Vaak in gevecht met mezelf

Geadopteerde Puk Poels
Getrouwd
Beroep: sociotherapeutisch medewerker
Leeftijd: 31 jaar
Woonplaats: Venray

Mijn vader, Ricardo Rubilar, was een tegenstander van het regime van dictator Pinochet in Chili. Hij heeft daarvoor lang in hechtenis gezeten. Toen hij vrijgelaten werd, was hij een gebroken man die psychisch met veel problemen kampte. In die periode liep hij Rosa Arriagada tegen het lijf, waarna ik ben verwekt. Ik ben geboren op 6 november 1987. Mijn ouders konden niet voor mij zorgen en brachten mij naar kindertehuis Hogar Esperanza in Chilan. Toen ik acht maanden oud was, ben ik geadopteerd door een lief echtpaar uit het Limburgse Oostrum. Zij konden zelf geen kinderen krijgen, waarop ze besloten te gaan adopteren. Vier jaar later kwam mijn broer Pim erbij, die ook geadopteerd is uit Chili. We konden zeggen dat we een hecht gezin vormden met zijn vieren.

Mijn ouders zijn vanaf het begin eerlijk geweest dat ik uit een ander land kwam en dat zij niet mijn echte ouders waren. Ik voelde dit van kinds af aan ook al heel goed aan. Mijn vriendjes en vriendinnetjes waren wit, ik was dat niet. In die periode is ook al het gevoel ontstaan van ‘je een vreemde eend in de bijt’ voelen. Ik voelde me anders dan de meeste mensen om mij heen. Was heel onzeker over mijzelf.
Door dit gevoel heb ik me later ontwikkeld tot een moeilijke puber, die in een ernstige identiteitscrisis terechtkwam. Ik had liefdevolle mensen om mij heen, maar ik voelde me hier niet thuis en ik wist niet of mijn thuisbasis hier was of in Chili. Dat leidde tot conflicten thuis. Als 17-jarige heb ik ervoor gekozen om een half jaar stage te gaan lopen in het kindertehuis waar ik als baby was geweest. Dit was een mooie maar moeilijke periode waarin ik ook contact heb gezocht met mijn biologische familie. Deze periode heeft me veel opgeleverd, ook dat ik na een half jaar wist dat ik niet thuishoorde in Chili. Mijn thuis was toch Nederland, bij mijn familie en vrienden.
De afgelopen jaren zijn vaak een gevecht met mezelf geweest. Ik ben me bewust van wat ik heb, maar ik mis toch iets. Elke dag ben ik bezig met vragen als: mag ik er wel zijn, vinden ze me stom, praten ze over me? Op sommige dagen blijf ik het liefst binnen, omdat ik het moeilijk vind om onder de mensen te komen.
Ik heb de afgelopen jaren vaak naar hulp gezocht en gemerkt dat er weinig nazorg is voor geadopteerden. Er zijn veel psychologen en psychiaters, maar de kennis over adoptie is te weinig aanwezig. Ik had graag mensen gehad die echt begrijpen wat ik meegemaakt heb. Ik denk dat als geadopteerden goede begeleiding krijgen, ze minder worstelen in het leven en beter in hun vel zitten.
Zelf zou ik heel graag een opleiding willen volgen tot adoptiecoach. Daarover heb ik contact gehad met een organisatie. Daar begreep ik dat het moeilijk is om de opleiding te certificeren. Hier kan de overheid zeker wat aan doen. Zorg ervoor dat dit geregeld wordt, dat er goede adoptiecoaches komen en dat zij geadopteerden en hun omgeving kunnen helpen.

Bron: Nazorg adoptie wettelijk regelen. Brieven van ervaringsdeskundigen aan de Minister. Stichting Adoptie-nazorg