Trauma: er is van alles aan te doen

De Amerikaanse (en van oorsprong Nederlandse) Bessel van der Kolk is een autoriteit op het gebied van trauma. Onlangs werd zijn laatste boek The Body Keeps the Score vertaald in het Nederlands als Traumasporen. Over het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen. Volgens hem zijn er ook voor adoptiekinderen allerlei manieren om te herstellen van een trauma.

Heeft u veel ervaring met adoptiekinderen?

Ja, heel veel. Adoptieouders komen met hun kinderen bij ons in de kliniek.

Sommige mensen vinden dat geadopteerden per definitie zijn getraumatiseerd omdat ze zijn afgestaan. Deelt u die mening?

Dat weet ik niet zeker. Het gaat om de ellende die mensen hebben ervaren, eventueel zelfs al voor de geboorte. Heel belangrijk voor adoptieouders is in ieder geval dat ze beseffen dat ze met de adoptie van een kind zeer waarschijnlijk aan iets beginnen wat heel veel (zorg) van hen zal vragen, iets wat heel onvoorspelbaar is op de lange termijn.

Wat valt op bij de behandeling van adoptiekinderen?

De hersenen ontwikkelen zich synchroon met wat er wordt aangeboden. Een baby probeert contact te maken door te lachen en te huilen. De reactie die daarop komt, het benoemen van emoties, legt de basis voor een innerlijke plattegrond waarop onze relaties in kaart worden gebracht. Niet alleen op het gebied van verwachtingen van anderen, maar ook in termen van hoeveel plezier en gemak we in hun aanwezigheid kunnen ervaren. Goed gesynchroniseerd zijn, vereist de integratie van onze lichamelijke gewaarwordingen: zicht, gehoor, tast en evenwicht. Als hier geen sprake van was in de vroegste kindertijd, bijvoorbeeld omdat je in chaos leefde in een tehuis, omdat je werd genegeerd, of omdat er geen reactie kwam als je lachte, geen troost als je huilde, dan is dat heel verwarrend voor het brein. Bij adoptiekinderen die (als baby) in een tehuis verbleven, is de kans groot dat de synchroniciteit in de basis niet in orde is. Zij moeten een nieuwe kaart maken waarop staat: zij houden van mij, ik ben belangrijk.

Wat zijn de gevolgen?

Voor adoptieouders kan het heel lastig zijn. Zij verwachten na een bepaalde actie een bepaalde reactie. Ze willen bijvoorbeeld graag een glimlach van hun kind zien als ze het knuffelen, maar krijgen die niet. Het is heel pijnlijk als je aardig bent en je kind negeert dat. Maar het kind kan daar niets aan doen. Het is een logisch gevolg van het feit dat het in een unresponsive omgeving is gestart, dat het is genegeerd.

En voor de geadopteerde?

Als je nooit een glimlach op de gezichten van je ouders zag verschijnen als ze jou zagen, is het moeilijk om te weten hoe het voelt om geliefd te zijn en gekoesterd te worden. Als je uit een onbegrijpelijke wereld komt, vol geheimen en angst, is het bijna onmogelijk om de woorden te vinden om te beschrijven wat je hebt doorstaan. Als je opgegroeid bent met het gevoel dat je ongewild was, als je voortdurend bent genegeerd, dan is het een enorme uitdaging om een innerlijk gevoel van zelfbeschikking en eigenwaarde te ontwikkelen. Bij sommigen ontaardt dat al jong in onaangepast gedrag, kinderen die te pas en te onpas uit hun raampje gaan. Anderen kunnen zich lange tijd wel staande houden maar als ze dan rond hun twintigste een vaste relatie willen aangaan, wordt het plots moeilijk. Dan is er gebrek aan vertrouwen. Die kaart, die jong in de hersenen is geprent, moet aangepast worden. Voor mensen met prettige ervaringen vanaf hun prilste jeugd is die plattegrond in de hersenen voorspelbaar: als ik dit doe, doet die ander dat. Voor geadopteerden met een trauma, die misbruikt of verwaarloosd zijn, is dat niet vanzelfsprekend. Volgens hun plattegrond zijn ze niks waard en is de wereld één doffe ellende.

Is er een manier om de synchroniciteit te herstellen?

In het traumacentrum hebben we programma’s ontwikkeld om ouders te begeleiden bij het verbinden en afstemmen met hun kind. Daarbij richten we ons met name op het lichaam, fysieke activiteiten blijken heel goed te werken bij de behandeling van trauma. Patiënten hebben mij verteld over manieren waarop het hun lukt om te synchroniseren, variërend door te zingen in een koor tot te gaan stijldansen, sporten of musiceren. Al deze dingen stimuleren een gevoel van afstemming en gedeeld plezier. Het boek is ook heel optimistisch, daarin staat dat er van alles aan te doen is.

