Van kinderwens naar moederschap zonder zwangerschap

Vijftien jaar lang is Sandra Benschop op weg van kinderwens naar moederschap, maar dan zonder zwangerschap. Aanvankelijk leidt de route haar door het dal van de onvruchtbaarheid. Tot ze in december 2008 haar adoptiekind in haar armen sluit. Ze schreef er een scriptie over, Heel de moeder, waarmee ze eerder dit jaar afstudeerde aan het Jungiaans instituut, de Academie voor dieptepsychologie.

Benschop koos voor het onderwerp nadat ze het boek De adoptiemonologen van de geadopteerde Marina van Dongen had gelezen. Die schreef dat kinderen beter niet geadopteerd kunnen worden door vrouwen die hun ongewenste kinderloosheid meezeulen als een grote open wond. “De adoptiemoeder moet haar eventuele onvruchtbaarheid verwerkt hebben, zodat ze haar pijn niet op het kind projecteert. Dat staat hechting in de weg. Het moet van meet af aan helder zijn: dit stuk is van mij en niet van jou”, aldus Van Dongen.

Benschop daarover in haar scriptie: “In mijn leertherapie heb ik mijn eigen wond weer opengemaakt. Maar hoe heel je je eigen wonden? Een algemene vraag die in mijn leven van extra groot belang werd, want ik ben moeder geworden. En onze kinderen dragen hun eigen wond, ze zijn afgestaan. En ik voel het als een grote verantwoordelijkheid om onze kinderen niet met mijn pijn op te zadelen. Ik wilde onze kinderen ‘opgeruimd’ ontvangen. Inmiddels voel ik vertedering voor de vrouw die acht jaar geleden zo wils- en daadkrachtig met de innerlijke grote schoonmaak begon. Veel heb ik kunnen sturen, maar uiteindelijk veel ook niet.”

Verdriet in de ogen kijken

Ze licht toe: “Voor mij persoonlijk was het heilzaam om de scriptie te schrijven, omdat ik toch opnieuw met stukken van mezelf geconfronteerd werd waar nog wat ‘heling’ in werking trad. Het gaat echt altijd maar door. Ik realiseerde me dat je er echt doorheen moet, dat je het verdriet van de onvruchtbaarheid in de ogen moet kijken, ermee worstelt en er uiting aan geeft. Of dat nou via therapie is, via yoga, of via kunst, dat maakt niet eens zo veel uit. Verdriet (boosheid en angst natuurlijk ook) gaat in ieder geval in het lichaam zitten, dus iets met dat lijf wat je lichaamsbewustzijn vergroot, zoals haptotherapie, dans, yoga en meditatie, heb ik als heilzaam ervaren.”

Uit de scriptie: “Als ik terugkijk, zie ik een vrouw die volhardend – eerst nog vertrouwend maar later steeds meer alleen en verbeten ­– op een doel afstevent dat gaandeweg zijn kleur verliest. Een tijdlang niet het idee heeft dat ze een keuze heeft. Die steeds meer het contact met haar diepste wezen kwijtraakt. (…) De diagnose was uiteindelijk: unexplained infertility. Ik was zó teleurgesteld in mijn lichaam. En er was uiteindelijk geen ontkomen aan, niet alleen was ik het contact met mezelf kwijtgeraakt, ik moest ook onder ogen zien dat mijn man en ik van elkaar vervreemd waren geraakt. Het werd stil tussen ons. Na een verwarrende periode kwam de wending voor mij uit een onverwachte hoek: ik werd verliefd. Ik heb de scheiding in gang gezet en ben op mezelf gaan wonen. De liefde bleef en verdiepte zich tot het meest wezenlijke in mij toen mijn geliefde mij een magische pleister aanreikte met de woorden: ‘Wil jij de moeder worden van de kinderen die ik altijd al heb willen adopteren?’ Op dat moment kreeg alles betekenis, alle pijn en ellende van de jaren ervoor, getransformeerd in een van harte gegeven antwoord: ja.”

“Er brak een wonderlijke tijd aan, heftig ook. De vreugde om het kind dat ‘verwekt’ was, leefde in mij naast het verdriet om het kind dat niet geboren zou worden. Het is de haptotherapie die mij via mijn lichaam weer in contact heeft gebracht met mijn gevoel. Waardoor ik mijn lichaam als ongeschonden kon ervaren, mijn vrouw-zijn intact. Waar ik mijn emoties heb leren uiten. Boosheid, onmacht, verdriet. Ik ben gaan dansen, zingen en heb yoga opgepakt.”

“Ondertussen liep de adoptieprocedure, die door velen als zwaar wordt ervaren. Heb je een jarenlange weg bewandeld om zwanger te worden, moet je weer door de procedure… Bij ons duurde het vijf jaar. Op 14 november 2008 kwam de verlossing: we kregen een zoontje! Hij kwam bij ons binnen via het world wide web. Zijn beeld op ons beeldscherm. Ik voelde me opengaan en verbinding maken en ik voel nog in mijn lijf hoe mijn hart op dat moment uitging naar zijn moeder. Zij is er altijd bij gebleven. En toen wilde ik door roeien en ruiten. Alles ontlaadde zich, ik wilde de tijd vooruitduwen, ik moest en zou naar ons kind. Op 15 december vlogen we naar Kenia en op 16 december hielden we hem in onze armen.”

