gegeven moment met de kinderen gevlucht. Na enkele omzwervingen ben ik nogmaals getrouwd en ook weer gescheiden.
De biologische vader van Monique heeft haar verteld dat hij zich heel lang schuldig heeft gevoeld ten opzichte van mij. Maar dat hoeft niet. Tegenwoordig zou je het heel anders doen, in die tijd was het niet anders.