Bent u voorstander van het toepassen van neurofeedback bij adoptiekinderen? Ja. Als een kind het moeilijk heeft op school, niet geaccepteerd wordt omdat het (gevoelsmatig) als anders wordt ervaren, werkt dit uitstekend. (Neurofeedback is een methode waarbij op een aantal plekken, sensoren op het hoofd worden geplaatst. Deze sensoren meten de hersenactiviteit waardoor iemand kan leren om controle te krijgen over zijn/haar hersengolven waardoor klachten verminderen of verdwijnen. AJ) Ik heb gezien dat kinderen na behandeling met neurofeedback onmiddellijk alsnog met andere kinderen gingen spelen, dat ze daarna wel uitgenodigd werden voor feestjes en eerder niet. Dat komt omdat ze dan minder bang zijn, er heel subtiel iets in hun houding is veranderd, dat heeft effect. Als je vroeg alleen gelaten bent zijn die bewegingen niet vanzelfsprekend. Dit aanleren is heel fysiek, het gaat om jezelf ervaren. Dit is een belangrijk element om in leven te blijven, als je dat niet leert, blijf je voor je leven beschadigd. We gebruiken neurofeedback om met de angst van het brein te dealen, om de hersenen te kalmeren.

En van sensomotorische-integratie therapie?

Voor de meeste mensen is hun fysieke aanwezigheid in hun directe omgeving een vanzelfsprekend gegeven. Voor adoptiekinderen die verwaarloosd zijn, is dat meestal niet zo. Zij ervaren de wereld als een moeilijke plek, weten niet wat ze kunnen verwachten. Voor hen kan sensomotorische therapie een uitkomst zijn. Daarbij ervaren ze fysieke gewaarwordingen. Bijvoorbeeld door te schommelen, te balanceren op een evenwichtsbalk of onder een zware deken te kruipen. Daardoor leren ze hoe hun lichaam voelt. Voor kinderen die jong alleen gelaten zijn, zijn al die bewegingen niet vanzelfsprekend. Dit is een heel belangrijk element: als dit niet wordt opgelost, blijf je voor je leven beschadigd.

Hoe kun je adoptiekinderen uitleggen wat er met ze aan de hand is?

Dat kun je niet uitleggen, dat hoeft ook niet. Ik ben niet zo van de verklaringen, de meeste verklaringen zijn toch fout. Je moet naar een methode zoeken die werkt, waardoor het kind in staat is zich met anderen te verbinden, zodat het kind zich veilig voelt.

Zijn er trauma’s waar niets tegen te beginnen is?

Ik heb nog nooit gezegd: dit is echt hopeloos. Ik heb weleens gedacht: geen idee hoe ik dit moet aanpakken, maar we onderzoeken het wel. Ik ben avontuurlijk ingesteld, als iets niet werkt, kijk ik verder. Beginnen we bijvoorbeeld met massage of sport. Wees vooral experimenteel. Probeer van alles. Er bestaan geen experts die alle antwoorden hebben. Adoptieouders die het moeilijk hebben, kloppen aan bij de universiteit van Harvard. Maar daar hebben ze dé oplossing ook niet. Deel je problemen met anderen, doe het niet alleen. Zoek lotgenoten, dat is heel erg belangrijk.

foto: Licia Sky

fotograaf: Licia Sky

Wat kun je als ouder doen?

Het kind lijkt meestal het probleem, maar vaak is het ontzettend nuttig om als ouder ook naar jezelf te kijken. Als je een moeilijk kind hebt, komen geheid je eigen problemen naar boven. En die hebben we allemaal. Als je geheimen hebt, komen ze uit. Er zijn geen normale mensen op de wereld, dus zoek hulp, ga als ouder ook zelf in therapie.

En voor het kind?

Wees voorspelbaar, zorg voor structuur. Ga bijvoorbeeld iedere dag van 4 tot 5 uur spelen, om 6 uur eten, om 7 uur een boekje lezen. Structuur is heel belangrijk. Ten tweede: benoem gevoelens. Dat is van groot belang voor kinderen met een trauma. Ze doen bepaalde dingen of ervaren emoties, woede, angst, noem maar op, en weten niet waarom. Benoem die gevoelens, zeg: ‘Jij bent bang’ of ‘Jij bent boos’, dat is essentieel. Daardoor leren kinderen echt voelen wat boosheid is, of verdriet. Dan pas ervaren ze bewust wat dat werkelijk is.

Auteur: Angela Jans

 

Prof. dr. Bessel van der Kolk (72) werkt al meer dan dertig jaar met getraumatiseerde mensen. Hij is professor in de psychiatrie aan de Boston University Medical School en directeur van het Trauma Centre at Justice Resource Institute in Brookline Massachusetts. Traumasporen is verschenen bij uitgeverij Mens! Prijs: € 39,50