Ruimte maken

“Een periode van vitaliteit, draagkracht en daadkracht brak aan. Ook van verschuivende verhoudingen. Er wordt letterlijk ruimte gemaakt in het sociale systeem waar ik al deel van uitmaakte met mijn man. Er komt een kind bij. (…) Een pittige kant kwam via de schaduw. Ik dacht dat ik het nodige schaduwwerk achter de rug had, maar ik had me vergist. Het echte werk kwam nog. Het ruimte maken in onze relatie voor het kind betekende het opheffen van onze symbiotische liefde, het terugeisen van de pijn die we bij elkaar in bewaring hadden gegeven en echt op eigen benen gaan staan en eigen huiswerk gaan doen. Een onthechting bijna. Mijn thema’s kwamen in alle hevigheid terug en speelden zich uit in de relatie.”

“Toen het tweede kind kwam, ontving ik dat nog bewuster. Hij heeft vanaf het begin meer eigen ruimte opgeëist. Ik kon hem meer zien voor de unieke persoon die hij was. Kon er daardoor op een andere manier voor hem zijn en het opbouwen van onze band verliep anders. Met meer afstand en tegelijk volstrekt intuïtief. Door de afstand kon ik overstappen naar het verhaal rondom het moederschap zonder zwangerschap. Het verhaal heeft vier pijlers: wensen, rouwen, hechten en helen.”

Dat is een belangrijk inzicht voor Benschop en de kern van haar scriptie: dat er een proces mag ontstaan waarin je je steeds opnieuw verhoudt tot moederschap zonder zwangerschap. Het begint met een wens, een verlangen. Het vervullen van die wens speelt een rol in je psychische gezondheid, in je levensvervulling, in de relatie met je partner en binnen de bredere maatschappelijke context. Er ontstaat in de onbewuste diepte een niet te stuwen drang tot scheppen, wat ten diepste de vrouw in haar vrouw-zijn bevestigt, aldus Benschop. De wens is onontkoombaar en blijft die onvervuld, dan kun je zelfs de zin van je leven gaan betwijfelen. Het doet pijn. En om die pijn maar niet te voelen, raakt het gevoel afgesloten en verlies je het contact met jezelf.

Vruchtbaar op heel andere wijze

De volgende pijler is noodzakelijk, meent Benschop, maar vergt een moedige stap. Onder ogen komen dat je niet zwanger zult worden, dat je op die manier niet gaat deelnemen aan het mysterie van het bestaan. Deze fase is er een van rouw. In het reine komen met het niet kunnen verwekken van nieuw leven roept hele sterke emoties op, vergelijkbaar met de emoties rondom de dood van een dierbare. Er is alleen geen lichaam te betreuren en de omgeving en zelfs de betrokkenen zelf herkennen hun pijn niet als de pijn van het verlies. Je neemt afscheid van wat niet heeft mogen zijn. Welke rituelen zijn er dan? Hoe deel je hierover? Het erkennen en aanvaarden van je pijn, daar letterlijk mee leven is een dagelijkse bezigheid die je in het begin kan uitputten, maar verwerken van de pijn kan volgens Benschop maar op één manier: er recht doorheen. Ergens moet je je gaan aanpassen aan de nieuwe realiteit, moet het verlorene met zachtheid tegemoet getreden worden en transformeren tot bron van opnieuw gevonden vitaliteit. Het is een hele klus, maar als je hem weet te klaren dan ontstaat er ruimte voor het nieuwe, word je op een heel andere wijze vruchtbaar.

Daarna komt de pijler van het hechten. Dat is eigenlijk heel bijzonder, want als er iets is waar adoptieouders veel van weten dan is dat het hechtingsproces. In haar scriptie laat Benschop zien dat het nog belangrijker is dan gedacht. Als je als moeder een veilige basis in jezelf ervaart, jezelf kent, de pijnlijke thema’s hebt doorgewerkt, met andere woorden gehecht bent in jezelf, bied je je kind een veilige bodem om zich aan te hechten.

Dat brengt je volgens Benschop vanzelf bij de laatste pijler, die ze ‘helen’ heeft genoemd, heel worden, jezelf als één geheel ervaren. Vanuit haar studie, en ook vanuit haar eigen ervaring definieert zij dit als een wezenlijke levensvervulling, die aan de basis ligt van een vruchtbaar leven: “Zie het (…) als een doorgaand cyclisch proces, steeds rijker en meer gelaagd. Want na het helen begint het vreugde- en hoopvolle wensen weer, gevolgd door pijn en tegenslag en het verwerken daarvan. En daardoor weer wat meer heel.”

In een toelichting op haar scriptie vat Benschop samen wat haar verhaal voor anderen kan betekenen: ‘’De allerbelangrijkste boodschap is toch eigenlijk gericht aan de adoptiemoeder of aan iedere moeder: ken u zelve. Ken je levensthema, ken je pijn, want juist op die pijn kunnen moeder en kind zo op elkaar gaan aansluiten, en in elkaar verwikkeld raken. Gaat het kind voor de moeder zorgen! Worden ze een pleister op elkaars wond.”

Auteur: Sandra Benschop, bewerking: Angela Jans

Heb je vragen of opmerkingen, of wil je een pdf van de scriptie ontvangen, mail dan: contact@sandrabenschopcoacht.nl.